Meer plussen en minder minnen

Het paarse kabinet maakt furore met het 'Poldermodel'. Terwijl de economie groeit, houden overheid, werkgevers en werknemers samen de welvaartsstaat overeind. Vijf huishoudens bespreken hun financiën.

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) geeft per geval, met plussen en minnen, aan hoe het volgend jaar waarschijnlijk voor hen zal lopen.

B. Hagoort (67) en zijn vrouw N.W. Hagoort-Hoogwerf(62) wonen in Numansdorp. Tot hij in 1990 met de VUT ging, was Hagoort afdelingschef bij Koni schokdempers.

Naast hun AOW ontvangen de Hagoorts een pensioen van circa 18.500 gulden bruto per jaar. “Dat noemen ze een klein pensioen, maar de gemiddelde werknemer in de metaal krijgt 5 tot 6.000 gulden. Dát is klein.”

“We mogen niet klagen”, zegt mevrouw Hagoort, maar haar man vindt het - “nooit een dag werkloos in 40 jaar” - geen vetpot. “Toen ik ophield met werken, ging ik er 644 gulden netto in de maand op achteruit. Daar kies je voor, maar de kosten stijgen. Mijn inkomen zakte onder de ziekenfondsgrens, toch moest ik particulier verzekerd blijven. We zitten nu weer in het ziekenfonds, maar jarenlang betaalde ik hoge premies, eigen risico en een eigen bijdrage van 20 procent voor medicijnen. En de vrouw tobt met de gezondheid.”

Hoewel het huis nu wordt gerenoveerd, blijft de huur relatief laag op circa 440 gulden per maand, omdat Hagoort zelf veel heeft opgeknapt. “Toch stijgt de huur altijd met 6, oké, dit jaar met 5 procent, maar zoveel stijgt mijn inkomen niet. Tel daarbij de onroerende-zaakbelasting op, die met bijna 40 procent omhoog ging toen de huizen uit de straat ineens van 81.000 op 141.000 gulden werden getaxeerd.”

Dat betekent in het dagelijks leven onder meer dat “je langer doet met je kleren, en ik wacht nu altijd op de uitverkoop”, zegt zijn vrouw.

“Ik maak ook weer meer zelf. Is nog leuk ook, ik zit zelfs weer op naailes met allemaal jonge meiden.”

“We kunnen veel zelf”, vult haar man aan. “De tuin bijvoorbeeld, ik heb vanmorgen nog vier kisten aardappels gerooid, maar als je alles moet laten doen, behangen en zo, dan kom je in de problemen.” “Dan gaat het gewoon niet”, zegt mevrouw Hagoort. Als actief lid van de PvdA en van de FNV stemt Hagoort bij de komende verkiezingen weer PvdA. “Nu hebben ze het over afschaffen van de vermogensbelasting, dat is 8 gulden per 1000, en dan heb je ook nog vrijstellingsgrenzen. Ha!, ik zou het best willen betalen. En dat willen ze compenseren met hogere accijnzen en verbruiksbelastingen. Vroeger reed ik een vrij goede auto, nu een tweedehandsje uit '85. Het is dat ik er zelf veel aan kan doen, anders zou ik deze ook aan de kant moeten zetten.” “Dan kopen we toch een tandem”, zegt mevrouw Hagoort laconiek, waarop haar man tegenwerpt dat het een eind fietsen is naar de kleinkinderen.

Voor de familie Hagoort liggen de koopkrachteffecten het meest vast. Hun inkomensbronnen zijn immers voor het grootste deel bepaald, te weten de AOW voor beiden en het bedrijfspensioen voor de man. Hun besteedbaar inkomen zal in 1998 stijgen met zo'n 100 gulden per maand, ofwel met 3 procent.

Door het pensioen van meneer Hagoort komen ze niet in aanmerking voor hursubsidie en ze profiteren dus ook niet van de verbetering van deze regeling. Door de inflatie vallen hun uitgaven per maand ongeveer 75 gulden hoger uit. Resteert dus een koopkrachtverbetering van ongeveer 25 gulden per maand, ofwel 0,75 procent.