Voor- en nadeel van Alternatief

Het kabinet presenteert morgen een begroting, die al is aangekondigd als een 'droombegroting': één zonder akelige bezuinigingen en met allerhande leuke dingen. Heeft het zin voor het CDA hiertegen te opponeren; is het voor de oppositie doenlijk reële alternatieven te ontwikkelen?

Thijs Wöltgens en Rudolf de Korte, twee experts met een aantal Tegenbegrotingen op hun naam, hebben een duidelijk parool. In het algemeen moet je als oppositiepartij altijd een Tegenbegroting indienen: het versterkt je geloofwaardigheid, het laat zien dat het ook anders kan én het voorkomt dat vanuit de eigen fractie ondoordachte, niet financieel onderbouwde ideeën worden gelanceerd.

Toch loopt hun opvatting uiteen hoe het CDA praktisch moet handelen. De Korte, de vroegere financieel specialist van de VVD-fractie, moedigt het CDA aan een Alternatief in te dienen. “Je bent geen knip voor de neus waard als je het niet doet”, zegt hij vanuit Luxemburg, waar hij vice-president is bij de Europese Investeringsbank.

Ooit, in 1990, bij de eerste begroting van het kabinet-Lubbers-III, liet De Korte een tegenbegroting achterwege. Of liever, de meerderheid van de fractie, en met hen de jonge fractieleider Frits Bolkestein, vond een zwaar opgetuigd alternatief niet opportuun. “Ik was een beetje met handen gebonden”, herinnert De Korte zich. Met de magere deelbegroting die de VVD indiende, oogstten De Korte en Bolkestein zware kritiek. De jaren daarop zette de VVD een volwaardig Alternatief neer.

Thijs Wöltgens ziet het anders: soms valt er eenvoudig niet te opponeren tegen kabinetsbeleid. Wanneer een kabinet een begroting presenteert die op hoofdlijnen zo dicht in de buurt komt waar je als oppositie wilt uitkomen, moet je een Alternatief achterwege laten. “Anders ga je zitten millimeteren”, aldus Wöltgens. De vroegere financieel specialist van de PvdA-fractie adviseerde zijn leider Joop den Uyl in 1978, bij de eerste begroting van het kabinet Van Agt/Wiegel, geen tegenbegroting uit te brengen. Volgens Wöltgens kwam het werkgelegenheidsbeleid van minister Wil Albeda, de anti-revolutionaire minister van Sociale zaken, zo dicht bij eerdere ideeën van Den Uyl zelf dat opponeren misplaatst zou zijn. De fractieleider zag dat anders: “Voor Den Uyl was mijn idee vloeken in de kerk”, zo weet Wöltgens nog. Den Uyl wilde een alternatief en dat kwam er ook. Tenslotte was hij pas zo kort oud-premier en was zijn droom 'dat tweede kabinet-Den Uyl, dat komt er toch' nog zeer levend.

Het CDA is gewaarschuwd: het indienen van een Tegenbegroting is niet zonder risico's.