Meer banen, lagere lasten; Kabinet meldt vooruitgang alom

DEN HAAG, 16 SEPT. De economie en de overheidsfinanciën ontwikkelen zich voorspoedig. Dat leidt tot meer banen en creëert ruimte voor investeringen in de infrastructuur. De lasten voor burgers en bedrijven worden verlaagd. Iedereen gaat er volgend jaar in koopkracht op vooruit. Dit zijn de belangrijkste elementen uit de Rijksbegroting voor 1998, die het kabinet vanmiddag heeft gepresenteerd.

In de Troonrede sprak koningin Beatrix van een “belangrijke vooruitgang” die “zowel in sociaal als in economisch opzicht” is geboekt. Tegelijk onderstreepte de koningin dat te weinig mensen deelnemen aan het arbeidsproces. “Nederland is nog lang niet af”, zei premier Kok in een toelichting op de Miljoenennota. “We zijn van ver gekomen en we hebben nog een lange weg te gaan.”

Volgens de Raad van State moet een groter deel van de financiële meevallers worden besteed aan vermindering van de staatsschuld “in plaats van aan extra belastingvermindering in 1998 en volgende jaren”.

“Het kabinet mag er niet te vast op rekenen dat de economie zich ook na de huidige kabinetsperiode gunstig zal blijven ontwikkelen”, schrijft de Raad van State in zijn advies over de Miljoenennota.

Oppositieleider De Hoop Scheffer (CDA) vindt dat het kabinet “verzuimt om te regeren”. “Ik zie veel witte vlekken in het beleid”, zegt hij in een gesprek met deze krant. Hij verwijt het kabinet een gebrek aan visie ondanks het succes van het 'poldermodel', dat hij overigens “typisch CDA” noemt.

De regeringsfracties tonen zich zeer tevreden met de Miljoenennota. D66 en PvdA vragen wel meer geld voor de gezondheidszorg. De VVD hecht aan voortzetting van een 'sober' financieel beleid. GroenLinks en de kleinere christelijke fracties hekelen vooral het 'materialisme' van het kabinet.

Uit de Miljoenennota blijkt dat het financieringstekort en de staatsschuld dalen. Het tekort daalt van 2,0 procent dit jaar naar 1,7 procent van het bruto binnenlands product in 1998. De staatsschuld daalt van 72,7 naar 70,4 procent. Hiermee kwalificeert Nederland zich voor de Economische en Monetaire Unie.

Vergeleken met de uitgangspunten in het regeerakkoord beschikte het kabinet de afgelopen jaren over meer geld dan waarop was gerekend. In het regeerakkoord gingen PvdA, VVD en D66 uit van een economische groei van iets meer dan twee procent, in de periode 1995-1998 bedroeg de groei gemiddeld 3,3 procent. Voor nieuw beleid is in totaal 10 miljard gulden beschikbaar. Zo trekt het kabinet één miljard gulden extra uit voor onderwijs; evenveel geld wordt extra besteed aan de zorg.

Het kabinet maakt, met het oog op de vergrijzing, een begin met een fonds voor de financiering van de AOW. In 1997 wordt 0,8 miljard gulden in dit fonds gestort; vanaf volgend jaar 1,5 miljard gulden per jaar.

De hogere economische groei leidde tot meer inkomsten. Daardoor worden de lasten voor burgers en bedrijven verlaagd met in totaal bijna 17 miljard gulden. President Wellink van De Nederlandsche Bank vindt de lastenverlichting “een vorm van pro-cyclisch beleid”, waarmee de regering de economie, die in 1998 op volle toeren draait, verder stimuleert. “Wij hadden liever een extra reductie van het begrotingstekort gezien”, verklaarde hij desgevraagd tegenover deze krant.

Minister Zalm (Financiën) acht het “zeer onwaarschijnlijk” dat de overheid volgend jaar een tekort van nul realiseert. “Uiteraard is dat wel de inzet van iedere minister van Financiën, maar je maakt een politieke afweging”, zegt hij in een vraaggesprek met deze krant.

Het kabinet neemt geen verregaande besluiten over de ruimtelijk-economische structuur van Nederland in de 21ste eeuw. Dit onderwerp wordt doorgeschoven naar het volgende kabinet.