Polderglorie...

HET KABINET-KOK kan oprecht tevreden zijn. Met nog een kleine acht maanden te gaan tot de verkiezingen is vandaag een begroting gepresenteerd die er wezen mag. De wijzers staan stuk voor stuk in de goede richting: alles wat moet stijgen stijgt, alles wat moet dalen daalt.

De voornemens zoals die in 1994 waren neergelegd in het regeerakkoord van PvdA, VVD en D66 worden bijna allemaal ruimschoots gehaald. Het overheidstekort komt volgend jaar aanzienlijk lager uit dan bij de start van het kabinet was voorzien, de beloofde lastenverlichting voor burgers en bedrijven valt flink hoger uit, er komen nog eens 100.000 mensen extra aan de slag bovenop de 275.000 mensen die al waren geraamd. De besteedbare inkomens ten slotte zullen deze kabinetsperiode over de hele linie meer zijn gegroeid dan in 1994 werd verondersteld. Kortom, met dit rapport hoeft het kabinet de aanstaande confrontatie met de kiezer niet echt te vrezen.

Zelfs zelfgenoegzaamheid kan het kabinet niet worden verweten. De voorspoedige ontwikkeling van de economie is een verdienste van de samenleving als geheel, luidt de boodschap die uit tal van de vandaag dan eindelijk officieel gepubliceerde begrotingsstukken naar voren komt. Illustratief is wat dit betreft de eerste zin van de Troonrede die de koningin vanmiddag uitsprak. Daarin stelde zij dat Nederland dankzij de inspanningen van zeer velen belangrijke vooruitgang heeft geboekt.

DE BEGROTING is er een van een nationaal kabinet. Nederland is het eenvoudigweg heel erg met zichzelf eens, zo blijkt. Hoewel het poldermodel officieel niet bestaat, gedraagt iedereen er zich wel naar. Over de richting van het beleid bestaat tussen de hoofdstromen van de politiek, maar ook tussen de hoofdrolspelers in het sociaal-economisch krachtenveld een zeer grote mate van overeenstemming. De discussie blijft over het algemeen beperkt tot de maatvoering. Het onvermijdelijke gevolg van dit gegeven is wel dat het kabinet zich geen grote stappen kan veroorloven.

Dit bleek ook uit de Troonrede van vanmiddag. Die was, net als de polder, vlak. De woorden van de koningin bleven beperkt tot een keurige opsomming van resultaten en nog resterende voornemens. Het gaat goed, maar we moeten met z'n allen proberen het nog beter te doen door op de ingeslagen weg voort te gaan, was de rode draad. Weinig wervend, maar geheel in lijn met de stijl van het kabinet, dat geen andere ambitie heeft dan vooral 'gewoon' te zijn.

Toch schuilt in deze houding ook een risico. De onder druk van D66 tot stand gekomen samenwerking tussen PvdA en VVD betekende drie jaar geleden voor de Nederlandse politieke verhoudingen een doorbraak. Economische meewind en de pragmatische mix van sociaal-democratie en liberalisme wekken nu de indruk dat paars voor goud staat. Echte keuzes hoeven niet te worden gemaakt, want alles kan worden afgekocht. Maar daardoor blijft onduidelijk wat nu de meerwaarde van paars is.

VAN DE KIEZER wordt volgend jaar mei wel een keuze verwacht. Zeker nu de coalitiepartijen al de intentie hebben uitgesproken in principe met elkaar door te willen gaan, zal het nog veel overtuigingskracht vergen de kiezers naar de stembus te krijgen. Het beleid lijkt een vanzelfsprekendheid, maar het is juist aan politici om duidelijk te maken dat er altijd afwegingen aan ten grondslag liggen. Juist op dat punt verschaffen Troonrede en Miljoenennota de kiezers weinig helderheid.