Nieuwe regels voor ballonvaart zijn omstreden

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft strengere regels aangekondigd voor de ballonvaart. Amateurs vrezen dat die er vooral toe zullen leiden dat hun hobby onbetaalbaar wordt.

ROTTERDAM, 16 SEPT. Op een voetbalveld in Schoonhoven deinst de samengestroomde jeugd achteruit als Sjaak Struyk van ballonbedrijf Aerostat Rotterdam de brander ontsteekt van zijn luchtballon. “Weg!, Weg!” roept hij naar een jongetje dat te dichtbij staat. Aangewakkerd door een grote ventilator blaast een kronkelend gele vlam van ruim een meter hete lucht in de ballon met een inhoud van 3.500 kubieke meter. Het geluid van het loeiende vuur, dat de temperatuur binnenin de ballon tot boven de honderd graden Celsius opvoert, overstemt het opgewonden kindergejoel.

“Er zit een gat in de luchtballon, oom Klaas”, wijst een jonge vrouw met een videocamera. In het ballondoek zit aan de onderkant van de ballon een scheurtje van ongeveer twee decimeter “Twéé gaten”, corrigeert oom Klaas die als passagier meegaat. “Die plakken we boven desnoods met kauwgom dicht”, zegt hij. Maar onder zijn grijze wenkbrauwen staan zijn ogen ernstig. Ingespannen speurt hij de ballon af naar meer mankementen. Behoedzaam stapt hij even later samen met twee andere passagiers bij piloot Struyk in het rieten mandje om op te stijgen. Even verderop heeft diens dochter Patricia een kleinere ballon van 1.800 kubieke meter in gereedheid gebracht. Met de ballon van haar vader vaart ze niet. Ze heeft pas twee maanden geleden haar ballonbrevet gehaald. Ze mist nog de ervaring om op een grotere ballon te varen.

In de Regeling vluchtuitvoering ballonvaart die op 22 september van kracht wordt, is vastgelegd dat ballonvaarders over ervaring op bepaalde ballontypen moeten beschikken alvorens passagiers te mogen meenemen. Om met passagiers te blijven varen, moeten zij voor de grotere ballonnen aantonen het afgelopen jaar minstens vijf vluchten met een gezamenlijke vluchttijd van ten minste vijf uren te hebben uitgevoerd.

Woordvoerder J. Maat van de vereniging van Professionele Ballonvaarders Nederland (PBN) vindt dat er tot nog toe “op zijn zachtst gezegd een onveilige situatie” bestaat. “Iemand die vandaag zijn brevet haalt op een klein formaat luchtballon, kan morgen met een ballon met vijfentwintig personen gaan varen. Dat is vergelijkbaar met iemand die een brevet op een sportvliegtuigje haalt en de volgende dag met een Jumbo gaat vliegen.”

De ballonvaarders moeten een vluchtplan bijhouden, zodat boeren in geval van schade verhaal kunnen halen. Hun vee kan gewond raken. Patricia: “Paarden schrikken het snelst, daarna koeien en dan pas schapen. Als een duur renpaard zijn been breekt omdat hij in paniek tegen een omheining loopt, kan de schade behoorlijk oplopen.”

Om passagiers te mogen vervoeren moeten balloneigenaren een vergunning aanvragen bij de Rijksluchtvaartdienst (RLD). Om de veiligheid van de sterk groeiende ballonvaart te verbeteren, heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat de regeling opgesteld. De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVVL) schat dat er met steeds grotere ballonnen zo'n zesduizend vluchten per jaar plaatsvinden. Volgens de KNVVL is dat een “vrij excessieve stijging” vergeleken met een paar jaar geleden.

Woordvoerder J. de Wilde van de KNVVL is het eens met de gestelde veiligheidsnormen, maar hij vindt dat de RLD de regulering van de ballonvaart “veel te ver” doorvoert. “Het is flauwekul om tijdens de vlucht bij te houden waar je van richting verandert en op welke hoogte je zit.” Doordat de RLD ballonvaarders als ondernemers aanmerkt, vreest De Wilde dat de regeling “een eerste opstapje naar afscherming van de passagiersmarkt voor een beperkte groep professionele ballonvaarders” is. De meeste ballonvaarders bekostigen hun hobby door passagiers mee te nemen of een sponsor aan te trekken. Ongelukken gebeuren doordat uitgerekend de beroepsvaarders te veel risico's nemen, aldus De Wilde. “Bij incidenten zijn vrijwel altijd beroepspiloten betrokken. Omdat die voor hun brood varen, gaan zij nog weg als anderen op de grond blijven.” De vereniging van Professionele Ballonvaarders Nederland ontkent dat zij de meeste brokken maken. “Die beschuldiging moet De Wilde eerst maar eens met harde cijfers staven.”

Voor beginnend pilote Patricia Struyk maakt de regeling niet zoveel uit. “Mijn vader is heel streng in de lucht. Ik ben twee jaar met hem meegevaren voordat ik mijn brevet heb gehaald.” Haar instructie bij het opstijgen is kort en bondig: “Alles mag, behalve roken, aan de touwen trekken en de slangen van de gasflessen doorbijten.”

Zij strekt haar armen uit naar de branders boven ons en zet die aan. Een steekvlam spuwt recht omhoog de ballon in. De temperatuur in het mandje loopt op tot dertig graden celsius.

Met een kleine slingerbeweging komt de ballon, bijna ongemerkt, van de grond. De huizen worden snel kleiner, en de druk op de oren verdwijnt pas na een paar keer slikken. Gezien vanaf 273 meter hoogte strekken de weilanden van de Krimpenerwaard zich kilometers achter elkaar uit. Grazende schapen zijn witte stipjes. De boerderijen lijken miniaturen.

Als Patricia de branders uitzet, is de stilte compleet. De wind, die de ballon voortdrijft, hoor je niet en je voelt hem ook niet. De stilte voegt iets onwerkelijks toe aan het uitzicht. Het lijkt alsof we op een vast punt in de hemel hangen, terwijl de wereld beneden zich langzaam ontrolt.

Veel later zet Patricia op veertig meter hoogte de branders weer aan, die ditmaal minder geluid maken. Om te landen koerst zij aan op een weiland zonder vee.

De ballon valt bij de landing direct om en blijft vlak voor een hek met schrikdraad liggen. Boer G. van Schaik uit Nieuwerbrug komt aangelopen. Hij heeft geen bezwaar tegen de ballon op zijn land. “Zolang er maar geen koppel koeien loopt.”