Het einde van twee fusie-experimenten

ROTTERDAM, 16 SEPT. In de vroege lente van 1993 schudde het Nederlandse bedrijfsleven op zijn grondvesten. Kort na elkaar beklonken drankenproducent Bols en voedingsmiddelenconcern Wessanen, en papierproducent KNP en kantoorartikelenconcern Bührmann-Tetterode de fusie van hun activiteiten.

Ruim vier jaar later zijn beide 'fusieproducten' ontmanteld of in vergaande staat van ontbinding. KNP BT maakte gisteren bekend de papierdivisie KNP Leykam te verkopen aan de Zuidafrikaanse papierreus Sappi. BolsWessanen heeft zijn drankenpoot in de etalage gezet, zodat die elk moment in zijn geheel of in delen kan worden verkocht. KNP BT wordt weer Bührmann-Tetterode met een vleugje van de in het fusieproces meegenomen papierdistributeur VRG. BolsWessanen wordt weer Wessanen.

Daarmee loopt een dubbel-experiment ten einde. Beide ondernemingen legden ten tijde van hun fusie het accent op hun gemeenschappelijkheden: dranken en voedingsmiddelen hebben distributie- en marketingmethoden gemeen. Papier, papierdistributie en kantoorbenodigdheden hebben veel met elkaar te maken.

Maar de verschillen tussen de gefuseerde bedrijven bleken groter dan de overeenkomsten.

De andere, verhulde, zijde van beide fusies kwam neer op conglomeraatvorming. Conglomeraten hadden hun hoogtijdagen in de jaren zestig, toen bedrijven als ITT uitgroeiden tot beursreuzen. Conglomeraten zouden door hun baaierd aan activiteiten minder conjunctuurgevoelig zijn. Zij leverden ook grote financieringsvoordelen op: een overnemer met een hoge beurswaardering die een onderneming met een lage beurswaardering overnam, bereikte vanzelf een groei van de winst per aandeel. Daardoor werd de aanvankelijk hoge beurswaardering weer bevestigd. Wat er precies werd overnomen, een hotelketen of een motorenfabiek, deed er weinig toe.

De resulterende beurshausse van die jaren werd ook wel de conglomerate-boom genoemd. Maar de jaren daarna toonden de ineenstorting van het concept, en in de jaren tachtig werd juist het anti-conglomeraat het model voor de moderne onderneming: zoveel mogelijk accent op de kernactiviteiten, en zo weinig mogelijk diversiteit binnen de onderneming.

Dat de sterke binnen de gefuseerde onderneming in de praktijk niet altijd de zwakke omhoog helpt, maar dat de zwakke ook vaak de sterke omlaag trekt, wordt bevestigd door het koersverloop van de aandelen KNP BT en BolsWessanen. Sinds de fusie tussen KNP en Bührmann-Tetterode is het aandeel van de nieuwe maatschappij met zo'n vijftig procent gestegen. De wereldindex voor de papier- en verpakkingsindustrie (KNP) is in dezelfde periode gestegen met 45 procent. De wereldindex voor ondernemingen in kantoorartikelen en -machines (Bührmann) steeg met 100 procent.

Het aandeel BolsWessanen is sinds de fusie begin 1993 gedaald. De wereldindex voor ondernemingen als Bols, met een zwaar accent op alcoholische dranken, is in de tussentijd met ruim 50 procent gestegen, terwijl de wereldindex voor producenten van voedingsmiddelen - de Wessanen-tak - met 100 procent steeg. In allebei de gevallen heeft de gefuseerde onderneming meer het koersverloop vertoond van de partner in de zwakkere branche dan die van de fusiepartner wiens branche het voor de wind ging. Zo hebben beide fusies de aandeelhouders per saldo een vermogen gekost. Wessanen en BT zijn van harte welkom in de jaren negentig.