Met één kind in de kleuterklas minder het internationale strijdtoneel op

ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

J.M.M. Ritzen (PvdA)

Budget: 38,8 miljard

Percentage van de totale begroting: 17,69

Ambtenaren: 1.900

Klassen op de basisschool met gemiddeld één leerling minder. Een staalkaart die de prestaties van middelbare scholen openbaart. En universiteiten die een half miljard aan onderzoeksbudget moeten inleveren bij het onderzoeksinstituut NWO. Het lijkt een allegaartje aan maatregelen uit de begroting voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Maar minister Ritzen ziet dat anders. Dit zijn, zei hij op zijn persconferentie, stuk voor stuk samenhangende impulsen die de Nederlandse poldereconomie moeten verheffen tot 'kenniseconomie'. “Want zelfs nu nog exporteert Nederland meer varkens dan computers.”

Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen staat met de slogan 'Nederland Brainport' op het breukvlak van twee tijden. Het departement wil zich op weg naar de eeuwwisseling kunnen meten aan de 'internationale standaard'. Het is een taak die er zonder economische groei nooit gekomen was, maar die daarom nog niet gemakkelijk is. Door tal van bezuinigingen beleefden Ritzen en zijn departement zeven magere jaren. Vergeleken met andere OESO-landen zijn de uitgaven voor onderwijs, onderzoek en ontwikkeling laag. Leerplichtige scholieren zitten in de grootste klassen, studenten betalen opmerkelijk veel collegegeld en de salarissen van leraren zijn flink achtergebleven bij die van hun buitenlandse collega's.

Met de nadruk op kenniseconomie breekt voor de burger een nieuwe tijd aan. Hoewel zijn prestaties (nog) niet onderdoen voor die van de concurrentie moet hij, schrijft Ritzen, zijn leven inrichten op 'blijvend leren'. Leren op een zoveel mogelijk op hem toegesneden manier ('onderwijs op maat'). Dat begint op de basisschool in kleinere klassen met meer computers, wordt op de middelbare school vervolgd met een 'studiehuis' waarin leerlingen vanaf volgend jaar zelfstandig kunnen leren en in het middelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs met individuele onderwijsovereenkomsten en -contracten. Werkgevers die hun personeel laten (bij)scholen krijgen een belastingvoordeel en er komen meer mogelijkheden om werken te combineren met een studie in het beroepsonderwijs, op hogeschool of universiteit.

Ook voor scholen, universiteiten en hogescholen verandert het tij de laatste jaren van het millennium. Zij zullen als gevolg van de internationale aspiraties van het ministerie meer (publieke) verantwoording moeten afleggen. Zo wil minister Ritzen een top-tien samenstellen van opleidingen op hogescholen en universiteiten.

Staatssecretaris Netelenbos maakt over een jaar een ranglijst bekend met prestaties van middelbare scholen. Het onderzoeksinstituut NWO zal een half miljard onderzoeksbudget van de universiteiten herverdelen op basis van kwaliteit en maatschappelijke relevantie. En in ruil voor de klassenverkleining moeten scholen een 'leerlingvolgsysteem' opzetten en zich houden aan 'tussendoelen' voor taal en rekenen, waarin staat wat leerlingen in groep vier moeten kunnen en kennen. De bedoeling is dat deze maatregelen kwaliteit afdwingen. Want nadat de instellingen de afgelopen jaren op het financiële vlak meer vrijheden hebben verworven, is het hoog tijd dat, zo staat in de begroting, “de burger weet waar zijn belastinggeld blijft”.

Dat laat onverlet, erkent ook de minister, dat deze begroting voor enkele prangende, maatschappelijke problemen opnieuw geen oplossing weet. Hoe kan een strenge studiefinanciering worden gecombineerd met een brede toegankelijkheid tot het hoger onderwijs? Wat te doen met de negen procent leerlingen die al tijdens hun middelbare schooltijd afhaken en niet eens een diploma voorbereidend beroepsonderwijs of Mavo halen? En ook deze begroting blijft een antwoord schuldig op de steeds verdergaande segregatie in het onderwijs, al wordt voor het eerst openlijk erkend dat het aantal mono-etnische scholen groeit. “Er bestaat een groot risico dat deze kinderen in een isolement komen”, heet het. En: “We moeten hieraan de komende tijd aandacht geven.”

Het zijn stuk voor stuk vragen die de volgende minister zich ter harte kan nemen - en de enige vragen zijn het niet. Zo heeft dit kabinet een bezuiniging van 200 miljoen gulden op het hoger onderwijs doorgeschoven naar het volgende kabinet omdat de totale bezuinigingen op het hoger onderwijs, zoals afgesproken in het regeerakkoord, niet zijn gehaald.

Het volgende kabinet moet zich ook buigen over een nieuwe Cultuurnota, waarin voor de periode 2001 tot 2005 cultuurbeleid, cultuureducatie en vaste subsidies worden vastgelegd. En Ritzens opvolger of diens staatssecretaris zal de toekomst van de publieke omroep moeten uittekenen, omdat na het jaar 2000 de zendtijdvergunning voor omroepen afloopt. De huidige regering ziet na de eeuwwisseling in elk geval een taak voor de publieke omroep weggelegd als er sprake is van “een brede achterban en nieuws- en achtergrondinformatie wordt gegeven in al haar veelzijdigheid”.

Maar het is nog onduidelijk hoe omroepen moeten aantonen dat ze over zo'n achterban beschikken. Want dan is de koppeling tussen lidmaatschap van een omroep en het abonnement op het omroepprogrammablad vervallen.