Spaanse justitie verliest gezag

De meest gedecoreerde bestrijder van de Baskische terreurbeweging ETA verdween gisteren in de gevangenis. De zaak rond de doodseskaders waarin hij betrokken is speelt het justitiële apparaat onverminderd parten.

MADRID, 16 SEPT. Uitgerekend op de dag dat koning Juan Carlos officieel het nieuwe 'juridische jaar' opende, in Spanje de rechterlijke variant van Prinsjedag, werd hij opnieuw gevangen gezet: Enrique Rodriguez Galindo weigerde een borg van 25 miljoen peseta's (bijna 350.000 gulden) te betalen en verdween naar een militaire gevangenis nabij Madrid. Hij wordt ervan verdacht persoonlijk leiding te hebben gegeven aan de ontvoering, marteling en uiteindelijk executie van José Antonio Lasa en José Ignacio Zabala, twee jeugdige ETA-sympathisanten.

De moord op het tweetal in 1983 wordt gezien als een van de meest spraakmakende acties van de Grupos Antiterroristas de Liberación, de clandestiene doodseskaders die in de jaren tachtig werden ingezet in de 'vuile oorlog' tegen de ETA. De vervolging van de zaak bracht de doodsteek toe aan het vorige kabinet van ex-premier Felipe González, en blijft diens socialistische partij hardnekkig dwarszitten.

Galindo ontkent iedere betrokkenheid, maar betaalde geen borg. “Niet uit arrogantie, maar uit loyaliteit en solidariteit met twee van mijn ondergeschikten”, aldus een verklaring van de generaal die door zijn advocaat werd voorgelezen. Twee agenten uit de beruchte Intxaurrondo-kazerne, de nabij San Sebastián gelegen Guardia Civil-uitvalsbasis waar Galindo jarenlang de scepter zwaaide, zitten vast op verdenking van de ontvoering en moord op Lasa en Zabala.

Het gebaar van solidariteit van hun voormalige bevelhebber mag niet verhinderen dat een van de verdachte Guardia Civil-agenten heeft getuigd dat Galindo persoonlijk betrokken was bij de ondervraging van de slachtoffers. Lasa en Zabala verdwenen in 1983 spoorloos uit het zuiden van Frankrijk. Maanden later verklaarden de doodseskaders zich verantwoordelijk voor hun dood. Pas in 1995 werden hun stoffelijke resten teruggevonden.

Nog altijd is het justitiële apparaat de klap van de affaire rond de doodseskaders niet te boven. Het onderzoek in de affaire viert dit najaar zijn tienjarig jubileum: eind 1987 was het de beroemde onderzoeksrechter Baltasar Garzón die voor het eerst twee politie-agenten ondervroeg op verdenking van hun betrokkenheid bij de doodeskaders. Politiek zorgde de affaire van de doodseskaders voor de ondergang van het socialistische kabinet van ex-premier Felipe González. De kwestie loopt daarnaast parallel met de crisis binnen justitie, zo bleek gisteren tijdens de plechtige opening van het justitiële jaar. Terwijl de generaal bij de rechtbank in een auto richting gevangenis werd gezet, sprak in hetzelfde gebouw Javier Delgado, president van de Hoge Raad, sombere woorden. Sinds 1987 is het vertrouwen in de rechtspraak dramatisch gedaald, zo haalde de magistraat een enquête aan. Er wordt geklaagd over de eindeloze traagheid en rechtsonzekerheid. De helft van de Spanjaarden vindt dat rechters en officieren allesbehalve onafhankelijk zijn en zich rechtstreeks laten beïnvloeden door aanvallen in de pers. De al dan niet politiek geïnspireerde vetes die binnen de rechtbanken worden uitgevochten maken de zaak er niet beter op. Volgens Delgado is het hoog tijd voor een pact met de politiek om het justitiële apparaat ingrijpend te verbeteren.

Een goed voorbeeld van de vertrouwenscrisis is onderzoeksrechter Javier Gómez de Liaño, die de zaak-Galindo onder zijn hoede heeft. Goméz de Liaño is zelf onderwerp van juridisch onderzoek, wegens zijn opmerkelijke ijver in een andere kwestie. De onderzoeksrechter is volgens velen zijn boekje ver te buiten gegaan in een onderzoek tegen de machtige uitgever Jesús de Polanco, een bekende vriend van de socialistische partij. Polanco en een belangrijk deel van zijn zakelijke partners dreigden in de cel te belanden op basis van een uiterst dubieuze klacht over mogelijke financiële manipulatie. Gómez de Liaño, die reeds herhaaldelijk door rechters op de vingers werd getikt wegens juridisch ontoelaatbaar handelen, zou zich daarbij rechtstreeks hebben laten manipuleren door een aantal zeer conservatieve kennissen die er op uit zijn de socialistische oppositie publicitair de nekslag toe te brengen.

Ook bij de arrestatie van Galindo bleek andermaal dat justitie en politiek in Spanje nog altijd moeite hebben met het afbakenen van hun terrein. Met enige gretigheid beschuldigde Galindo's advocaat de huidige conservatieve regering van premier Aznar ervan achter de detentie van zijn cliënt te zitten. Justitie laat zich gebruiken voor wat extra propaganda tegen de socialistiche oppositie, zo is de redenering. Dit werd vrijwel direct tegengesproken door de minister van Justitie Margarita Mariscal. De socialistische woordvoerder Juan Manuel Eguiagaray op zijn beurt stak onmiddellijk de loftrompet over de verdiensten van de voormalige terroristenjager Galindo. “Spanje weet zijn werk op waarde te schatten tegenover diegenen die deze zaak gebruiken als een proces tegen de socialisten”, aldus Eguiagaray. De vervolging van Galindo bleek daarmee nog altijd een politieke tijdbom.

Dat Galindo vorig jaar werd betrapt op een persoonlijke pelgrims-tocht naar het praalgraf van wijlen dictator Francisco Franco, waar hij ter nagedachtenis van de Generalissimo een kleine bede uitsprak, doet daarbij minder ter zake. De ontvoering en moord door de ETA op het Baskische raadslid Miguel Angel Blanco afgelopen juli heeft de algemene walging van de Baskische terreur-organisatie tot ongekende hoogte opgevoerd. Een vuile oorlog tegen de ETA onder leiding van een bedenkelijke generaal roept minder dan ooit verontwaardiging op. Met meer verwachting wordt uitgekeken naar het massa-proces tegen de top van Herri Batasuna, de politieke arm van de ETA, dat begin oktober zal plaatsvinden.