Overal ter wereld spierinkjes uitgooien om kabeljauwen te vangen

BUITENLANDSE ZAKEN

H.A.F.M.O. van Mierlo (D66); Budget: 8,2 miljard (waarvan 6,8 voor ontwikkelingssamenwerking); Percentage van de totale begroting: 3,74; Ambtenaren: 3.900

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

J.P. Pronk (PvdA); Budget: 6,8 miljard; Beschikt over ambtenaren van Buitenlandse Zaken

DEFENSIE

Nederland moet beter voor zichzelf opkomen in de wereld en het bedrijfsleven moet daarvan profiteren. Dat is de kern van het buitenlands beleid zoals dat na de 'herijking' van eind 1995 gestalte krijgt. Daarbij werd besloten het beleid van de ministeries die zich bezighouden met het buitenland beter te coördineren en uit te voeren. Maar liefst drie ministers, Wijers (Economische Zaken), Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) en Van Mierlo (Buitenlandse Zaken), presenteren een begroting van in totaal 8,4 miljard aan buitenland-uitgaven.

Minister Pronk vat het zo samen: “Wij moeten overal in de wereld waar dat zin heeft kleine spierinkjes uitgooien om grote kabeljauwen te vangen. Die grote vissen komen zowel de landen in ontwikkeling als Nederland ten goede.” Hij wees erop dat de hulp minder belangrijk is geworden nu blijkt dat de particuliere kapitaalstromen naar landen in ontwikkeling in zes jaar tijd zijn toegenomen van 40 miljard dollar naar 240 miljard, terwijl de totale hulp in die tijd afnam van 60 miljard naar 40 miljard dollar. Voor het nieuwe begrotingsjaar trekt Nederland daarvoor 6,8 miljard gulden uit. “Wat kan je dan nog met die hulp doen”, vraagt Pronk zich enigszins vertwijfeld af.

Hij wil landen die weinig of geen particuliere hulp krijgen door gesubsidieerde investeringen extra helpen, programma's financieren die met sociale ontwikkeling te maken hebben (basisonderwijs, gezondheidszorg, drinkwatervoorziening) en de richting van de kapitaalstromen uit particuliere initiatieven enigszins beïnvloeden.

Nederland gaat dus Nederlandse bedrijven extra steunen om samen met ontwikkelingslanden te zorgen voor groei van de economie. In het verleden paste het inschakelen van het eigen bedrijfsleven, de zogenoemde 'gebonden hulp', slecht in de opvattingen van de sociaal-democratische bewindsman, maar hij zei dat “iedereen het nu doet”. Daarvoor wordt 155 miljoen extra uitgetrokken op een totaal bedrag van 340 miljoen gulden. “Onze economische belangen zijn stevig verankerd in de begroting”, aldus Pronk.

Premier Kok en minister Wijers hebben maandenlang campagne gevoerd voor grotere steun aan het bedrijfsleven uit de ontwikkelingspot. Pronk heeft zich daar uiteindelijk bij neergelegd. Volgens Wijers moeten 'oude' ontwikkelingsbanden nu benut worden voor economische groei, zowel hier als in de ontwikkelingslanden.

Om die reden worden over de hele wereld meer diplomaten ingezet. Grotere consulaten in Ho Chi Minh Stad (Vietnam) en Djedda (Saoedi-Arabië), nieuwe posten in Guatemala en Guangzhou (China), een ambassade in La Paz (Bolivia) en vertegenwoordigingen in Rio de Janeiro (Brazilië) en Skopje (Macedonië). Verder komen er economische bureautjes in China en India, in de Russische Federatie en Brazilië.

Minister van Mierlo kondigde een fundamentele discussie aan in de Europese Unie en de Verenigde Naties over een gezamenlijk mensenrechtenbeleid. Van Mierlo: “Wellicht moeten daarvoor ook andere instrumenten worden gevonden.” Te denken valt aan stille diplomatie, persoonlijke missies of debatten in andere fora.

Van Mierlo verwacht dat de relaties met China beter zullen worden. China heeft zich dit voorjaar geërgerd aan een voorstel van Nederland, als voorzitter van de Europese Unie, om een resolutie voor te bereiden bij de VN-mensenrechtencommissie. Daarin zouden Chinese schendingen van mensenrechten worden veroordeeld. Frankrijk, Italië, Spanje en Frankrijk haakten echter af. Een Nederlandse handelsmissie naar China werd afgelast en goedkeuring voor exportcontracten en investeringen werd opgehouden.

Van Mierlo zou graag zien dat Nederland in 1999 lid wordt van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Andere kandidaten voor die plaats zijn Canada en Griekenland. De minister schat de kans voor Nederland niet laag in. “Als klein land zijn we herkenbaar in de Verenigde Naties en scoren we hoog”, aldus Van Mierlo.

Bij het toekomstig beleid van Defensie moeten een paar grote hobbels worden genomen. In de toelichting op de begroting wordt erkend dat er knelpunten zijn ten aanzien van de beschikbaarheid en de geschiktheid van eenheden voor vredestaken en de 'oude' landsverdediging. Voorhoeve schrijft dat een kleiner personeelsbestand (veertig procent minder militairen sinds 1990) meer en betere prestaties moet leveren. “De hogere eisen aan het personeel trekken een wissel op de motivatie.”

Daarom wordt het korps mariniers versterkt met 150 man, de genie krijgt er 78 militairen bij en de commando's, de vooruitgeschoven oren en ogen bij vredesoperaties, 87 militairen. Uitbreiding bij deze onderdelen is nodig, omdat de vredestaken in de toekomst grimmiger kunnen zijn. “Dergelijke operaties sluiten dus robuust optreden niet uit”, aldus de toelichting.

Bovendien wil Defensie dat militairen ook beter toegerust zijn voor civiele taken. Zij moeten kunnen meehelpen aan de opbouw van een land na burgeroorlogen en zij moeten projecten in het kader van de ontwikkelingssamenwerking kunnen uitvoeren. In de opleiding zal daar meer nadruk op worden gelegd. Mede als gevolg van de herijking van het buitenlands beleid is een nog grotere samenwerking voorzien tussen Defensie en Ontwikkelingssamenwerking.

Op grond van de toegenomen behoefte aan luchttransport, ook voor vredestaken, wordt de vliegbasis Eindhoven langer opengesteld voor luchtvervoer (van 06.00 uur tot 21.00 uur). Daarvoor komen 89 militairen en 6 burgers extra naar Eindhoven. De helikoptergroep krijgt er 179 militairen bij. Bij de marechaussee worden 137 extra mannen en vrouwen geworven, met name voor het bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit, drugshandel en toezicht op vluchtelingen- en migratiestromen.