Amerikaanse druk op Israel om O-Jeruzalem

TEL AVIV, 16 SEPT. De Israelische premier Netanyahu staat onder zware druk van de Verenigde Staten om drie joodse gezinnen uit twee gebouwen in Ras al-Amud in Oost-Jeruzalem te zetten. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Albright, is kwaad dat Israel haar verzoek in de wind heeft geslagen om af te zien van unilaterale daden die door de Palestijnen als provocaties worden gezien.

Dat is de essentie van een Amerikaanse diplomatieke boodschap die gisteren met spoed naar Jeruzalem werd gestuurd.

De Jeruzalemse politie waarschuwde vanmorgen dat de affaire Ras al-Amud tot hervatting van de intifadah, de Palestijnse volksopstand, kan leiden. Het Israelische leger bereidt zich volgens hooggeplaatste militaire kringen, koortsachtig voor op een guerrilla-oorlog met de Palestijnen.

De training van het leger voor onder andere straatgevechten met de Palestijnse politie begon al voordat drie joodse gezinnen maandagavond twee gebouwen in Ras-al Amud betrokken. Volgens de Israelische media werden de gebouwen voor 250.000 dollar van de Arabische eigenaar gekocht. Deze zou na het ontvangen van het geld met de noorderzon naar Roemenië zijn vertrokken. Een stuk land bij Ras al-Amud is eigendom van de Amerikaanse miljonair Irving Moskowitz. Hij zou ook de geldschieter zijn voor de koop van beide gebouwen bij Ras al-Amud, waar hij een joodse buurt wil bouwen.

Intussen is uitgekomen dat Netanyahu wist of had kunnen weten dat leden van een ultra-orthodoxe joodse groep, Ateret Hacohanim, van plan waren de huizen bij Ras al-Amud binnen te trekken. Op 7 september werd Netanyahu door de minister van Politie, Avigdor Kahalani, op de hoogte gesteld van de plannen. Netanyahu slaagde erin Ehud Olmert, de burgemeester van Jeruzalem, ervan te overtuigen druk op Irving Moskowits, de beschermheer en geldschieter van de activisten, uit te oefenen om met deze daad te wachten tot het einde van Albrights bezoek aan Israel.

Netanyahu wordt gesteund door de juridische adviseur van de regering, Rubinstein, dat andere dan zuivere juridische argumenten moeten worden gebruikt om aan de affaire Ras al-Amud een einde te maken. De huizen zijn volgens Rubinstein rechtmatig van de Arabische eigenaar gekocht. Minister Kahalani legde uit dat hij om deze reden de bewoning van de huizen niet heeft voorkomen. Als de veiligheid van het publiek er door in gevaar komt, is de regering volgens Rubinstein gemachtigd tot uitzetting over te gaan.