Alle dagen voetbal, voetbal en nog eens voetbal

De Europese voetbaltoernooien gaan vandaag van start. Wat in 1955 begon als een kleinschalig toernooi is uitgegroeid tot een vrijwel onbeheersbaar mammoetproject.

ROTTERDAM, 16 SEPT. Het voetbalpubliek is nog niet uitgepraat over de vele verspreide competitie- en bekerwedstrijden op nationaal niveau of het wordt al weer vergast op voetbal van internationaal allooi. Internationaal voetbal is er deze week zelfs te kust en te keur, niet alleen in de stadions maar vooral op de vele televisiezenders. Liefst zestig wedstrijden worden vandaag, morgen en donderdag in de verschillende Europese bekertoernooien gespeeld. En bijna van geen enkel duel zal de liefhebber beelden - of op z'n minst de doelpunten - worden onthouden.

Het voorzichtige plan dat de Fransen Gabriël Hanot en Jacques Ferran, journalisten van het sportdagblad l'Equipe, in 1955 voorstelden om een toernooi tussen gerenommeerde Europese clubs te organiseren, heeft zich ontwikkeld tot een onoverzichtelijk en bijna onbeheersbaar mammoetproject. Zestien landskampioenen werden veertig jaar geleden door de Europese voetbalunie UEFA uitgenodigd mee te spelen in het eerste toernooi om de Europa Cup. De Engelse en Russische kampioenen zagen nog van deelname af, PSV werd al in de eerste ronde uitgeschakeld door Rapid Wien en Real Madrid zou in de eerste vijf jaargangen de winnaar worden.

In 1961 werd begonnen met de Europa Cup voor bekerwinnaars. En in 1972 met de UEFA Cup, als opvolger van het toernooi om de Jaarbeursstedenbeker dat in 1958 ten doop werd gehouden. Sinds die tijden waarin slechts van een handvol wedstrijden per jaar een direct verslag op de televisie was te volgen, heeft in het brein van de voetbalontwikkelaars altijd het idee gebroeid een Europese competitie op te zetten - naast of in plaats van de nationale competitie.

Zo groots opgezet als deze jaargang zijn de drie Europese toernooien (daarnaast is er nog de Intertoto waarvan de hoogstgeplaatsten zich het recht verschaffen aan het UEFA-Cuptoernooi mee te doen) nog nooit geweest. Vanavond worden 32 wedstrijden gespeeld in het UEFA-Cuptoernooi, donderdag zijn er zestien wedstrijden in het toernooi der bekerwinnaars en morgenavond komen 24 clubs in actie in het toernooi der kampioenen, sinds 1992 de Champions League genoemd. Vorig jaar telde het laatste en belangrijkste toernooi nog 16 deelnemers. Toen waren het nog kampioenen. Nu zijn van de sterkste landen van Europa (waaronder Nederland) ook de nummers twee deelnemer, zoals Feyenoord, Barcelona, Newcastle United, Parma. Van een kampioenencompetitie is geen sprake meer.

De grote clubs van Europa zijn al de rijkste clubs. En door de opzet van de Champions League zullen de grote clubs nog groter en nog rijker worden. Gezien de tientallen miljoenen guldens die dezer dagen voor de beste voetballers van de wereld worden betaald, zullen in de toekomst alleen nog de rijkste clubs in staat zijn de beste voetballers aan te trekken. Vandaar dat clubs die zich niet voor de Champions League hebben kunnen plaatsen, aanzienlijke inkomsten aan prijzengeld, premies, recettes en tv-inkomsten en publiciteit mislopen. Een club die niet meedoet in de race om de miljoenen dreigt zijn dagen te moeten slijten in de anonimiteit van de nationale competities.

Zoals Ajax, dat na drie zeer winstgevende jaren in de Champions League moet proberen in het UEFA-Cuptoernooi nog een beetje geld te verdienen. De inkomsten uit dit toernooi steken schril af bij die van de kampioenencompetitie, waarin deze jaargang 270 miljoen gulden is te verdienen. Wanneer PSV en Feyenoord in de eerste vijf poulewedstrijden slechts een paar puntjes verdienen krijgen ze meer geld dan Ajax in een heel UEFA-Cupseizoen. Voetbal is een kwestie van rijkdom. Wereldvermaarde jeugdopleidingen zoals die van Ajax zijn niet meer toereikend om aan de top te blijven.

Al enige jaren heerst de vraag wanneer de verzadiging toeslaat. Maar nog altijd zijn voetbalwedstrijden de meestbekeken tv-programma's, zowel bij publieke als commerciële zendgemachtigden. Elke avond een wedstrijd op de televisie is al geen bijzonderheid meer. Morgen zendt de NOS gelijktijdig op twee netten de wedstrijden van PSV (tegen Dinamo Kiev) en Feyenoord (tegen Juventus) uit. Wanneer de ene wedstrijd even niet boeit, kan worden overgeschakeld op het andere net. En als die ook niet boeit, zijn er wel buitenlandse zenders waarop een paar kampioenen spelen. En als die ook niet boeien is er de volgende dag wel weer een wedstrijd tussen bekerwinnaars of vrijdag een wedstrijd van nationaal niveau. En zaterdag ook weer, en zondag en maandag. De liefhebber klaagt niet. Dankzij de commercie ziet hij elke dag voetbal en straks ziet hij niets anders meer. Totdat voetbal definitief achter de decoder verdwijnt en hij dient te betalen wil hij nog wedstrijden kunnen zien. Een Europese competitie achter de decoder, is dat de toekomst?