Meer plussen en minder minnen

Het paarse kabinet maakt furore met het 'Poldermodel'. Terwijl de economie groeit, houden overheid, werkgevers en werknemers samen de welvaartsstaat overeind. Vijf huishoudens bespreken hun financiën.

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) geeft per geval, met plussen en minnen, aan hoe het volgend jaar waarschijnlijk voor hen zal lopen.

Jos Jimkes (40), Willeke Kentie (36) en hun twee kinderen Anne (5) en Tommie (4) wonen in een rijtjeswoning in Tiel met een grote tuin. Ze konden het kopen dankzij de winst die ze op hun vorige huis hebben gemaakt. Jos is fulltime leraar wiskunde, Willeke geeft Nederlands op dezelfde school en geeft het komend schooljaar weer 19 uur les. Hun roosters zijn zo op elkaar afgestemd dat ze weinig kinderopvang nodig hebben. De oppasmoeder komt twee dagen, alleen tussen de middag.

Willeke: “Dat is geen kwestie van geld, ik wil zelf zo veel mogelijk bij de kinderen zijn.” Jos nam ouderschapsverlof, “maar het kwam erop neer dat ik evenveel werkte, en financieel was het niet aantrekkelijk. De belasting telde het inkomen voor 100 procent mee en het te veel betaalde kreeg ik pas achteraf terug. Dat ik minder zou werken was niet haalbaar, ik verdien veel meer dan Willeke.”

Willeke: “Toen ik van 24 naar 10 uur ging, moesten we ontzettend bezuinigen.” Jos: “Nou, je doet net of we hier droog brood zaten te eten.” Willeke: “We wilden in ieder geval op vakantie, en moesten echt budgetten maken. Minder drank, ik stopte met roken. Minder kleren voor mij en voor de kinderen. Bladen de deur uit, alleen de krant hielden we. En van dingen als shampoo, aspirine de goedkoopste merken.”

Nu kosten de kinderen minder geld. “Aan officiële dingen waren we sowieso niet veel kwijt”, zegt Jos. “Lidmaatschap van het Groene Kruis, de peuterspeelzaal waar je naar rato van het inkomen voor betaalt.” “De poepkosten rezen wel de pan uit”, zegt Willeke, “maar ze zijn uit de luiers en ze eten met de pot mee, dat scheelt enorm.” Ze sparen voor de studie van de kinderen, want in het beurzensysteem hebben de Jimkes weinig vertrouwen. Ze hebben geen auto. “Buurman Henk brengt ons naar Zeeland als we op vakantie gaan, en als ik naar de Gamma moet of zo, bel ik een vriendin. Maar we hebben er ook voor gekozen om dichtbij het werk te wonen. De benzine-accijns mag voor ons omhoog, wie vervuilt moet betalen.”

De Jimkes gaan “waarschijnlijk” SP stemmen. Willeke heeft haar lidmaatschap van de PvdA opgezegd: “Te weinig sociaal. Er is zo'n jubelstemming over de welvaart, maar er is ook veel armoede. Ik zie het op school aan de kleren van sommige kinderen.”

Jos: “Gelukkig hoeven wij niet op ieder tientje te letten.” Willeke: “Zie dit huis, ik ben een gelukkig mens. Oh Jos!, dat heb ik nog niet verteld, ik heb Het Bureau van Voskuil gekocht, 70 gulden. Ik dacht nog, mensenkinderen, wat een uitgave.”

De familie Wimkes gaat er volgend jaar op vooruit. Hoewel de loonstijging voor ambtenaren wat lager ligt dan gemiddeld in het bedrijfsleven, levert de belasting- en premieverlaging netto een vooruitgang op van ongeveer 215 gulden. De kinderbijslag wordt verhoogd, wat een extra 15 gulden per maand betekent.

Omdat het gezin een eigen huis bezit, heeft het minder last van de inflatie. Als de hypotheekrente volgend jaar niet wordt aangepast, zullen de hypotheeklasten in 1998 immers hetzelfde zijn als in 1997. Door de overige prijsstijgingen gaan de totale uitgaven van de familie Wimkes volgend jaar met 110 gulden omhoog. De koopkracht stijgt dan ook met 120 gulden per maand, ofwel met ongeveer 2 procent.

Het extra werk van Willeke levert echter een veel groter koopkrachtvoordeel op dan de veranderingen in loon en belasting.

Haar nettoloon zal door het extra werken met zo'n 800 gulden per maand stijgen, ruim genoeg om de kosten van kinderopvang en extra reiskosten te dekken. Al met al levert dat een extra koopkrachteffect op van zo'n 10 procent.