De zondeval van een zondagskabinet

Willem Drees liet tijdens zijn politieke leven blijken een hekel te hebben aan de term 'coalitie'. Toegegeven, ze mocht dan diep verankerd zijn in de Nederlandse politieke cultuur, maar de PvdA-politicus uit de jaren vijftig kon er nooit aan wennen.

De pretentie hinderde hem, de term suggereerde te veel een gemeenschappelijk doel. Vaak was dat er niet, zo had Drees ontdekt. Coalities waren vaak niet meer dan uitruilcombinaties. In het beste geval werken de partijen via het beginsel van de verdelende rechtvaardigheid, in het slechtste geval vechten zij elkaar de tent uit. Zelf sprak Drees liever over “kabinetten van gemengde samenstelling”.

Was Paars I een 'coalitie'? De neiging bestaat in de verleden tijd te spreken, omdat de Miljoenennota 1998, behalve een lijst met goede voornemens, tevens een terugblik bevat op de bijna voorbije regeerperiode.

In het stuk staan rapportcijfers van paars aan paars. En het zijn cijfers die er mogen wezen, vindt paars, vindt de oppositie, vindt ook Europa. Het succes is zo overweldigend dat politici als Kok en Bolkestein, die in augustus 1994 nog weigerden de term 'paars' in de mond te nemen, haar dezer dagen zonder reserve hanteren. Alsof er sprake is van een coalitie.

“We hebben meer gedaan dan we in 1994 hebben beloofd”, zei een trotse minister Zalm (Financiën) afgelopen vrijdag over de financieel-economische prestaties van het kabinet.

De economische groei bedraagt geen 2,25 procent, zoals in 1994 was voorzien, maar 3,25 procent. Het kabinet laat volgend jaar een financieringstekort achter van 2,3 procent, in plaats van de 2,8 procent waar het kabinet drie jaar geleden nog van was uitgegaan. De in 1994 beloofde 9 miljard lastenverlichting is bijna op het dubbele, 16,8 miljard, uitgekomen. Het aantal banen, ten slotte, steeg niet met 275.000 maar met 450.000. Het zijn uitkomsten waar PvdA, VVD en D66 in 1994 niet van hadden durven dromen.

Maar succes is niet hetzelfde als een gezamenlijke politieke missie. Dat geldt eens te minder als de verworvenheden mede de erfenis zijn van vorige kabinetten, en mede in de schoot zijn geworpen door de groei van de economie, zoals Zalm in zijn toelichting op de Miljoenennota 1998 zelf toegeeft.

Het gemeenschappelijk doel moet elders worden gevonden, eerder in het uitbuiten van de gunstige omstandigheden om de laatste tekortkomingen in het financieel-economisch beleid weg te werken. Om een vooraanstaand liberaal politicus te citeren: repareerde paars het dak terwijl de zon scheen?

De economische omstandigheden onder paars zijn goed te vergelijken met die onder het kabinet-Lubbers II. De economie groeide tussen 1987 en 1990 steeds harder en kwam uit op een gemiddelde van 3,2 procent. Ook toen heerste er een juichstemming. op het Binnenhof. Achteraf echter werd Ruding, de toenmalige minister van Financiën, verweten dat hij te weinig van die voorspoed gebruik had gemaakt om het begrotingstekort te laten dalen: van 5,1 procent in 1986 naar slechts 4,6 procent in 1990. Voor het volgende kabinet was het extra moeilijk dit tekort verder omlaag te brengen met de economische tegenwind tussen '91 en '94.

Hoewel Zalm het tekort nu veel sterker heeft verminderd dan Ruding destijds, zal ook Zalm over enige tijd op dezelfde gronden worden beoordeeld. Benutte hij de economische voorspoed voldoende om de overheidsfinanciën daadwerkelijk te saneren?

Die vraag klemt des te meer nu van diverse kanten is aangedrongen op een strikte begrotingsdiscipline. Een werkgroep met topambtenaren aangevuld met experts van het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank, adviseerde minister Zalm het begrotingstekort omlaag te brengen naar 1 procent in 2002, om in een volgend kabinet te streven naar nul. De kosten van de vergrijzing kunnen dan beter worden opgevangen, omdat de uitgaven die het rijk anders aan rente kwijt is, dan sterk gedaald zijn.

Een andere roep om een strenge begrotingsdiscipline komt uit Europa. Vanaf 1999, als de Economische Monetaire Unie van start gaat, verplichten de lidstaten zich hun begrotingstekorten weg te werken. In tijden van economische tegenspoed kan het tekort dan nooit hoger oplopen dan 3 procent.

Niet bekend

R. van der Ploeg, financieel specialist van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, sprak evenmin complimenteus over “budgettaire anorexia” van de kant van Zalm, die wel steun kreeg van de politiek bevriende VVD-fractie.

Bij wijze van compromis besloten de drie regeringspartijen de winst van de economische groei in de laatste verkiezingsbegroting onderling te verdelen: extra lastenverlichting voor de burger (VVD), meer geld voor kleinere klassen (D66), en meer geld voor de individuele huursubsidie voor de laagste inkomens, een belangrijk PvdA-punt. “Een evenwichtig pakket”, ging dit later heten. En Zalm bleef met lege handen achter. Ook deze regeringscombinatie liet het gat in het dak open.

Deze afloop heeft het kabinet niet alleen een schrobbering opgeleverd van de Raad van State, het hoogste adviescollege van de regering. De Raad schrijft vandaag dat het kabinet meer geld had moeten uitgeven om het tekort verder omlaag te brengen. Daarnaast heeft het kabinet, bewust of onbewust, een groot risico genomen, een risico dat de Nederlandse economie nog lelijk kan opbreken.

Dit voorjaar waarschuwden het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en De Nederlandsche Bank in niet mis te verstane bewoordingen tegen een oververhitting van de Nederlandse economie. Die groeit zo uitbundig dat een hevige terugslag dreigt, als de huidige voorspoed niet onder controle wordt gehouden. De waarschuwing hield onder meer verband met de lage rentestand in Nederland.

Sinds jaar en dag is de rentestand niet gericht op de behoeften van de Nederlandse economie, maar op de koppeling van de gulden aan de Duitse mark. Dat was nooit een probleem zolang de Duitse en Nederlandse economie een zelfde conjunctuur kenden. Onder Paars kwam daarin juist een revolutionaire verandering: de Nederlandse economie groeide fors, terwijl Duitsland sterk achterbleef.

Het resultaat was, dat een toch al goed draaiende Nederlandse economie verder werd aangejaagd door een lage rentestand. De inflatie is inmiddels één van de hoogste in de landen van de Europese Unie. Maar het goedkope geld vond vooral zijn weg in de scherp gestegen inflatie van de prijzen van aandelen en huizen. In combinatie met de woningkrapte zijn de huizenprijzen met veertig procent gestegen en de beurskoersen in Amsterdam behoren tot de hoogste van Europa. Ze gaven consumenten veel ruimte om meer geld uit te geven: het vermogen van gezinnen uit het bezit van huizen en aandelen is volgens het CPB met 350 miljard gulden gestegen en een deel van dit vermogen is met een record aan hypothecaire leningen te gelde gemaakt. De economische voorspoed van deze kabinetsperiode werd gedragen op de golven van hoge consumptieve kredieten.

Keerzijde van deze ontwikkeling is dat, als de rente eenmaal stijgt, deze voorspoed des te harder zal omslaan in tegenspoed. Het is niet ondenkbaar dat de Nederlandse economie ook eerder dan de rest van Europa in een laagconjunctuur terechtkomt. Op dat moment voert de Europese Centrale Bank, die dan het rentebeleid van de nationale banken heeft overgenomen, waarschijnlijk een hoge rente, omdat de grote landen van de Europese Unie dan nog groeien. Net zoals een te lage rente nu de Nederlandse economie optilt, zal die hoge rente dan juist diezelfde economie in een diep dal drukken.

In plaats van het begrotingstekort sneller omlaag te brengen, en zich in te dekken tegen dat soort onheil, jaagt het kabinet met de rijksbegroting 1998 de groei verder aan met extra lastenverlichting voor burgers en bedrijven.

W. Duisenberg, president van De Nederlandsche Bank, karakteriseerde in april van dit jaar dan ook de extra lastenverlichting - toen nog zo'n 2,3 miljard - als “olie op het vuur gooien”. Het kabinet heeft er, met 3,9 miljard, inmiddels nog een schepje bovenop gedaan. Op de vraag aan A. Wellink, de opvolger van Duisenberg, hoe hij hier tegenaan kijkt, hekelt hij het volgens hem conjunctuur-aanwakkerende karakter dat de lastenverlichting volgend jaar zal hebben. Wellink had liever een extra vermindering van het tekort gezien.

De financieel-economische aanpak in de Miljoenennota 1998 vormt niet de enige aanwijzing dat de samenhang en daadkracht van Paars minder groot zijn dan alle harmonie van vandaag doet vermoeden. Ook op andere terreinen blijkt de samenwerking tussen socialen en liberalen tegen haar grenzen te zijn aangelopen. In de nieuwe Miljoenennota geven zij blijk van sterk verminderde ambities, van uitstel-operaties, en zelfs van stilstand van beleid.

Het is nog maar een jaar geleden, bij de presentatie van de vorige Miljoenennota, dat premier Kok een ambitieus infrastructuurproject presenteerde. Achter de veelbelovende naam Agenda 2000 Plus ging een omvangrijk investeringsproject schuil van zo'n 100 miljard gulden om wegen, bruggen, spoorlijnen en vliegvelden uit te breiden en de economie aan te passen aan de eisen van de 21ste eeuw. “Men mag mij daarop afrekenen”, zei Kok toen.

Een jaar later is de vraag of niet beter van de Agenda 2000 Min kan worden gesproken. De bedragen die vandaag over tafel gaan in de zogeheten ICES-brief van het kabinet, zijn aanzienlijk lager (18 miljard) en minder concreet. Belangrijke beslissingen, zoals de aanleg van een tweede nationale luchthaven, zijn uitgesteld, omdat twee van de drie regeringspartners vinden dat het milieu te veel in het gedrang komt.

Terwijl op andere ministeries goed werkende assen van PvdA- en VVD-bewindslieden opereren (Zalm en Vermeend op Financiën, Melkert en De Grave op Sociale Zaken), is zo'n as bij Verkeer en Milieu ten enen male afwezig. De twee verantwoordelijke ministers, Jorritsma (VVD) en De Boer (PvdA), vormen na drie jaar nog steeds een gezelschap van, inderdaad, 'gemengde samenstelling'.

Op het gebied van de Volksgezondheid heeft paars zich niet gewaagd aan een antwoord op de grootste budgettaire uitdaging van deze decennia: de explosief toenemende kosten als gevolg van de vergrijzing. Ook in de begroting 1998 van VWS worden de stijgende kosten gedekt met geld uit de financiële meevallers die het gevolg zijn van de economische groei. Voor ingrepen die de burger zeker geld gaan kosten (zoals hogere eigen bijdragen) en die nieuwe inkomensverschillen doen ontstaan, bestaat na het mislukte project-Simons uit de vorige kabinetsperiode en vlak voor de verkiezingen nog steeds geen animo. Intussen worden echter de wachtlijsten met patiënten langer en andere problemen in de gezondheidszorg nemen navenant toe. Minister Borst moest onlangs toegeven dat zij zich op de ernst van sommige daarvan had verkeken.

Heeft paars zich ontwikkeld tot een 'coalitie' of is het een kabinet van 'gemengde samenstelling' gebleven? Aanvankelijk ontwikkelde de combinatie zich veelbelovend. Met de nieuwe budgettaire methodiek van minister Zalm hoefde het kabinet minder hap-snap te bezuinigen, er ontstond een ontspannen stijl van regeren.

Bij de werkgelegenheidspolitiek konden sociaal-democraten en liberalen elkaar vinden in een benadering waarbij lastenverlichting - een liberaal thema - werd ingezet voor een sociaal-democratisch doel: lager opgeleiden aan meer inkomen helpen via werk.

In de Miljoenennota 1998 blijft het definitieve antwoord op bovengenoemde vraag echter uit. Daarvoor gaan er nog te veel politieke tegenstellingen schuil achter het financieel-economisch halleluja.

Een eventuele voortzetting van de paarse combinatie na 1998, dezer dagen uitgelegd als uiting van haar succes, kan even goed worden gezien als een teken van zwakte: paars heeft twee periodes nodig om zichzelf als coalitie te bewijzen. Die kans krijgt ze straks des te meer, omdat minister Zalm afgelopen vrijdag de kans “redelijk groot” noemde dat een volgend kabinet wordt geconfronteerd met een economische terugval. Dan zal ook definitief blijken of Paars I de reductie van het financieringstekort voortvarend genoeg ter hand heeft genomen.

Verder zal er veel afhangen van de nieuwe verkiezingsprogramma's. Komen de drie paarse partijen met wensen ten aanzien van infrastructuur, milieubeleid en volksgezondheid die de traditionele tegenstellingen weerspiegelen? Of bieden zij nieuwe invalshoeken die de ontwikkeling van een 'gemengd kabinet' naar een 'coalitie' mogelijk maken?

In het laatste geval zal de leider van de coalitie, Wim Kok, zich alsnog hebben geëmanicipeerd van Willem Drees.