Sociale nota: werken aan de onderkant van de arbeidsmarkt

Onderkant, onderkant en nog eens onderkant. Het is de variatie van minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) op het kabinetsadagium 'werk, werk en nog eens werk'. Hij is er in zijn Sociale Nota 1998 duidelijk over: de problemen zitten aan de onderkant van de arbeidsmarkt. “De werkloosheid is onder laagopgeleiden twee keer zo hoog als gemiddeld.” Dus daar moet geld naartoe. Veel geld.

Bekend was al de permanente subsidie van jaarlijks bijna 40.000 gulden voor elk van de 40.000 extra banen die eind volgend jaar aan de onderkant van de arbeidsmarkt bij gemeenten en zorginstellingen moeten zijn gecreëerd. Het banenplan dat de naam draagt van de PvdA-bewindsman op Sociale Zaken heeft tot nu toe 19.865 arbeidsplaatsen van 32 uur opgeleverd. De overige banenplannen worden vanaf volgend jaar samengevoegd en komen onder verantwoordelijkheid van de gemeenten. Die krijgen jaarlijks samen 1,8 miljard gulden te besteden. Verder krijgt het laaggeschoolde schoonmaakwerk volgend jaar een subsidieregeling. De 'witte werkster' komt uit de experimentensfeer en kan haar diensten aanbieden in heel Nederland. Om uitkeringsgerechtigden tot een laagbetaalde baan te verleiden, gaat de aftrekpost voor mensen met werk, het arbeidskostenforfait, omhoog. Kosten: 600 miljoen.

Dan is er nog de verdubbeling van de SPAK, de specifieke afdrachtskorting. Werkgevers die iemand in dienst hebben met een loon van maximaal 115 procent van het minimumloon van 2.200 gulden, krijgen 3.660 gulden subsidie. Als de werknemer ook nog eens één jaar werkloos is geweest, kan de subsidie in vier jaar oplopen tot ruim 8.000 gulden per jaar, meer dan de totale werkgeverslasten. De kosten voor verhoging van de SPAK bedragen volgend jaar 400 miljoen gulden. Waar de afdrachtskorting de werkgever 'beloont', kondigde Melkert onlangs aan ook de werknemers die met een laagbetaalde baan genoegen nemen, via de fiscus te belonen. Hoe meer ze verdienen, hoe lager die beloning.

Wat zullen al die 'onderkant-maatregelen' opleveren aan blijvende werkgelegenheid? De Sociale Nota, waarin de bewindslieden van Sociale Zaken elk jaar hun beleid uitstippelen, beantwoordt die vraag niet. Wel onderstrepen Melkert en De Grave enkele malen dat “het werkgelegenheidsbeleid van het kabinet belangrijk bijdraagt aan de aanzienlijke daling van de (langdurige) werkloosheid”.

De Macro Economische Verkenning 1998 van het Centraal Planbureau doet een voorzichtige poging de lange-termijneffecten in te schatten van een van de meest populaire producten uit de etalage van Melkert, de SPAK. Vooral het midden- en kleinbedrijf kan er volgens staatssecretaris Vermeend (Financiën) niet genoeg van krijgen. Van de 400 miljoen die volgend jaar in de SPAK wordt gestoken komt volgens het Planbureau 250 miljoen bij de bedrijven terecht. “Bij een lastenverlichting van deze omvang is het effect op de werkgelegenheid in 1998 zo'n 1.500 arbeidsjaren en op de lange termijn 5.000.” Daar kan Melkert het mee doen.

Beleidswijzigingen, concludeert het Planbureau, dragen weliswaar bij aan de groei van het arbeidsaanbod, maar zijn niet doorslaggevend. Tot teleurstelling van Melkert heeft zijn beleid de afgelopen vier jaar het aantal uitkeringen met slechts 150.000 doen afnemen. De werkgelegenheid is in dezelfde periode gestegen met 465.000 arbeidsplaatsen.

Het fors groeiende wereldhandelsvolume lijkt een belangrijker pijler onder de groei van de werkgelegenheid dan het Haagse werkgelegenheidsbeleid. Volgend jaar draagt de uitvoer voor twee procentpunten bij aan de economische groei van 3,75 procent. “Nederland is niet onkwetsbaar voor conjunctuurbewegingen”, zei Zalm in een toelichting op zijn Miljoenennota, “maar we doen het beter dan de ons omringende landen, dus ergens moeten we er ongevoelig voor zijn”. Maar is dat geluk of wijsheid, vroeg Melkert zich af bij de toelichting op zijn begroting. Hij koos voor het laatste.

Het is geluk, zeggen sceptici van het Poldermodel en ze wijzen op de kwetsbaarheid van dat geluk. Kwetsbaar, omdat het buitenland zo'n grote rol heeft in het succes, en kwetsbaar omdat er naar hun oordeel nauwelijks reserves worden ingebouwd voor als het slechter gaat. En slechter zal het gaan, aldus Zalm, want de hoogconjunctuur kan niet blijven duren.

Die opvatting resulteert evenzeer in een voorzichtige houding van werkgevers waar het gaat om het aannemen van werknemers in vaste dienst. Korte contracten of langere die eenvoudig kunnen worden opgezegd, zijn de symptomen van de nieuwe arbeidsmarkt waarvan de Sociale Nota gewaagt. Bedrijven willen snel kunnen inspelen op fluctuaties in de markt en het personeel moet zich daarom flexibel opstellen. Als tegenprestatie moeten werkgevers plooibaar zijn als een werknemer voor de kinderen wil zorgen, iets bij wil leren of een half jaar weg wil met de zeilboot.

Juist die flexibiliteit maakt een steeds grotere groep mensen kwetsbaar die bereid zijn onder de voorwaarden van tijdelijke contracten te werken. Dat is althans een conclusie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Als het 'rampjaar' van Zalm aanbreekt, zijn de talrijke flex-werkers volgens het CBS de eersten die op straat staan. Melkert stelt daartegenover dat drie jaar achtereen werken op tijdelijke contracten goed is voor een vaste aanstelling.

De korte-termijncontracten worden niettemin onder andere afgesloten in een sector waar een schreeuwende behoefte is aan gekwalificeerd personeel, de informatietechnologie. Dat is niet het enige knelpunt op de arbeidsmarkt. Ook in de financiële dienstverlening en in sommige industrietakken moeten werkgevers nieuw personeel met een lantaarntje zoeken. Mensen vinden voor óp de werkvloer is geen probleem, zeker gezien de maatregelenlawine van Melkert die de “instroom van mensen met een laag productieniveau wil verhogen”. Bedrijven hebben echter behoefte aan hoogproductieve mensen bóven de werkvloer, zeg maar in de controlekamer. Wegens het gebrek aan hoger opgeleide technische mensen nemen werkgevers in arren moede middelbaar geschoold personeel aan op tijdelijke contracten.

Oplossen van het gebrek aan hooggeschoold technisch personeel is een kwestie van lange adem, zo blijkt uit een passage in de Miljoenennota van VVD-minister Zalm. “Kwaliteitsverbetering van ons relatief laagwaardige productenpakket” is nodig om te voldoen aan de steeds hogere eisen van de internationale economische structuur met zijn groeiende concurrentie.

Daar kan mijn PvdA-collega Melkert met zijn electoraal handige korte-baanwerk van 'onderkant, onderkant en niets anders dan de onderkant' van de arbeidsmarkt nog een puntje aan zuigen, lijkt Zalm te willen zeggen.