Hoe bewijsvast is de E-mail?

Alle technologische vernieuwing wordt aanvankelijk met scepsis ontvangen. In de vorige eeuw werd van de telefoon beweerd dat deze te veel tekortkomingen had om ooit als serieus communicatiemiddel te kunnen dienen. De radio zou geen commerciële waarde hebben omdat niemand bereid zou zijn te betalen voor een boodschap die voor niemand in het bijzonder bedoeld is, zei men aan het begin van deze eeuw. Aan het eind van onze eeuw, in 1995 om precies te zijn, waren er ook nog mensen die dachten dat Internet slechts een rage, een flippo voor volwassenen is.

Juriste Babiche Westerbrink was niet bang voor het onbekende en schreef een boek over de juridische consequenties van de elektronische snelweg. Haar boek, waaruit bovenstaand overzicht van verkeerde inschattingen van revolutionaire innovaties afkomstig is, beleeft herdruk na herdruk - wat voor een juridische publicatie hoogst ongewoon is.

Het is het eerste praktische handboek over de rechtskundige kanten van Internet en inmiddels verplichte kost voor Leidse studenten die het vak Informatica en recht volgen. Westerbrink behandelt de verschillende juridische dimensies van het Net. In enkele bijlagen vindt de lezer relevante wetsteksten, vonnissen, webadressen en een modelcontract voor elektronische gegevensuitwisseling.

Het eerste deel van het boek is gewijd aan de ontstaansgeschiedenis van het Internet en hoe het nieuwe medium een belangrijke plaats in het zakelijk verkeer is gaan innemen. In de vijf verdere hoofdstukken gaat Westerbrink in op de specifiek juridische vraagstukken die Internet teweeg brengt.

Wat te denken bijvoorbeeld van de bewijswaarde van computer-output. Als twee partijen een overeenkomst via Internet sluiten doen zij dit meestal via e-mail. In hoeverre is computer-output toelaatbaar bewijsmateriaal?

Volgens Westerbrink kunnen e-mails en elektronische formulieren als bewijsmiddel fungeren omdat het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering stelt dat alle bewijsmiddelen in principe zijn toegestaan. Toelaatbaarheid van een bewijs zegt echter niets over de bewijskracht. Het zou heel goed kunnen zijn dat de rechter beslist dat een e-mail geen bewijskracht heeft omdat elektronische gegevens zich gemakkelijk laten bewerken en zelfs vervalsen.

Westerbrink draagt verschillende oplossingen voor dit probleem aan. Partijen zouden een schriftelijke bewijsovereenkomst kunnen sluiten, waarin de status van digitaal bewijsmateriaal wordt opgenomen. Ook zouden bedrijven die online handel drijven een derde onafhankelijke partij kunnen aanstellen die de elektronische berichten beheert.

De bescherming van het auteursrecht op Internet is een actueel probleem. Vorige maand diende een zaak van drie freelance-medewerkers van de Volkskrant tegen de krant en haar uitgever PCM omdat hun werk ongevraagd op Internet en cd rom is gepubliceerd.

Volgens Westerbrink hebben de journalisten op grond van de huidige Auteurswet gelijk. Voor journalisten die nu een verbintenis met een uitgever van kranten en tijdschriften aangaan, gelden echter andere regels, meent ze. Wie in het digitale tijdperk werkt, moet niet verbaasd opkijken als zijn artikelen ook elektronisch gepubliceerd worden.

Westerbrink bedient met Juridische aspecten twee doelgroepen, wat ook het succes van het boek verklaart. Door haar heldere en informatieve schrijfstijl is het boek zowel geschikt voor juristen die beroepsmatig met Internet te maken krijgen als voor Internetgebruikers die zich in de wettelijke kanten van het Net willen of moeten verdiepen. Mr. B.N. Westerbrink (e.a.): Juridische Aspecten van het Internet. (Cramwinckel. ISBN 90-75727-313. fl. 49,50) Auteursrecht op Internet: www.lns.nl/lns/aut.html