Op het Noordeinde is het altijd Prinsjesdag

Het Haagse Noordeinde koestert zijn vorsten. De middenstand houdt de bewegingen ten paleize nauwlettend in de gaten. Een enkeling krijgt wel eens koninklijk bezoek, de rest verbeidt zijn tijd. “Wij wachten.”

DEN HAAG, 16 SEPT. De Rijksvoorlichtingsdienst beval taveerne De Prins een gefiguurzaagd prijzenbord van straat te verwijderen toen prins Willem-Alexander op het Noordeinde zijn intrek nam. “Daar heb ik nog de Story mee gehaald”, grijnst kroegbaas Peter van Biene, gevestigd op de hoek Noordeinde-Scheveningse Veer. Het bord staat nu binnen bij de bar: een gul lachende kroonprins, pilsje in de hand, blaadje wiet op de borst. De prins drinkt weleens een biertje bij de Ierse pub O'Casey's verderop, maar in De Prins heeft Van Biene hem nog nooit gezien.

Ernst Jan Beeuwkes, mode-ontwerper en hoedenmaker, kleedde ooit prinses Margriet en koningin Juliana. De laatste, nu prinses, kwam tot voor kort nog weleens langs voor een hoed, meestal met eigen ideeën over hoe die eruit zou moeten zien. “God dat hebben we weer mooi ontworpen, zei ze dan als het klaar was”, mijmert Beeuwkes. “Dat was altijd leuk.” De modekoning, sinds 1954 aan het Noordeinde gevestigd, betreurt het verlies aan grandeur rond het hof. “Vroeger werd er op Prinsjesdagen altijd groot gekleed, maar dat wordt minder. Ze zetten sommigen nog wel een hoed op maar that's it.”

In de Haagse winkelstraat Noordeinde wisselen hofleveranciers en uitbaters met een meer volkse handelsgeest (Van Buuren koninklijk eten, dagmenu ƒ 18,-) elkaar af. Het werkpaleis van de koningin, vandaag begin- en eindpunt van de gouden koets, ligt ongeveer halverwege de straat. Wie met zijn gezicht naar het paleis staat kan linksaf naar prijzige (mode)zaken, of rechtsaf naar café's, restaurants en allerhande galeries. De prins woont links naast het werkpaleis van zijn moeder. Aan de andere kant van zijn huis ligt 'Winkel Postbus 51', met in de etalage de tekst 'alle kon. huis video's per stuk 29,90'.

Hofleverancier of niet, veel winkeliers koesteren hun vorsten als kwetsbare kleinoden. “Ik wil hem een beetje beschermen”, zegt een kapper bij wie Willem-Alexander een paar weken geleden “heel gewoon” zijn haar liet knippen. Uit eerbied voor de prinselijke privacy blijft de kapper liever anoniem. Ook de verkoopster van Neuhaus, Belgische pralines heeft de prins “weleens binnengehad”, maar wat hij heeft gekocht “kan ik natuurlijk niet zeggen”. “Gelukkig heeft-ie wel bewegingsvrijheid”, zegt juwelier Eric Backers die de kroonprins 's ochtends weleens uit de voordeur ziet komen. “Meestal staat hier voor de deur één bodyguard en die andere loopt met hem mee.”

Antiquair Alexander van Leeuwen heeft vanuit zijn keukenraam uitzicht op het werkpaleis. “Als ik 's ochtends boven mijn koffie zit kan ik zien wanneer de vlag omhoog gaat. Mevrouw begint vroeg hoor, zeven uur.” Van Leeuwen, voorzitter van het buurtschap Noordeinde, heeft twee jaar geleden namens de buurt een welkomstcadeau bij de kroonprins bezorgd. “Een hele goede fles champagne, Dom Perignon.” Het buurtkrantje voor Beatrix geeft hij af bij de marechaussee. “Heel lang geleden” heeft de vorstin in zijn winkel “een antiek ornament” gekocht, hij kan zich niet precies herinneren wat. “Hele aardige vrouw”, zegt hij. “Fantastische humor.”

'Huis van Brandtwijck' aan het Noordeinde werd paleis toen de Staten van Holland het in 1592 huurden voor Louise de Coligny, weduwe van prins Willem van Oranje. In de daaropvolgende eeuwen werd het onder meer bewoond door Maria de' Medici, prins Frederik Hendrik, de Franse generaal Pichegru en koning Willem I. In 1880 werd de latere koningin Wilhelmina er geboren. In die tijd groeide het Noordeinde, begonnen als zompig uiteinde van het dorp Die Haghe, uit tot een deftige straat. Wilhelmina kocht kersenbonbons bij Ververschings-Salon Krul, dichters als Bloem en Roland Holst frequenteerden café De Kleine Witte, nu de Prins Taveerne. Na de Tweede Wereldoorlog verloor het paleis zijn vorstelijke bewoning, maar in 1969 maakte koningin Juliana bekend dat haar dochter er haar werkpaleis zou vestigen. De restauratie was in 1984 gereed.

Over het effect van de terugkeer van Oranje zijn de meningen verdeeld. “De politie treedt strenger op met parkeren enzo”, meent de kroegbaas van De Prins. “Om het netjes te houden voor die meneer. Dat scheelt mij toch wel klandizie.” “De huren zijn omhoog gegaan”, constateert antiquair Van Leeuwen. “Geheel ten onrechte. Op zichzelf trekt de koningin geen mensen aan die dure dingen kopen.” Chocolaterie Neuhaus heeft profijt van de paleistoeristen, vooral Japanners. “Die vinden dat prachtig, die oude Europese merken”, aldus verkoopster Carin Scheer. “Ze nemen best aardig wat mee om de mensen thuis lekker te verwennen.” Juwelier Backers, gespecialiseerd in familiewapens en zegelringen: “Er zijn nog weleens Amerikanen die komen informeren of er bij hun naam soms een familiewapen staat.”

Veel winkeliers hopen al dan niet heimelijk op koninklijk bezoek. Nosrat Azami van Apadana Perzische Tapijten levert wel aan ambassades, maar tot op heden niet aan het paleis. Hij slaakt een theatrale zucht. “Wij wachten.” Ernst Jan Beeuwkes, die aan hofhouding onder zijn clientèle geen gebrek heeft, zou het prachtig vinden als Emily Bremers hem ontdekte, de vermeende vriendin van de kroonprins die een paar straten verderop woont. “Beeldig mens, lijkt me leuk om aan te kleden. Ze is nog jong, dus who knows.” Kroegbaas Peter van Biene stelt zich tevreden met het personeel van de koninklijke stallen, gelegen achter de paleistuin. “Die komen vaak eten en houden hier hun afscheidsborrels. Ik heb eigenlijk meer aan de stallen dan aan de prins.”