Jospin nuanceert zijn beloftes

PARIJS, 16 SEP. Verkorting van de werkweek van 39 tot 35 uur blijft het doel van de Franse regering. Maar dat kan niet automatisch voor hetzelfde salaris. Dat zegt de Franse premier Jospin, die daarmee een belangrijke verkiezingsbelofte nuanceert.

Tijdens de campagne voor de parlementsverkiezingen van mei jongstleden was één van de hoofdthema's van de Franse socialisten: delen van werk om de werkloosheid (12,5 procent) te bestrijden. 'Een snelle, algemene arbeidstijdverkorting zonder inlevering van loon', was de leus waarin die politiek werd samengevat.

Sinds links in juni een regering heeft gevormd hebben de Franse werkgevers niet nagelaten hun overwegende bezwaren te uiten tegen iedere maatregel die alle werknemers en alle bedrijven betreft. Op 10 oktober begint de al lang aangekondigde Algemene Salarisconferentie, waar de regering werkgevers en werknemers bij haar visies op werk-delen en -creëren wil betrekken. In werkgeverskring zijn sommigen van mening dat men die conferentie beter kan mijden, uit protest.

Om de werkgevers een argument voor afwezigheid uit handen te nemen heeft premier Jospin nu in een vraaggesprek met Le Monde te kennen gegeven dat de leus '35 uur tegen de betaling van 39 uur' de zijne niet is en dat een dergelijk beleid 'anti-economisch' zou zijn. Tegelijkertijd beperkt hij de schade bij zijn critici (linker vleugel van de eigen Parti Socialiste, Groenen en communisten) door vast te houden aan het niet financieel achteruit hoeven gaan van wie minder uren gaat werken. Hoe beide garanties gelijktijdig gerealiseerd moeten worden, zegt Jospin er niet bij.

In zijn breed opgezette vraaggesprek, dat samenvalt met de hervatting van de parlementaire activiteiten sinds de verkiezingen, houdt Frankrijks regeringsleider strak vast aan zijn 'methode'. Die is niet dogmatisch, gericht op een open dialoog in het land en binnen de regering, trouw aan de gedane verkiezingstoezeggingen, maar met oog voor de reële positie van Frankrijk en Franse belangen in de wereld.

Zo herhaalt Jospin dat de euro doorgaat en verheugt hij zich erover dat daarover in Frankrijk geen verscheurend debat wordt gevoerd, zoals in Duitsland. Frankrijk accepteert de onafhankelijkheid van de toekomstige Europese centrale bank; de Franse wens coördinatie van economische politiek tussen de deelnemers aan de EMU tot stand te brengen is niet gericht op het aantasten van die onafhankelijkheid.

In het algemeen zet Jospin een koers uit waarbij hij tussen de kritiek van werkgevers en centrum-rechts enerzijds en vooral de communisten uit zijn linkse coalitie anderzijds laveert. Ten aanzien van privatiseringen formuleert hij een koers die daar het bewijs van wil zijn. Het vertrek van Christian Blanc als president-directeur van Air France was de afgelopen dagen aanleiding tot harde kritiek op Jospin: hij zou om ideologische gronden privatisering weigeren.

Jospin kaatst de bal. Niet hij maar Blanc en critici van rechts zijn dogmatisch bezig, zij verwarren economische noodzaak en ideologisch voorkeur. Deze regering wil bedrijven in overheidshanden houden als zij floreren en gedeeltelijk, of desnoods helemaal, privatiseren als dat voor hun overleven noodzakelijk is. Daarmee schetst hij opnieuw elementen van het 'linkse pragmatisme' waar hij zich soms op beroemt.