De grootste uitdaging: meer mensen aan het werk krijgen

FINANCIËN; G. Zalm (VVD); Budget: 5,7 miljard; Percentage van de totale begroting: 2,6; Ambtenaren: 32.200

SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

A. Melkert (PvdA); Budget: 31,2 miljard; Percentage van de totale begroting: 14,2; Ambtenaren: 2.200;

'Kortom, nog volop werk aan de winkel', schrijft minister Gerrit Zalm (Financiën) in zijn voorwoord van de Miljoenennota 1998. De uitgangspunten voor het volgende kabinet zijn niettemin “relatief gunstig”.

Het financieringstekort is in deze kabinetsperiode gedaald van 3,8 naar 1,7 procent van het bruto binnenlands product. De staatsschuld daalde van 77,9 naar 70,4 procent van het binnenlands product. Het aantal mensen met een uitkering daalt en er zijn 465.000 nieuwe banen gecreëerd.

Aangezien de AOW-premie is bevroren op 16,5 procent en het aantal AOW'ers tot diep in de 21-ste eeuw sterk zal toenemen, zal een steeds groter bedrag uit de algemene middelen moeten komen om de oudedagsvoorzieningen te betalen. Volgend jaar is dat bedrag 3,2 miljard gulden. Om de kosten van de vergrijzing in de verdere toekomst te kunnen financieren, is een begin gemaakt met een AOW-spaarfonds. Daar wordt dit jaar 750 miljoen gulden in gestort. Volgend jaar is dat minimaal het dubbele. Het wordt meer als blijkt dat volgend jaar nog een extra meevaller uit de bus rolt.

In zijn voorwoord signaleert Zalm echter ook “vele uitdagingen”. Er bestaat nog steeds een achterstand in inkomen en arbeidsparticipatie ten opzichte van omringende landen. Volgens Zalm is tegen deze achtergrond een herbezinning op het fiscale stelsel noodzakelijk. Rode draad wordt een verschuiving van directe belastingen naar indirecte belastingen (BTW en accijnzen). Verlaging van de arbeidskosten moet tot meer werkgelegenheid leiden. Daarnaast moet het nieuwe belastingstelsel een bijdrage leveren aan verbetering van het milieu door milieuvervuilende activiteiten zwaarder te belasten.

Zalm houdt rekening met economische tegenwind in de komende kabinetsperiode. “Het is onverantwoord om te denken dat de opgaande conjunctuur blijft.” Volgens de VVD-minister zou het een “historisch unicum” zijn als het acht jaar achter elkaar goed blijft gaan met de economie. “Nederland is niet onkwetsbaar voor conjunctuurbewegingen.”

Daarom is het volgens Zalm nodig dat het volgende kabinet weer uitgaat van behoedzame prognoses voor de economische groei. Het succes van het huidige beleid is daar voor een groot deel aan te danken.

De grootste uitdaging is de naoorlogse geboortegolf aan de slag te houden en te krijgen, menen Zalm en zijn collega-minister Melkert van Sociale Zaken. Melkert heeft die klus gegund aan zijn staatssecretaris De Grave. Die weet zich geconfronteerd met een zeer lage arbeidsparticipatie van ouderen: slechts veertig procent van de mensen tussen 55 en 60 jaar werkt, van de 60- tot 65-jarigen zelfs maar tien procent. “Niet iets om trots op te zijn”, vindt minister Zalm. Bovendien: “De Nederlandse bevolking zal de komende decennia veranderen van een van de jongste in een van de oudste van Europa”, zo schrijft hij in de Miljoenennota.

Wat gaat De Grave eraan doen? Minder vanzelfsprekend maken van nu nog gangbare 'uittreedroutes', luidt zijn antwoord. Met die routes worden de WAO, de WW en vooral de vervroegde uittredingsregeling, de VUT, bedoeld. Wat de eerste betreft: die route zou vanaf 1 januari volgend jaar afgesloten moeten zijn als werkgevers meer WAO-premie gaan betalen naarmate ze meer arbeidsongeschikten uitstoten. Een zelfde premiedifferentiatie wordt overwogen voor de WW. En wat de VUT betreft, die zou zo snel mogelijk moeten overgaan in een pre-pensioenregeling waarvoor werknemers grotendeels zelf betalen. Meest concrete maatregel die De Grave te presenteren heeft is de 235 miljoen gulden die wordt uitgetrokken voor het via de werkgever fiscaal stimuleren van scholing. De maatregel is vooral bedoeld voor werknemers ouder dan veertig jaar.

De jongere oudere werknemers zijn wat Melkert en De Grave betreft niet de enige groepen waarvoor extra maatregelen nodig zijn. De in internationaal opzicht lage arbeidsparticipatie wordt ook veroorzaakt door het geringe aantal werkende vrouwen, allochtonen en gedeeltelijk arbeidsgeschikten. En dan is er nog de groep werklozen, die weliswaar kleiner wordt, maar nog altijd uit 400.000 personen bestaat. Volgens de Sociaal-Economische Raad staan Melkert en zijn opvolgers voor de taak in totaal anderhalf miljoen mensen die willen en moeten werken, aan de slag te helpen.

Melkert en De Grave doen een voorzet met een groot aantal maatregelen die vooral betrekking hebben op de onderste regionen van de arbeidsmarkt en die de drempel om werk te aanvaarden moeten verlagen. Een greep: verhoogde subsidies voor werkgevers die (langdurig) werklozen op of rond het minimumloon aannemen; verhoging van het arbeidskostenforfait, de aftrekpost die alleen mensen met een baan kunnen opvoeren; uitbreiding van gesubsidieerde additionele banen; uitbreiding van het ouderschapsverlof en de (buitenschoolse) kinderopvang; introductie van de loopbaanonderbreking en vergemakkelijken van het opzetten van een eigen bedrijf.

Voor de mensen die dan nog overblijven - zeg: de arme kant van Nederland - zou een structurele verhoging van de bijzondere bijstand met 250 miljoen soelaas moeten bieden. Chronisch zieken krijgen via de fiscus meer ruimte voor aftrek van buitengewone lasten en ouderen kunnen rekenen op een extra aftrekpost van 500 gulden en een verhoging van de aanvullende ouderenaftrek met 800 gulden. Blijven over de kinderen. Per kind gaat de kinderbijslag met 30 gulden omhoog.

Inderdaad, volop werk aan de winkel voor de uitvoerders van al die besluiten.