Universiteiten per behaalde bul betaald

DEN HAAG, 16 SEPT. Minister Ritzen (Onderwijs) wil universiteiten niet langer betalen voor elke student, maar alleen voor degenen die hun doctoraalbul behalen. Het eerste jaar is van de maatregel uitgesloten. Dan telt nog het aantal studenten dat aan de propedeuse begint.

Dit staat in het Hoger onderwijs- en onderzoekplan 1998 (HOOP 1998) dat het kabinet vanmiddag heeft gepresenteerd. Het voorstel betekent dat het onderwijsbudget van universiteiten voor vijftig procent zal worden bepaald door het aantal behaalde diploma's. Nu is dat nog slechts zes procent van de in totaal 1,3 miljard gulden die bestemd is voor het onderwijs aan 163.000 ingeschreven studenten.

Met de 'diplomapremie' verwacht Ritzen universiteiten te dwingen tot meer efficiency. Tot dusver haakt een op de drie studenten tijdens een universitaire studie af. De bewindsman besloot het eerste jaar nog wel te betalen voor alle ingeschrevenen om de selecterende, verwijzende en oriënterende functie van de propedeuse te behouden.

De nieuwe bekostiging moet in 1999 ingaan en zal nog dit jaar aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Voor hogescholen bestond al een sterke diplomaprikkel: een student die een diploma haalt levert een hogeschool 45.000 gulden op, een afhaker 13.500 gulden.

Ritzen vreest geen kwaliteitsverlies nu behalve studenten met de 'prestatiebeurs' ook universiteiten met de 'diplomabeurs' meer belang krijgen bij snel afstuderen.

De universitaire opleidingen worden regelmatig door 'visitatiecommissies' doorgelicht, redeneert hij. Daarnaast wil hij opleidingen aan hogescholen en universiteiten die geen goed onderwijs verzorgen sneller tot 'sluiting' kunnen dwingen. Dat betekent dat de erkenning van en de subsidie aan een opleiding worden ingetrokken. Ook is hij van plan elk jaar een top-10 van opleidingen op te stellen, opdat studenten meer inzicht krijgen in de onderlinge kwaliteitsverschillen.

Pagina 2: Onderzoek loopt meer via NWO

Behalve het onderwijsbudget verandert ook het onderzoeksbudget van universiteiten. Ze moeten twintig procent, een half miljard, inleveren bij het onderzoeksinstituut NWO. Die zal het opnieuw onder de universiteiten verdelen op basis van kwaliteit én maatschappelijke relevantie. De universiteiten kunnen zich vinden in de voorgestelde diplomafinanciering. Van een herverdeling van hun onderzoeksbudget moeten ze echter niets hebben.

Ook hogescholen moeten een tegenvaller incasseren. Ritzen volhardt in zijn plan om studenten die een diploma in het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) behaalden, in drie jaar tijd door een verwante vierjarige studie aan de hogeschool te loodsen. Tot en met het jaar 2000 krijgen de hogescholen wel 12 miljoen gulden extra om de aansluiting van de onderwijsprogramma's te verbeteren. In de vorige begroting was al een zelfde bedrag uitgetrokken. Andere opvallende punten uit het HOOP 1998: Overheid, werkgevers en opleidingen hebben samen een deltaplan opgesteld om meer studenten te interesseren voor bèta- en techniekstudies op universiteiten. Onderwijs trekt hiervoor tot en met het jaar 2001 jaarlijks 10 miljoen gulden uit. Bedoeling is dat de universiteiten met dat geld de betrokken opleidingen vernieuwen en verbreden. Werkgevers hebben een betere betaling van afgestudeerden toegezegd. En universiteiten zullen proberen het propedeuserendement van gemiddeld 30 procent te verdubbelen. Dat is haalbaar, denkt Ritzen, omdat deze hoge uitval vooral een kwestie van 'onderwijscultuur' zou zijn. Er komen meer mogelijkheden voor universiteiten en hogescholen om studenten het leren te laten combineren met relevant werk. Als werkgevers deze studenten in dienst nemen, maken ze aanspraak op een belastingvoordeel. Ritzen wil de deelname van allochtone studenten aan het hoger onderwijs bevorderen door universiteiten en hogescholen streefcijfers te laten formuleren. Nu hebben zij respectievelijk 2 procent en 4 procent studenten van allochtone afkomst. Hetzelfde geldt voor de deelname van vrouwen aan 'harde' economische en technische opleidingen en voor de deelname van mannen aan de lerarenopleidingen basisonderwijs.