The Dead

The Dead (Huston, 1987, USA), TV10, 21.30-22.55u.

istentiële verlichting van romanpersonages is ongetwijfeld het mooiste beschreven door Dostojevski, die zijn hoofdpersonen in een schemertoestand voorafgaand aan een epileptische aanval een gelukzalig inzicht in het bestaan verschafte.

Maar ook de Ierse schrijver James Joyce wist in A Portrait of the Artist as a Young Man (1916) en Ulysses (1922) dat moment van inzicht onovertroffen te beschrijven. Ulysses is - naast alles wat het boek verder vertegenwoordigt - misschien zelfs wel een literaire zoektocht naar dit existentiële besef.

Gabriel Conroy uit Joyce's korte verhaal The Dead (uit de bundel Dubliners uit 1914) is ook zo iemand die plotsklaps wordt overvallen door een bijna religieuze ervaring van zijn leven.

Tweemaal eigenlijk. De eerste keer als hij zijn echtgenote Gretta gadeslaat die naar een oude Ierse ballade luistert en de tweede keer als hij beseft hoe ver weg zij in haar gedachten van hem is verwijderd. De onbaatzuchtige liefde die hij eerder op de avond voor haar voelde is dan bitter geworden. Zijn gedachten dwalen van de liefde naar de dood, van de levenden naar de schimmen van de gestorvenen.

Hoe indrukwekkend John Huston's regie van The Dead (1987) ook is, hoe trouw aan het boek, hoe subtiel de acteursregie (met dochter Angelica in de rol van Gretta), toch blijft zijn filmische testament een zorgvuldig geïllustreerde literaire tekst. Er zijn slechts weinig momenten dat het de film vermag om ook echt cinema te worden.

Het mooiste moment is eigenlijk als de eeuwen-oude vrijster Julia Morkan op het Driekoningenfeestje dat het decor van de film vormt met haar bibberstem en kokette artistiekerige maniertjes het lied Getooid voor de Bruiloft zingt. Hier gunt regisseur Huston zich even de vrijheid om de gezichten van zijn levende doden los te laten en af te dwalen naar de relikwieën van hun bestaan: fijne porseleinen beeldjes, haakwerkjes, vergeelde portretjes en onafgemaakte brieven in zorgvuldig gekrulde letters.

De prachtige monologue intérieur van Gabriel aan het einde van het verhaal is vertaald in een vlekkeloze voice-over, die pas langzamerhand ook poëtische fílmtaal oplevert.

Dan schemert ook voor de toeschouwer tussen de beelden een filmische openbaring van het zijn.