De eenzame strijd van Jeroen van Dijk

Badmintonspeler Jeroen van Dijk (26) beleefde afgelopen week bij de US Open het voorlopige hoogtepunt van zijn carrière. 'Ik heb geen tijd om te dromen.'

ROTTERDAM, 16 SEPT. Het leven van Jeroen van Dijk is ook letterlijk een grote ontdekkingsreis. Voor een jetleg na zijn terugkeer uit Amerika heeft de beste badmintonspeler van Nederland al geen tijd meer. Een dag verbleef Van Dijk in het ouderlijk huis in een Rotterdamse buitenwijk na zijn sensationele zegereeks in Orange, Los Angeles waar hij zowel regerend wereldkampioen Peter Rasmussen als Hermawan Susanto, de nummer tien van de wereld versloeg.

Vandaag arriveert Van Dijk alweer in Denemarken om met zijn club Skovshoved een competitiewedstrijd te spelen. “Ik geniet nooit uitbundig”, vertelt de nummer één van Nederland. “Ik ben geen type dat nu een lange neus trekt naar de Deense wereldkampioen. Bovendien heb ik in de halve finales van de US Open een behoorlijke afstraffing gekregen van Peter Gade-Christensen. Maar ik merk wel dat de Denen me niet meer zo enthousiast onthalen als vroeger. Ik ben een serieuze concurrent van ze geworden.”

Trainen doet Van Dijk min of meer noodgedwongen in de buurt van Kopenhagen. “Nederland heeft nu eenmaal geen enkele traditie op het gebied van badminton. Ik ben een eenling die tegen een diepgewortelde cultuur in Denemarken en Azië moet opboksen. Geld voor een privé-coach heb ik niet. Soms reist de bondscoach mee, soms ben ik in het gezelschap van andere Nederlandse spelers, want het gaat met onze sport eindelijk de goede kant op. Maar ik word in feite begeleid door Rotterdam Topsport. Dat instituut geeft me ook mentale begeleiding.”

“Geestelijk heb ik de juiste balans gevonden, al blijft in badminton altijd sprake van een wankel evenwicht. Ik heb mezelf dan ook voorgehouden dat het jaren kon duren voor ik de aansluiting met de wereldtop zou vinden. Ik heb nu voor het eerst in mijn loopbaan de halve finales bereikt op een zogeheten vijfsterrentoernooi. Maar het kan nog wel anderhalf à twee jaar duren voor ik een dergelijk topevenement ook kan winnen'.

Van Dijk moet nu eenmaal “alles zelf uitvinden” in de wetenschap dat de Deense topspelers hem niet zullen helpen de rituelen van het badminton te ontsluieren. “Het is niet in het belang van de wereldtoppers al hun kennis aan mij over te dragen”, erkent Van Dijk. “De sfeer is in dat opzicht afstandelijk. Ik train regelmatig in Denemarken, maar ik heb alleen met Paul-Erik Hoyer-Larsen intensief contact. De anderen blijven geen seconde langer in de trainingszaal dan noodzakelijk.”

Grinnikend: “De Denen weten precies welke toernooien ze beter kunnen mijden vanwege de bizarre omstandigheden. Ze lieten mij lekker kapot gaan in landen als Korea, Indonesië, Rusland en Polen. Daar kom ik ook niet graag meer, alleen als het niet anders kan. De mentaliteit van de Aziaten staat me ook tegen. Ik vind het een absurde gedachte dat mensen moeten kiezen tussen een kommetje rijst of een riant bestaan als topsporter'.

“Die extremen weerspiegelen zich ook in het badminton. Op 17-17 in de beslissende set tegen een Indonesische topper word ik bij voorbaat benadeeld. Daar heb ik mee leren leven. Tijdens de World Cup in Djokjakarta liep ik een voedselvergiftiging op, ik ben nog nooit zo ziek geweest. Ik was nog niet hersteld, toen ik in Canada arriveerde ter voorbereiding op de US Open. Gek genoeg heb ik zelden zo goed gespeeld.”

Tot verbijstering van wereldkampioen Rasmussen, die zijn Nederlandse opponent in de eerste game als een jager achtervolgde. De analyse van Van Dijk: “Hij hanteerde een moordend tempo en gunde me slechts vier punten. Toch zag ik op het dertiende punt al een grimas op zijn gezicht verschijnen. Ik wist dat Rasmussen dit niet zou volhouden. In de tweede game had ik zelfs een 13-1 voorsprong en ook in de derde kwam ik niet meer in problemen.”

De Indonesiër Susanto kon Van Dijk ook al niet verontrusten en eindelijk doorbrak hij de grootste vloek in zijn sport, de national seperation. Op grote toernooien worden de Denen en de Aziaten traditioneel van elkaar gescheiden. Nooit treffen ze hun landgenoten eerder dan in de kwartfinales, terwijl Van Dijk immer te laag stond op de wereldranglijst om een ontmoeting met een speler uit de topvijf in de eerste omlopen te kunnen vermijden. Na zijn succes in Amerika stijgt hij naar de twintigste plaats op de ranking van de Internationale Badminton Federatie. Maar om verder te kunnen komen zal ook het circuit moeten worden gerenoveerd, stelt Van Dijk.

Als voorzitter van de spelersraad presenteert hij zich dan ook als een voorzichtige revolutionair. “De oudere spelers hebben soms moeite met me, omdat ik vastgeroeste patronen wil doorbreken”, vertelt Van Dijk met een glimlach.

“Volgend jaar komen zeven grandslamtoernooien op de kalender met een prijzengeld van 250.000 dollar. Vooral in Azië staan de sponsors in de rij, die hopen door te stoten naar de Chinese markt. Ik hoop uiteraard een graantje mee te pikken. Zo kan ik wellicht een coach betalen en me nog beter prepareren op mijn definitieve sprong naar de wereldtop. Het eindpunt ligt voorlopig in Sydney, al droom ik niet van een olympische medaille. Ik heb namelijk geen tijd om te dromen.”