De begroting van een brugklas

Het kabinet heeft vandaag zijn begroting gepresenteerd: een boekwerk, exclusief voor volwassenen. Hoe belangrijk is geld voor jongeren? Wat doen ze met hun zakgeld? Wat worden de grote uitgaven dit jaar? En wat verwachten jongeren van de Nederlandse regering? Uit het rapport 'Jongeren '97' van het bureau Inter/View dat afgelopen donderdag verscheen, sprak een beeld van de huidige generatie jongeren: hun leven draait om lol maken, van niemand afhankelijk zijn en ... geld verdienen.

Met geld moet wel voorzichtig worden omgegaan. “We nemen de theezakjes mee van huis, dan hoeven we alleen kokend water te kopen voor een dubbeltje. Dat scheelt veertig cent met thee uit de kantine!”, zegt een brugklasser. De leerlingen van brugklas 1a van het Montessori Lyceum in Den Haag kopen van hun zakgeld voornamelijk snoep. Sommigen krijgen kleedgeld om zo zelfstandig mogelijk met geld om te leren gaan. Sportkleren vallen niet onder kleedgeld. Voor grote uitgaven wordt extra gewerkt en lenen mag alleen van goede vrienden of van familie. Bijna alle kinderen hebben een pincode, al weten ze vaak zelf de code niet. Ouders sparen voor de toekomst van hun kinderen en heel soms zetten de leerlingen ook zelf wat op een rekening. Hoe rijk ze zijn weten de kinderen niet precies, of houden ze, naar goed gebruik, geheim. Van de ministers kennen zij vooral minister Borst (Volksgezondheid) en minister Sorgdrager (Justitie) en natuurlijk 'minister' Kok. De regering moet haar geld goed besteden: aan parken voor skaters, aan verkeerslichten in Den Haag en, vooral, aan mensen in arme landen.

1. Janna Geesink (12). Janna is zuinig op haar geld: wat op de bank staat, blijft daar staan. Zij krijgt 3,50 gulden zakgeld per week en geeft dat uit aan wat ze tegenkomt. Haar moeder betaalt de schoenen en de kleren. Als iets te duur is maar Janna wil het heel graag hebben, betaalt ze zelf wat mee. Ze hoort niet tot een bepaald groepje. Ze is vooral zichzelf. Later wordt Janna geoloog omdat ze fossielen gewoon “ontzettend” leuk vindt.

2. Astrid Vogel (12). Astrid wordt slapend rijk door theezakjes van huis mee te nemen zodat ze op school alleen nog maar warm water voor een dubbeltje hoeft te kopen. Zij krijgt per maand 25 gulden zakgeld en 60 gulden kleedgeld. Gelukkig hoeft ze daarvan geen sportkleren te kopen. Astrid heeft een eigen pincode maar vraag haar niet naar het nummer, want dat weet zij zelf ook niet. De regering moet zo snel mogelijk geld storten op de rekening van de familie Gümüs, zodat deze in Turkije een nieuwe start kan maken. Zelf wordt zij architecte.

3. Mirte Verkooijen (12). Mirte spaart voor haar toekomst. Ze wil toneelspeelster worden. Iedere week houdt ze de helft van haar zakgeld (7 gulden) apart en dan storten haar ouders dat voor haar op een rekening. Soms koopt ze snoep, maar ze moet ook cadeautjes kopen voor haar broers en ouders. Om de kas te spekken loopt ze af en toe een krantenwijk of past ze op kinderen in de buurt. Mirte vindt dat de regering geld aan de arme landen moet geven. Wij hebben immers met z'n allen nu wel genoeg.

4. Ka-Kee Ng (12). Van haar zakgeld koopt Ka-Kee op school wel eens wat lekkers. Maar over het algemeen stort zij haar wekelijkse 5 gulden zakgeld op een eigen spaarrekening. Geld is belangrijk. Haar ouders sparen voor haar toekomst, al weet Ka-Kee nog niet wat ze later wil worden.

5. Yesno Akkerman (12). Yesno wast samen met Rianne de auto van haar oma om wat geld bij te verdienen. Haar ouders sparen voor haar en het gaat ons niet aan hoeveel Yesno zelf spaart, zegt ze. Ze krijgt 5 gulden zakgeld per week en dat gaat al snel op aan snoep, sieraden en stenen. Ze stelt zich zo sociaal mogelijk op, zegt ze, en de regering moet volgens haar dan ook geld geven aan arme mensen die geen brood op de plank hebben.

6. Sabrina Leeuwin (13). Sabrina moet van haar ouders zelfstandig met geld leren omgaan. Daarom krijgt zij naast 25 gulden zakgeld per maand ook kleedgeld (125 gulden per maand). Sabrina snoept zo min mogelijk, zodat zij geld op haar spaarrekening kan zetten. Geld is heel belangrijk voor haar (“Als ik geen geld heb, loop ik straks nog in m'n nakie”) en gelukkig spaart Sabrina's vader met haar mee, want ze wil later per se gaan studeren.

7. Rianne Hartemink (12). Rianne heeft vijf cent op zak maar gelukkig ook nog een geheim bedrag op haar Eurorekening. Met zo'n rekening krijg je korting op video's, heeft Rianne net gehoord van een klasgenoot. Ze krijgt 6 gulden zakgeld per week en koopt daar tweety dingen van. Rianne is brutaal en melig, maar wordt serieus als het over regeringsuitgaven gaat: meer geld voor gehandicapten en zielige mensen.

8. Linda Oranje (12). Linda heeft een spaarpot èn een eigen bankrekening. Zij krijgt 4 gulden zakgeld per week waarvan ze sieraden of forever-friends-dingetjes koopt. Haar ouders en 'omie' sparen ook voor haar. Zij vindt zichzelf een heel melig type en maakt vooral lol met haar vriendinnen. Linda wil later oud, gelukkig en fysiotherapeut worden.

9. Sandra Voorham (12). Sandra houdt van huisdieren. Van haar zakgeld (30 gulden per maand) koopt ze speeltjes voor dieren. Ze spaart ook geld op de bank en haar ouders leggen geld voor haar opzij. Tekenen is haar grote liefde. Als haar budget het toelaat, zal ze dit jaar een tekendoos aanschaffen. Later wil Linda onderwijzeres worden, omdat ze kinderen “hartstikke” leuk vindt.

10. Iris van Asselt (12). Iris krijgt 5 gulden zakgeld per week en één keer in de drie maanden 100 gulden kleedgeld. Het zakgeld wordt ook wel eens vergeten, maar aan de andere kant krijgt Iris eigenlijk geld voor alles wat zij wil. Ze gooit af en toe eens wat in een oude spaarpot en haar familie spaart ook voor haar. Iris roept de regering op betere verkeerslichten te plaatsen op de route van het centraal station naar school. Later wil zij apotheker of apothekersassistente worden.

11. Marije Boerlage (12). Marije heeft een streng financiëel beleid voor zichzelf uitgestippeld. Uitgave: maximaal 1 gulden per dag. Sparen: minimaal 1 gulden per week. Zij krijgt 5 gulden zakgeld per week. Haar grootste uitgave dit jaar wordt een eigen televisie. Het bedrag op haar bankrekening laat dat wel toe, verwacht ze. Haar toekomst bestaat uit het redden van dieren en dus wordt ze later dierenarts.

12. Mascha Zeldenrust (11). Mascha kreeg deze maand voor de eerste keer kleedgeld (65 gulden per maand) maar ze heeft nog niets gekocht. Van haar zakgeld (17,50 per maand) koopt zij snoep, cadeautjes voor anderen en cadeautjes voor zichzelf. Zij heeft een eigen bankrekening waar al heel veel op staat en ook haar ouders sparen voor haar. Ze heeft een pincode en een chipper maar heeft nog geen idee waarvoor ze deze betaalmiddelen zal gebruiken. Later wil ze werken met kinderen.

13. Christophe Lelarge (11). Een dure hobby betekent al snel geldzorgen. Christophe koopt van zijn zakgeld (7 gulden per week) onderdelen voor modelauto's. Hij heeft een eigen spaarrekening en zelfs een eigen pin-code, maar die gebruikt hij nog niet. Zijn grootste uitgave wordt dit jaar een nieuwe modelauto. Om die te kunnen betalen, zal hij zijn oude auto moeten verkopen. Hij heeft al zijn zakgeld op zak en gaat in de pauze even snacken in de Weis. Christophe maakt zich boos over mensen die schildpaddensoep eten of anderszins “gemeen” zijn tegen dieren. Ook kinderen moeten beter worden beschermd. Daar moet de overheid dus geld voor uittrekken, meent Christophe.

14. Casper van der Plas (13). Het zakgeld (30 gulden per maand) wordt door Casper altijd op de bank gezet. Hij geeft alleen geld uit aan onderdelen voor zijn modelvliegtuigjes met afstandsbediening. Hij spaarde al bijna vijfhonderd gulden, dus waarschijnlijk kan hij de zender die hij op het oog heeft, wel financieren. Zijn opa opende ooit een rekening voor hem. Hoeveel daarop staat, is onbekend. Natuurlijk wordt Casper later piloot. Hij vraagt de regering nu vooral geld uit te geven aan computers op school want de computers op zijn school zijn veel te traag.

15. Bastiaan Albarda (11). Bastiaan houdt zich naar eigen zeggen niet zo met geld bezig. Wel heeft hij drie bankrekeningen. Hij krijgt 10 gulden zakgeld per week en daar koopt hij computerspelletjes van. Zijn ouders sparen ook voor hem. Zijn grootste uitgave dit jaar wordt een pakket aandelen. Hij weet nog niet waarin maar zal de komende tijd de koersen in de gaten houden. Iedereen kan nu wel zeggen dat het goed gaat met de Nederlandse economie, Bastiaan vindt dat de regering meer geld moet reserveren voor de verbetering van onze economie. Hij wil zijn steentje bijdragen wanneer hij later als patholoog of programmeur werkt.

16. Lode Claassen (12). Lode geeft al zijn geld uit aan zijn apenverzameling (4 gulden per week). Hij heeft wel een eigen bankrekening, maar weet niet hoeveel daar op staat. Zijn moeder spaart ook voor hem. Heel, heel soms doet Lode een 'heitje voor een karweitje'. Verder interesseert geld hem nauwelijks. Auto's moeten volgens Lode de wereld uit en hij is een voorstander van meer bomen. Later wordt hij apenverzorger of schaker.

17. Job van Grol (12). Job is een echte skater die bij voorkeur “weet ik veel” of “gaat je niets aan” zegt. Van zijn wekelijkse 10 gulden zakgeld koopt hij snoep, cd's en skateboardspullen. Job spaart, evenals zijn ouders, voor zijn toekomst. Maar hoe die eruit zal zien, daarvan heeft hij nog geen idee.

18.Hendrik Schimmelpenninck (13). Hendrik is een echte spaarder en een skater die van vissen houdt. Zijn zakgeld (50 gulden per maand) wordt op de bank gezet. Hendrik heeft nauwelijks geld op zak (40 cent). Als hij bijvoorbeeld naar de kermis wil, gaat hij eerst even pinnen. Zijn vader spaart ook voor hem - al weet Hendrik niet hoeveel. Alles draait verder om skaten: hij spaart voor een nieuw skateboard, hij kocht net een nieuw skateboard en hij vraagt de regering haar geld te besteden aan meer parken voor skaters in de stad.

19. Rogier Post (12). Ook Rogier is een skater. Hij krijgt 25 gulden zakgeld per maand waarvan hij snoep, cd's, boeken en stickers voor zijn skateboard koopt. Soms legt hij geld opzij; ongeveer zevenhonderd gulden heeft hij op een eigen rekening staan. Zijn ouders sparen ook voor hem. Heel soms verdient hij wat bij door auto's te wassen of klusjes in huis op te knappen. De overheid zou haar geld volgens Rogier uit moeten geven aan onderwijs, veiligheid en “genoeg woonplaatsen” voor iedereen.

20. Kaveh Nafissi (13). Een sporter. Hij krijgt 50 gulden zakgeld per maand en de rest verdient hij door te werken bij zijn vader in de zaak. Zijn ouders hebben een rekening voor hem geopend, maar hoeveel ze voor hem sparen weet Kaveh niet. Geld is verder niet belangrijk voor hem; Kaveh is tevreden. De regering moet geld sturen naar arme landen - daar hebben ze het immers veel harder nodig. Kaveh is een voetballer en een basketballer, maar het liefst wordt hij later tennisser.

21. Govert van Rijssel (12). Govert is een jongleur. Hij krijgt 15 gulden zakgeld per maand. Daar koopt hij “jongleerspullen” van. Hij spaart heel serieus en heeft al een paar honderd gulden. Hij behoort tot de skatergroep. Hij heeft een eigen skateboard en hoopt in de toekomst heel veel dingen voor zijn skateboard te kunnen kopen. Tot dan neemt hij genoegen met lollies.

22. Jef Pennings (12). Jef schrijft als een van de weinige brugklassers foutloos Nederlands. Een echte visser die al zijn zakgeld (5 gulden per week) aan deze sport uitgeeft. Zelfs de regering zou haar geld moeten uitgeven aan onderhoud van het viswater in Nederland. Jef wordt later miljonair - hij heeft al een bankrekening. En omdat geld nu eenmaal belangrijk is, kun je er maar beter veel van hebben.

23. Bram van Duyn (12). Bram spaart voor computerspelletjes. Helaas moet hij binnenkort vooral verjaardagscadeautjes voor anderen kopen. Hij krijgt 5 gulden per week en geeft dat meestal wel uit. Bram heeft geen idee hoeveel zijn ouders voor hem sparen, maar dàt ze sparen weet hij wel. Hij boycot de plannen voor een vliegveld in zee. De regering moet daar volgens Bram dan ook geen geld aan uitgeven.

24. Maarten van Lummel (12). Maarten is vrolijk en een computerfreak. Hij is nu aan het sparen voor zijn grootste uitgave van het komende jaar: de HCC computerbeurs. Hij krijgt 15 gulden zakgeld per maand en daar koopt hij wel eens een cd van. Geld is belangrijk voor Maarten, maar zijn leven hangt er niet van af. Hij maakt mensen graag aan het lachen en wil daarom cabaretier worden.

25. Yuka Poppe (12). Yuka zegt niet veel; hij doet des te meer. Hij maakt portieken schoon en loopt drie keer per week een krantenwijk om geld bij te verdienen. Zijn moeder spaart ook voor hem. Van zijn zakgeld (5 à 15 gulden per week) koopt hij “stoere petten” en op het moment is hij heel hard aan het sparen voor een nieuwe fiets. Daarmee wil hij echt gaan stunten. Hij noemt zichzelf een gabber en luistert veel naar house.