Wijers wil méér markt pompstations

DEN HAAG, 16 SEPT. Minister Wijers van Economische Zaken vindt dat er meer marktwerking in de benzinebranche moet komen. Dat kan bijvoorbeeld door het nieuwkomers gemakkelijker te maken een bezinestation te openen.

Wijers trekt deze conclusie uit een onderzoek van het Economisch Instituut voor het Midden- en kleinbedrijf (EIM) naar het functioneren van de benzinemarkt in ons land. Aanleiding was de constatering dat er in Nederland in vergelijking met omringende landen sprake is van een opmerkelijk hoge distributiemarge, het verschil (exclusief accijns) tussen de productnotering en de prijs aan de pomp.

Uit het onderzoek blijkt dat de mogelijkheden voor nieuwkomers om een benzinestation te openen bijzonder beperkt zijn. Bovendien steunen oliemaatschappijen meestal de pomphouders die hun merk verkopen in een eventuele lokale prijzenslag. Daardoor kan een pomphouder met steun van een kapitaalkrachtige oliemaatschappij het veel langer volhouden dan een nieuwkomer die een stuk van de markt wil verovereren.

Het EIM heeft geconstateerd dat nieuwkomers alleen een kans krijgen als er nieuwe lokaties bijkomen. Bovendien moeten zij dan vaak opbieden tegen de financieel sterke oliemaatschappijen. Ook de relatief hoge investeringskosten die gepaard gaan met het openen van een bezinestation vormen een belemmering. De vestigingskosten zijn in de loop van de tijd door milieueisen en het belang van de aanwezigheid van een winkel en een autowasinstallatie alleen maar toegenomen.

De onderzoekers hebben geconstateerd dat toetreding op de benzinemarkt vanuit branchevreemde kanalen, zoals de detailhandel, hoge drempels kent. Dat hangt vaak samen met het vestigingsbeleid, waardoor vestiging van benzinestations bij doe-het-zelfwinkels of meubelzaken aan de stadsrand vaak onmogelijk is.(ANP)