Lusten en lasten

De lasten voor burgers en bedrijfsleven worden volgend jaar met 3,9 miljard gulden verlicht. In totaal komt de lastenverlichting in deze kabinetsperiode uit op bijna 17 miljard gulden; bijna twee keer zo groot als bij het aantreden van het kabinet in 1994 werd aangekondigd.

De belastingbetaler moet volgend jaar over een bedrag van 47.184 gulden 8,85 procent belasting betalen en 27,5 procent sociale premies. Het totaal - 36,35 procent - is 0,95 procentpunt minder dan dit jaar. Voor de volgende 56.590 gulden geldt een tarief van 50 procent. Het tarief van 60 procent geldt voor inkomens vanaf 103.774 gulden.

Het bedrag waarover geen loonbelasting en premies volksverzekering hoeft te worden betaald, de belastingvrije som, wordt met 1.105 gulden verhoogd tot 8.207 gulden. Voor alleenverdieners geldt het dubbele bedrag; daarnaast introduceert het kabinet een zogenoemde niet overdraagbare heffingsvrije som van 410 gulden.

Het arbeidskostenforfait, het vaste bedrag dat werknemers aan beroepskosten kunnen aftrekken bij de berekening van hun loon- en inkomstenbelasting, wordt met 510 gulden verhoogd tot 3.108 gulden.

De lokale lasten voor burgers worden met 100 gulden per huishouding verlaagd.

De speciale ouderenaftrek wordt met 800 gulden verhoogd.

De tabaksaccijns op sigaretten en shag wordt met 15 cent verhoogd.

De BTW op toegangskaartjes voor podiumkunsten wordt verlaagd van 17,5 procent naar 6 procent. Opera, toneel en concert zullen voor de bezoeker niet goedkoper worden, omdat schouwburgen het geld mogen gebruiken voor hun personeelsbeleid.

De kinderbijslag wordt met 30 gulden per kind verhoogd.

Het tarief per kubieke meter gas wordt met 7,5 cent verhoogd. De opbrengst wordt geraamd op 0,5 miljard gulden en wordt via een belastingverlaging weer teruggegeven.

Het lesgeld voor scholieren vanaf zestien jaar op de middelbare scholen en in het middelbaar beroepsonderwijs bedraagt dit schooljaar 1.507 gulden per jaar, tien gulden meer dan in het schooljaar 1996/1997. Het volgend schooljaar 1998/1999 blijft een verhoging achterwege. Dan wordt het wel mogelijk het bedrag gespreid te betalen.

Het collegegeld voor studenten op hogescholen en universiteiten stijgt opnieuw met 175 gulden, van 2.400 gulden in het studiejaar 1996/1997 naar 2.575 dit collegejaar tot 2.750 in het academisch jaar 1998/1999. De stijging is een gevolg van een bezuiniging van 500 miljoen gulden op het hoger onderwijs die in het regeerakkoord is afgesproken.

Met ingang van dit studiejaar zijn beginnende studenten met recht op studiefinanciering niet meer in het ziekenfonds verzekerd.

Voor het bedrijfsleven worden de lokale lasten in totaal met 85 miljoen gulden verlaagd als gevolg van het afschaffen van milieu-leges.

De vermogensbelasting wordt met 0,1 procentpunt verlaagd naar 0,7 procent. Dit betekent dat over elke 1.000 gulden vermogen 7 gulden belasting wordt geheven.

De korting op de loonbelasting voor werknemers met een brutoloon tot 115 procent van het wettelijk minimumloon wordt verhoogd van 11.830 gulden tot 3.660 gulden. In combinatie met een korting die werkgevers krijgen voor het in dienst nemen van een langdurig werkloze kan de korting oplopen tot 8.160 gulden per jaar.

Om ondernemers te stimuleren meer te investeren in kennis en opleiding worden de lasten met totaal 0,5 miljard gulden verlaagd.

In het kader van de nota Milieu en Economie (duurzame technologie, innovatief bouwen, aanschaffingsbeleid overheid) is tot 2030 250 miljoen gulden beschikbaar.

Tot 2010 wordt er 4,25 miljard gulden besteed aan stedelijke vernieuwing.