Per inwoner 27.500 gulden schuld

De uitgaven van het rijk bedragen volgend jaar 219,3 miljard gulden. Het rijk incasseert 201,7 miljard.

De economische groei van 3,8 procent leidt tot een stijging van de werkgelegenheid met 133.000 banen. De werkloosheid daalt van 455.000 naar 400.000.

De staatsschuld stijgt met 18,9 miljard gulden tot 430.651.000.000. Omgerekend bedraagt de staatsschuld bijna 27.500 gulden per inwoner.

Over de staatsschuld moet volgend jaar 30,4 miljard gulden rente worden betaald; per dag betaalt iedere Nederlander vijf gulden rente.

De inflatie bedraagt volgend jaar 2,3 procent.

De koopkracht voor de meeste mensen stijgt. Mensen met een modaal inkomen (ongeveer 50.000 gulden) zien hun inkomen met 1,3 procent stijgen. De koopkracht van uitkeringsgerechtigden stijgt met één procent, onder meer als gevolg van de volledige koppeling van de uitkeringen aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven. De alleenstaande AOW'er gaat er vier procent op vooruit. Mensen met een twee keer modaal inkomen gaan er 1,3 procent op vooruit.

Om de wachtlijsten in geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg en thuiszorg te verminderen, is 235 miljoen gulden extra beschikbaar gesteld.

De capaciteit voor de opvang van schoolgaande kinderen (in de leeftijd van vier tot twaalf jaar) wordt uitgebreid. Daarvoor stelt het kabinet in 1998 en 1999 in totaal 160 miljoen gulden beschikbaar.

Het Nederlandse bedrijfsleven krijgt 155 miljoen gulden extra steun voor exporten naar en investeringen in ontwikkelingslanden.

Nederland wil in 1999 lid worden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Andere kandidaten zijn Griekenland en Canada. Twee van de drie kandidaten kunnen een zetel krijgen.

Het kabinet stelt 270 miljoen gulden per jaar beschikbaar voor kleinere klassen in de onderbouw van de basisschool. Daarna telt een groep gemiddeld nog 24,5 leerlingen.

De lasten voor burgers en bedrijfsleven worden volgend jaar met 3,9 miljard gulden verlicht. In totaal komt de lastenverlichting in deze kabinetsperiode uit op bijna 17 miljard gulden.

De lokale lasten voor burgers worden met 100 gulden per huishouding verlaagd.

De kinderbijslag wordt met 30 gulden per kind verhoogd.

Het collegegeld voor studenten op hogescholen en universiteiten stijgt opnieuw met 175 gulden, van 2.400 gulden in het studiejaar 1996/1997 naar 2.575 dit collegejaar tot 2.750 in het academisch jaar 1998/1999.

Met ingang van dit studiejaar zijn beginnende studenten met recht op een studiefinanciering niet meer in het ziekenfonds verzekerd.

Agrarische bedrijven krijgen volgend jaar een lastenverlichting van gemiddeld 3.900 gulden.