De haan van 't kot

Dertig jaar geleden begon de verzamelwoede: “Ik wilde wat te doen hebben naast mijn werk, en omdat ik hield van rommelmarkten en ik toevallig ook nog Dehaene heette, ben ik hanen gaan verzamelen. In het begin moest ik nog stad en land afreizen om ze te vinden, maar sinds ik premier ben, gaat het vanzelf. Als ergens in België een kerktoren wordt afgebroken, bellen ze mij op of ik de haan wil hebben.”

Op de landbouwbeurs van Battice, tussen Luik en Voeren, staan de pronkstukken opgesteld van de Dehaene-hanencollectie. Torenhaantjes die eeuwenlang met alle winden zijn meegewaaid, haantjes van klei uit Colombia, composities van auto-onderdelen in haanvorm, een paar cartoons waarop Dehaene als Cantecleer staat afgebeeld. De meeste exemplaren zijn eenvoudige voortbrengselen van volkskunst, even ongekunsteld van stijl als hun eigenaar. Alleen de bronzen haan van de Franse beeldhouwer César springt eruit: “Een echt kunstwerk, voor vier miljoen frank verzekerd”, fluistert een van de organisatoren.

Zelf liet premier Jean-Luc Dehaene zich afgelopen vrijdag met een limousine naar Battice vervoeren om de tentoonstelling te openen, samen met een andere minister-hanenverzamelaar, de Waalse minister van Financiën Jean-Claude Van Cauwenberghe. Die verzamelt hanen omdat de haan het symbool is van Wallonië, zoals Vlaanderen zijn leeuw heeft.

Om andere grappenmakers voor te zijn herinnert Dehaene zijn gehoor eraan dat de combinatie van zijn sterrenbeeld, Leeuw, en zijn naam hem bij uitstek geschikt maakt om België te leiden. Toch kan een andere hanenverzamelaar, Jean-Marie Happart, tweelingbroer van José Happart die de gemeente Voeren onder de Waalse hanenvlag wil brengen, het niet laten om de premier aan zijn jas te trekken: “Meneer Dehaene, ik heb thuis een torenhaan die zo groot is (hij wijst tot halverwege zijn borst). Die mag u hebben op één voorwaarde.” Dehaene kan wel raden wat die voorwaarde is en slaat het aanbod af.

Thuis in Vilvoorde heeft Dehaene een hanencollectie van vierhonderd exemplaren, die vanzelf groeit: “Iedere Belg weet onderhand dat ik hanen verzamel. Ze sturen me vanuit de gekste hoeken van de wereld kaarten of souvenirs, als er maar een haan op staat. Of ik krijg borduurwerkjes en zelfs hanen die van kant gemaakt zijn, van Brusselse kant natuurlijk. Maar ik bewaar natuurlijk niet alles, want dan zou ik in een ander huis moeten gaan wonen.”

Hij heeft zelfs een keer twee levende hanen cadeau gekregen, maar die konden na twee dagen weer inrukken: “Als ik ze nog een dag langer had gehouden zou er in alle kranten hebben gestaan dat de eerste minister de hele buurt uit de slaap hield.”

Door zich toe te leggen op het verzamelen van torenhaantjes maakt de premier het zich niet gemakkelijk. Er gaat niet iedere dag een kerktoren tegen de vlakte en als er al eens een haan overschiet, dan moet de eigenaar wel erg veel van de premier houden voordat hij hem het symbool van wakkere strijdlust schenkt. Toch kan dat wel eens gebeuren omdat in België de kerken en pastorieën eigendom zijn van de gemeente. Tijdens de grote februaristorm van 1990 werd in Londerzeel, halverwege Brussel en Antwerpen, de spits van de Sint Christoffelkerk met haan en al van de toren geblazen. De gemeente besloot de kerk te restaureren en en passant de haan, die na anderhalve eeuw dienst in slechte conditie verkeerde, te vervangen. “Toen hebben we in het schepenencollege bedacht dat we Jean-Luc Dehaene die oude haan konden schenken op voorwaarde dat hij de gerestaureerde toren zou komen openen”, herinnert zich Godelieve Eeckelaers, die toen burgemeester van Londerzeel was. De premier ging daar onmiddellijk op in. Dus werd het beestje opgepoetst, op een sokkeltje geplaatst en voorzien van een gedenkplaatje. Alles stond klaar voor de plechtigheid, toen de premier op het laatste moment liet weten dat hij het landsbelang moest laten voorgaan.

Plotseling vond een groep inwoners de premier hun haan niet meer waardig, maar de burgemeester hield voet bij stuk: “Beloofd is beloofd, heb ik gezegd, maar we konden die haan niet in een pakje opsturen. Dehaene had immers van zijn kant beloofd hem persoonlijk te komen halen. Tenslotte hebben we hem uitgenodigd voor de opening van ons nieuwe milieupark.”