Meer plussen en minder minnen

Het paarse kabinet maakt furore met het 'Poldermodel'. Terwijl de economie groeit, houden overheid, werkgevers en werknemers samen de welvaartsstaat overeind. Vijf huishoudens bespreken hun financiën.

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) geeft per geval, met plussen en minnen, aan hoe het volgend jaar waarschijnlijk voor hen zal lopen.

Pieter Smits (40) is directeur en grootaandeelhouder van TTP/Disk'AD, Smits: “Zeg maar een reclame- en marketingbureau gespecialiseerd in nieuwe media”. Na gewerkt te hebben voor Elsevier en Cebuco, begon hij op zijn 35ste voor zichzelf.

Bij TTP/Disk'Ad werken nu veertien mensen. Met behulp van Internet en cd-rom maken ze interactieve catalogi, presentaties voor bedrijven en interactieve (sport)spellen.

Ondernemen in Nederland is “niet makkelijk”, vindt Smits. “Zowel zakelijk als gevoelsmatig is het onrechtvaardig om belasting te betalen over geld waar je al een paar keer belasting over hebt betaald. Omzetbelasting, vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, dividendbelasting. Ik hoef niet zo nodig in een Ferrari te rijden, maar dan kijk je achterom, heb je verdomd hard gewerkt, eerder 100 uur dan 60 uur, het verdiende voor meer dan de helft naar de belasting gebracht, en over de rest kun je dan nog een keer vermogensbelasting betalen. Dan denk ik, houdt het nooit op? Die vermogensbelasting mag van mij dus inderdaad afgeschaft worden. En als ik een deel van het bedrijf zou verkopen, kan ik nog eens de verhoogde aanmerkelijk-belangbelasting betalen. Dat zou voor mij dus een reden zijn om te verhuizen naar weet ik waar.”

“Ik heb niks tegen belasting betalen, maar het zijn alle regeltjes bij elkaar. Wij denken er over om werknemers te belonen met een optieregeling, maar lees de krant, het wordt al weer onaantrekkelijk gemaakt. Hoe moet ik goede mensen vasthouden? Door ze meer te betalen, maar dat wordt weer belast, en dat moet ik dus eerst verdienen. Het tast je internationale concurrentiepositie aan. Zeker in deze branche moet je kunnen concurreren met buitenlandse bedrijven. Dat dwingt me bijna tot exotische constructies. We denken er serieus over om met bv's naar het buitenland te gaan. Het vraagt om truukjes, om creatief schuiven in de boekhouding. Alles binnen de regels hoor, en je hebt er een slimme accountant voor nodig, wat ook een hoop geld kost.”

“Nog zo'n verandering: een directeur-grootaandeelhouder moet tegenwoordig een minimumsalaris hebben, minstens zo veel verdienen als zijn bestbetaalde werknemer, ten minste 78.000 gulden. Moet een inspecteur mij komen vertellen hoeveel ik mag verdienen? Wij hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd, en ik, trouwens ook mijn collega's, hebben de broekriem soms behoorlijk aan moeten trekken. Aan de andere kant is het ook makkelijk om de belastingdienst de schuld te geven als het fout gaat. Er zijn genoeg bedrijven die het goed doen. In die competitie wil ik, gegeven de regeltjes van het spel, net iets slimmer zijn dan de anderen. Dat lukt ons ook. En de beloning voor de ondernemer is uiteindelijk geld.”

De koopkracht van Pieter Smits is voor volgend jaar moeilijk in te schatten. Die is immers vooral afhankelijk van het resultaat van zijn bedrijf. De verwachting is echter dat de winstgevendheid van het Nederlandse bedrijfsleven volgend jaar flink stijgt. Aangezien ook voor ondernemers de inkomstenbelasting en de vermogensbelasting dalen, zal de koopkracht van Pieter Smits flink stijgen.

Een 10 procent hogere winst volgend jaar zal leiden tot een ongeveer 9 procent hoger besteedbaar inkomen. Aangezien hij ook, met eigen huis en auto van de zaak, wat minder last heeft van inflatie, zal hij een koopkrachtwinst boeken van 7,5 procent.