Medaille voor groei

Als de groei van het bruto binnenlands product, het BBP, de maat vormt voor het economisch presteren, krijgt Nederland volgend jaar voor het eerst de gouden medaille.

Althans, dat is de schatting van het Centraal Planbureau dat jaarlijks de BBP's vergelijkt van de Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië, België en Nederland. Voor Nederland is de verwachte groei volgend jaar 3,75 procent. Japan pakt het zilver met drie procent en Duitsland moet het brons delen met Frankrijk: beide 2,75 procent.

De cijfers steken nog wat af tegen die van 1989 en 1990. Ook toen draaide Nederland in de wereldtop mee, met 4,7 procent in 1989 en 4,1 procent in 1990, en moest het alleen Japan voor zich dulden. Dat scoorde in die jaren 4,8 en 5,1 procent.

Japan gaat Nederland ook voor als het gaat om de verwachte werkloosheid voor volgend jaar. Ruim 3 procent van de Japanse beroepsbevolking zit dan naar verwachting zonder werk, tegen een kleine 5 procent in Nederland. Daar staat tegenover dat geen enkel land in de buurt komt bij Nederland waar het gaat om de stijging van de werkgelegenheid.

De Europese Unie als geheel moet het dubbele werkloosheidspercentage van Nederland noteren: één op de tien Europeanen die kunnen werken, zit thuis. Van de grote EU-landen doet Frankrijk het wat de werkloosheid betreft het slechtst: 12,25 procent van de beroepsbevolking zit zonder werk.