Jambers verandert levens

Jambers, RTL4, 21.30-22.30u.

eningsbeelden van zijn programma maken onmiddellijk duidelijk hoe Paul Jambers zichzelf ziet: als een onverschrokken reporter voor wie niets te veel is om de onderste steen boven te halen. Kijk maar naar het kekke jek dat hij draagt, de stoppelbaard op zijn krachtige kaken en vooral de twee diepe fronsen in zijn voorhoofd - zo hoort een journalist er uit te zien.

In werkelijkheid is Jambers volgens oud-collega's bij de BRT jarenlang een vaardig verslaggever geweest, die vaak te vinden was bij de brandhaarden van de wereld. Maar toen Vlaanderen commerciële televisie kreeg, besloot hij over te stappen naar de VTM, waar hij de ster werd van een eigen programma onder zijn eigen naam.

Voor de research had hij voortaan een team, en zelf hoefde hij alleen nog maar op de afgesproken tijd ter bestemder plaatse te zijn om het voorgeproduceerde verhaal af te maken. Zijn belangstelling ging vooral uit naar curieuze landgenoten, en als het iets met seks te maken had - des te mooier. Jambers ontwikkelde zich, zoals de tv-recensent van Humo deze week meesmuilend schrijft, tot een wekelijks nummertje 'sightseeing in de open inrichting Vlaanderen'.

Zelf ziet hij dat natuurlijk anders, en de omvang van zijn publiek geeft aan dat hij niet de enige is. Al twee jaar geleden ontving Jambers de publieksprijs Het Gouden Oog, de Vlaamse versie van onze Televizierring. En toen de VTM elf dagen geleden de honderdvijftigste aflevering uitzond, trok hij bijna 1,3 miljoen Vlaamse kijkers - méér dan de voetbalwedstrijd Nederland-België of de begrafenis van prinses Diana. In de krant Het Laatste Nieuws werd hij niet voor niets betiteld als 'de Eddy Merckx van de kijkcijfers'.

De honderdvijftigste Jambers, vanavond te zien op RTL4, begint met beelden van de opening van een tentoonstelling van foto's van hoofdpersonen uit eerdere afleveringen. Halverwege zijn openingswoord kijkt Jambers recht de camera in, zijn toehoorders negerend, om het evenement uit te roepen tot 'een bekroning op meer dan vijf jaar reportage maken'. Daarna begint een reeks gefilmde bezoekjes aan mensen bij wie hij al eerder op bezoek is geweest. Hoe is het hen intussen vergaan?

Goed, natuurlijk. De oudere man die zo graag paradeert in extravagante mantels of spannende onderkleding, mag regelmatig voor mannequin spelen. De vrouw die haar Canadese vader zocht, heeft hem gevonden. De oudere jongere die zo graag hitzanger wilde worden, heeft nu emplooi. De jonge vrouw die eerder optrad als mannenverslindster, is een 'plichtbewuste moeder' geworden. Het gezin dat in een caravan moest wonen, heeft een huis. De alcoholist heeft nu een geregeld leven in een kliniek. En de bejaarde, tandeloze kluizenaar in zijn smoezelige boerderij, ontvangt voortdurend bussen vol giechelende bezoekers voor wie hij de dorpsgek uithangt.

En dat komt allemaal omdat ze zich door Jambers hebben laten bekijken. “Da's toch prachtig hè,” zegt de reporter tegen de man die mannequin werd, “dat dat na zo'n optreden zo plots gebeurd is?”

Weliswaar wekt de man niet echt de indruk dat hij er gelukkiger door is geworden, maar hij kan het niet ontkennen: het komt door Jambers. Wie eenmaal door Jambers wordt aangeraakt, is nooit meer dezelfde. Met een slordig filmende cameraman komt hij hun levens binnen, waarna het voor altijd verandert.

Intussen incasseert Paul Jambers de oogst van zijn programma's met een air van vanzelfsprekendheid. Als een koning regeert hij immers over de santekraam van krepeergevallen, gemankeerde dromers en doortastende exhibitionisten, die hem veel beroemder hebben gemaakt dan hij ooit had kunnen worden met die ordentelijke journalistieke arbeid van vroeger.