Justitie: een sterke arm die niet hoeft te slaan

JUSTITIE

W. Sorgdrager (D66); Budget: 6,3 miljard; Percentage van de totale begroting: 2,87; Ambtenaren: 26.000

BINNENLANDSE ZAKEN H.F. Dijkstal (VVD); Budget: 7 miljard; Percentage van de totale begroting: 3,19; Ambtenaren: 1.300

ALGEMENE ZAKEN

W. Kok (PvdA); Budget: 70 miljoen; Percentage van de totale begroting: 0,03; Ambtenaren: 300

Justitie wil zich de resterende jaren van het millennium meer laten zien aan de individuele burger die zijn recht zoekt. Het recht moet weer toegankelijk worden voor iedereen en op een manier die ervoor zorgt dat een slachtoffer het vertrouwen in de democratische rechtsstaat herwint. De rechtspleging wordt eenvoudiger, sneller, zorgvuldiger en meer op maat, als het aan minister Sorgdrager ligt.

Door bezuinigingen zijn de laatste jaren steeds meer rechtzoekende burgers uitgesloten van gefinancierde rechtshulp. Het gat dat daarbij ontstond voor deze categorieën zal worden hersteld, zodat meer mensen een advocaat in de arm kunnen nemen. Ook bemiddeling door bijvoorbeeld een advocaat, buiten de rechter om, moet de loop van het recht versnellen.

Burgers kunnen in de toekomst waarschijnlijk in veel meer steden een beroep doen op 'Justitie in de buurt', een project waarmee nu in vijf grote steden wordt geëxperimenteerd. Het gaat vooral om 'sociaal kwetsbare wijken' en buurten met hoge concentraties werklozen, allochtonen en laaggeschoolden. Conflicten tussen burgers of kleine delicten worden in dergelijke wijkbureaus niet na vele maanden, maar na enkele weken of dagen in de kiem gesmoord of beslecht door een snelle samenwerking van bemiddelaars, politie, justitie en hulpverleners op één locatie.

Een van de ideeën achter de 'buurtwinkels' van justitie is dat een pluriforme samenleving vraagt om een snelle, op maat gesneden reactie op dreigende, escalerende conflicten. Een buurtbewoner met een ernstig burenprobleem kan op één plek terecht bij achtereenvolgens politieagent, officier, slachtofferdeskundige en rechter.

Jarenlang was Justitie het ministerie van de negatieve cijfers. Er waren te weinig cellen, te veel heenzendingen; onvoldoende officieren van justitie, te veel vormfouten en een stijgende criminaliteit; te weinig rechters en een overdaad aan zaken. Er is sinds de jaren tachtig veel veranderd, schrijft de minister in haar optimistische toelichting op de begroting. De celcapaciteit is bijna op orde, de veel voorkomende, 'kleine' criminaliteit en delicten als diefstal, inbraak en roofovervallen zijn sinds twee jaar aan het dalen, het aantal ontsnappingen uit gevangenissen is sterk verminderd. Het openbaar ministerie en de rechterlijke macht worden inmiddels ingrijpend gemoderniseerd en hun capaciteit uitgebreid. Ook de politie wordt opnieuw uitgebreid. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werkt zijn laatste achterstanden weg. Voor het eerst “sinds vele jaren” heeft Justitie uitzicht op een gewone werklast.

Sorgdrager en Dijkstal hebben desondanks de nodige zorgen. Opvallend zijn de steeds verder dalende ophelderingscijfers van de politie bij misdrijven. Een veelbesproken ontwikkeling is de toename van ernstige geweldsdelicten onder de jeugd (zoals mishandeling en diefstal met geweld), vooral gepleegd door jonge allochtonen in achterstandswijken.

Nu het probleem van de kwantiteit bij Justitie en Binnenlandse Zaken over het algemeen wat naar de achtergrond is gedrukt, krijgen beide departementen meer tijd voor de kwaliteit van de rechtsstaat, meent zowel Sorgdrager als Dijkstal. Verbetering van de kwaliteit van de politie moet er bijvoorbeeld toe bijdragen dat een aanzienlijk hoger percentage misdrijven wordt opgelost. Op dit moment lost de politie volgens Justitie slechts veertien procent van alle delicten op, Binnenlandse Zaken houdt het op negentien procent. In elk geval wordt de veiligheid eerder verbeterd door een verhoging van de pakkans dan door het zo lang mogelijk opsluiten van delinquenten, meent het kabinet.

Ook bij het strafrecht staat de kwaliteit centraal. Sorgdrager wil dat Justitie de mogelijkheid tot het straffen van veroordeelden “spaarzaam en doelgericht” gebruikt. Sorgdrager wijst “strafrechtelijke afschrikking naar Amerikaans voorbeeld” af. Dat houdt in dat veroordeelden, als het even mogelijk is, niet in de gevangenis terechtkomen maar een alternatieve taak- of leerstraf krijgen, zodat zij wel een straf ondergaan maar niet het contact met de maatschappij verliezen. Wetsovertreders die door de zwaarte van een delict wel in een strafinrichting belanden, zullen zoveel mogelijk in de laatste fase van hun detentie buiten de gevangenismuren werken.

Tegelijkertijd blijft de preventie van misdrijven, door een intensieve samenwerking tussen overheid, politie, burgers en bedrijven, een prioriteit. “Justitie moet een sterke arm garanderen”, zegt Sorgdrager. “Zo'n sterke arm hoeft echter niet te slaan.” Als gevolg van speciale preventieprojecten is bijvoorbeeld het aantal overvallen op geldinstellingen de laatste jaren sterk afgenomen. Hetzelfde geldt voor woninginbraken. Om jonge, potentiële delinquenten in het prilste begin van een criminele carrière op het rechte pad te krijgen, wordt meer geld uitgetrokken voor opvoedingsondersteuning van ouders en jeugdhulpverlening.

De ideeën van het kabinet-Kok over het strafrecht betekenen niet dat het strafklimaat wordt verlicht. Integendeel, de straffen voor delicten als drugshandel, zedenmisdrijven, mensenhandel, grote milieumisdrijven en fraude zijn fors verhoogd.

Willen politie, openbaar ministerie, rechterlijke macht en gevangeniswezen in de nabije toekomst effectiever optreden tegen de criminaliteit, dan zal het budget hiervoor fors moeten worden verhoogd, vindt Sorgdrager. Zij noemt een bedrag van 400 tot 500 miljoen gulden.

“Op de Rijksweg A4 kost een kilometer 55 miljoen gulden”, zegt zij. “Ik zou graag tien kilometer inruilen voor de sociale en maatschappelijke infrastructuur. Met bedragen van 40 of 50 miljoen gulden, zoals de laatste jaren, komen we er niet meer.”