SPD-top gooit economisch roer om

Het SPD-bestuur heeft gekozen voor een koers die haar net als de andere Westeuropese sociaal-democraten dichter bij het politieke midden brengt. Gerhard Schröder heeft gewonnen.

BONN, 16 SEPT. De koers is om. De Duitse oppositiepartij SPD heeft gekozen voor economische modernisering naar Brits en Nederlands model. Net als 'New Labour' en de Partij van de Arbeid, zet de 'nieuwe' SPD op economische groei, minder staat en meer eigen verantwoordelijkheid.

Maandag schaarde het partijbestuur van de SPD zich in grote meerderheid achter het programma van Gerhard Schröder, de premier van Nedersaksen die zich warmloopt voor de verkiezingen in september 1998. Ook partijvoorzitter Oskar Lafontaine steunt Schröders moderniseringsplannen. Slechts drie leden van het bestuur stemden tegen.

Het economische programma 'Innovatie voor Duitsland' is in een aantal opzichten opmerkelijk. De partij heeft zich immers nog steeds niet uitgesproken voor een eigen kandidaat, die het bij de verkiezingen tegen bondskanselier Helmut Kohl moet opnemen. Door Schröders moderniseringskoers te steunen, lijken de kaarten geschud. Hoogstwaarschijnlijk wordt hij nu de kandidaat.

Het programma zelf bevat enkele punten die in de partij tot voor kort taboe waren, hoewel het bestuur het oorspronkelijke plan in een aantal opzichten heeft afgezwakt. Zo legt de SPD uitdrukkelijk het accent op vergroting van de economische groei door stimulering van technologische innovatie op het gebied van gen- en biotechnologie, flexibele arbeidstijden en hervorming van collectieve arbeidsovereenkomsten in bedrijven. In economisch moeilijke tijden moeten werknemers “een bijdrage leveren in het behoud van de onderneming”, waarmee inlevering van salaris wordt bedoeld.

Uit Amerika, waar Schröder in het voorjaar rondreisde om de 'banenmachine' te onderzoeken, heeft de SPD-politicus de term Re-inventing Government meegenomen. De staat moet slanker worden en tegelijkertijd bij de 'renaissance van de sociale markteconomie' een actievere rol spelen. Arbeid is te duur geworden en in samenspraak met werkgevers en werknemers moet een daling van de loonkosten worden doorgevoerd. Het sociale zekerheidsstelsel dient te worden hervormd, waarbij werknemers een groter deel voor hun rekening dienen te nemen. Om het particuliere vermogen te vergroten wil de SPD deelname aan optieregelingen en het bezit van aandelen stimuleren.

Net als bondskanselier Helmut Kohl willen ook de sociaal-democraten de hoge werkloosheid van 4,4 miljoen halveren. De opstellers van het programma willen deeltijdbanen bevorderen, maar de SPD beseft dat dit niet genoeg is. “Werk in plaats van werkloosheid” moet worden gefinancierd. Een “sociaal minimum aan inkomen en vermindering van de werkloosheid kunnen met elkaar in overeenstemming worden gebracht”, meent Schröder. Ook de SPD schrikt er niet langer voor terug om met lichte dwang werklozen aan de slag te krijgen door lage-lonen-banen te subsidiëren.

In het belang van de exportindustrie moeten de wisselkoersen stabiel blijven. De “Europese muntunie kan een belangrijke bijdrage zijn”, staat in het document - een scherpere tekst (“is een belangrijke bijdrage”) werd na interventie van Schröder afgezwakt.

Met het aanvaarden van deze nieuwe economische koers schuift de SPD, net als een aantal West-Europese zusterpartijen, op naar het politieke centrum. Dat is opvallend, omdat verschillende voorstellen uit Schröders programma door de linkse partijvoorzitter Oskar Lafontaine eerder zijn afgedaan als “neo-liberaal gezwets”. Waarschijnlijk heeft Lafontaine met het oog op Schröders aanhoudende populariteit in de maandelijkse verkiezingspeilingen eieren voor zijn geld gekozen. Wil de SPD na vijftien jaar oppositie weer politieke verantwoordelijkheid dragen, is het wijzer de ogen niet langer te sluiten voor de economische werkelijkheid. Velen uit de basis van de partij horen tot het leger werklozen en zij willen niets liever dan een baan.

Het aanvaarden van Schröders programma door de partijtop is nog maar het begin van een vernieuwing. De veranderingskoers moet nog door de achterban van de partij worden geaccepteerd op de jaarlijkse vergadering in december te Hannover.

De inkt van Schröders voorstellen was nog niet droog of de plannen stuitten op scherpe kritiek van de linkervleugel verenigd in de 'Frankfurter Kring'. Er was met 'alle' sociaal-democratische principes gebroken. Bij Schröder geen woord over afschaffing van atoomenergie, en de milieubelasting is verwaterd. Doordat de plannen de zegen hebben van voorzitter Lafontaine, is de kans evenwel groot dat ook de oude linkse achterban zich op het partijcongres naar de nieuwe lijn zal voegen.

Het SPD-programma is niet revolutionair en vertoont zelfs - tot grote schrik van de regeringscoalitie - verdacht veel overeenkomst met dat van Kohls kabinet. Als Schröder en Lafontaine erin slagen de vrede in de partij te bewaren, Schröder kandidaat-kanselier wordt en Lafontaine voorzitter blijft, zal Kohl aan deze nieuwe SPD een zware dobber krijgen.