Jongeren

Op de voorpagina van NRC Handelsblad van 11 september staan de resultaten van het onderzoek 'Jongeren '97'. De conclusie is dat jongeren alsmaar egoïstischer en materialistischer worden, en dat er zo langzamerhand een 'generatie op afstand' bestaat. Voor volwassenen lijken ze steeds moeilijker te bereiken.

Hoe is het toch mogelijk dat jeugdonderzoekers er maar niet in slagen om eens vanuit het perspectief van jonge mensen naar de maatschappij te kijken en naar het doen en laten van volwassenen daarin. Wat mij opvalt, in gesprekken met jongens en meisjes, of zij nu zwart of blank zijn, hoog- of laagopgeleid, op carrière gericht of rondhangend op straat, is dat zij er geen behoefte aan hebben om volwassenen als categorie moreel te veroordelen. Integendeel, jongeren geven er blijk van veel te verwachten van de oudere generatie: aandacht, respect, kritisch commentaar, maar dan wel op 'ooghoogte'. En daarin worden zij vaak teleurgesteld.

Het probleem is niet is dat jongeren steeds minder aan maatschappelijke waarden hechten, zoals in 'Jongeren '91' beweerd wordt, maar dat het moeilijk wordt om, met erkenning van hun jong-zijn en de uitdrukkingsvormen die daarbij horen, maatschappelijk mee te kunnen doen.

Er zou al heel wat gewonnen zijn indien jeugdonderzoekers ophouden de jonge generatie te meten aan de hand van een fictief ideaalbeeld van een sociaal bewogen jeugd. Wat minder afstand tot de jongens en meisjes in hun alledaagse leven, maakt duidelijk dat het met de huidige jeugd niet zo beroerd gesteld is.