Ex-leider China wil rehabilitatie studenten

PEKING, 16 SEPT. Zhao Ziyang, de voormalige leider van de Chinese communistische partij die na de pro-democratische protesten in het voorjaar van 1989 ten val kwam, heeft gevraagd om een politieke herwaardering van die episode in de Chinese geschiedenis.

Zhao zou zijn verzoek schriftelijk hebben ingediend bij het presidium van de communistische partij, zo hebben bronnen binnen de partij tegenover het Britse persbureau Reuter verklaard. Reuter zou de brief van Zhao zijn toegestuurd. Een woordvoerder van de regering heeft het bestaan van een dergelijk schrijven echter ontkend.

Als Zhao - ooit aangewezen als de troonopvolger van de eerder dit jaar overleden 'opperste leider in ruste' Deng Xiaoping - inderdaad een dergelijk verzoek heeft gedaan, is dat zijn eerste politieke initiatief sinds hij acht jaar geleden werd afgezet. “Het is op niets gebaseerd om de beweging [van de studenten] te kenmerken als een contra-revolutionaire rebellie”, aldus de brief, die is gericht aan het presidium van het vorige week vrijdag geopende vijftiende congres van de communistische partij. “Iedereen weet dat de meeste studenten toentertijd de aanpak van corruptie en politieke hervormingen eisten. Zij hadden niet het voornemen de communistische partij omver te werpen.” In de brief wordt tevens het militaire optreden begin juni 1989 gehekeld.

Volgens enkele gedelegeerden van het congres, dat om de vijf jaar bijeenkomt, is de brief aan alle politburoleden gestuurd. Gezaghebbende partijleden zouden er bij het machtige politburo op hebben aangedrongen het gevoelige onderwerp te bespreken. Sommige gedelegeerden menen dat de brief komt van Zhao-getrouwe aanhangers die niet alleen herziening van 'de vierde juni' bepleiten, maar ook de rehabilitering van Zhao.

De laatste keer dat Zhao in het openbaar is gezien, was op 19 mei 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede, enkele uren voordat de Chinese regering de noodtoestand afkondigde. In een door de wereldpers vastgelegde ontmoeting met demonstranten smeekte een hevig geëmotioneerde Zhao de studenten het plein te verlaten.

“Het probleem van de herwaardering van '4 juni' zal vroeg of laat moeten worden opgelost”, aldus Zhao in zijn brief. Maar Xiao Yang, de Chinese minister van Justitie, zei vanochtend desgevraagd dat dat China het oordeel over de demonstraties niet zal wijzigen. “De partij en de regering hebben het incident (...) correct behandeld en destijds de stabiliteit op de lange duur gewaarborgd”.