Vijfde Maria-dogma

Miljoenen katholieken uit alle werelddelen hebben zich de afgelopen vier jaar tot het Vaticaan gewend met het verzoek de heilige maagd Maria nog heiliger te verklaren. De gelovigen willen haar een aantal extra, officiële geloofstitels geven. Circa vijf miljoen petities hebben inmiddels Rome bereikt. Daarin pleiten ze voor een verdere verhoging van de status van Maria - ook al heeft de kerk zich sinds het midden van de vijfde eeuw al vier keer over de moeder van Jezus van Nazareth uitgesproken.

Het Amerikaanse weekblad Newsweek besteedde eind vorige maand bijna tien pagina's aan de wereldwijde opleving van de Maria-verering. Al in eerste helft van de vijfde eeuw werd Maria op een hoog voetstuk gezet. In 431 werd zij in Efese (Klein-Azië) plechtig tot 'moeder van God' verheven. Vervolgens bevestigde de kerk in 649 haar 'eeuwigdurende maagdelijkheid' en staat het sinds de dogmaverklaring van 1854 voor rooms-katholieke gelovigen vast dat Maria 'onbevlekt ontvangen' is, dus zonder de menselijke zondigheid. En in 1950 - als kroon op de drie eerdere dogmaverklaringen - kondigde paus Pius de Twaalfde als onweerlegbare geloofswaarheid af dat de Moeder Gods na haar aardse leven met ziel en lichaam in de hemel is opgenomen.

Toch is Maria blijkbaar nog niet heilig genoeg. Miljoenen katholieken, onder wie circa vijfhonderd bisschoppen en zeker veertig van de honderdtwintig kardinalen (onder wie de Poolse kardinaal Glemp en zijn Franse en Amerikaanse confrères, kardinaal Lustiger van Parijs en kardinaal O'Connor van New York) vinden dat er een vijfde Maria-dogma moet komen. Zij hopen dat de huidige paus Johannes Paulus II nog voor het eind van deze eeuw zo'n dogma zal afkondigen. Overigens is de paus zelf een vurig Maria-vereerder.

De oorsprong van de beweging voor het vijfde Maria-dogma ligt min of meer in Amsterdam. Volgens de in 1997 door de Nederlandse Stichting Vrouwe van alle volken opnieuw uitgegeven 'Verklaring van Amsterdam' dient de moeder van Jezus de officiële titels van mede-verlosseres (co-redemptrix), middelares van alle genade (mediatrix) en voorspreekster (advocata) te krijgen. Maria zou hier zèlf om hebben gevraagd tijdens haar verschijningen aan de Amsterdamse Ida Peerdeman in de jaren 1945-1959. De kerk houdt deze verschijningen nog niet voor waar.

Maria zou in maart 1945 aan Peerdeman hebben voorspeld dat het einde van de Tweede Wereldoorlog in zicht was en hoe de rooms-katholieke wereldkerk zich nadien zou ontwikkelen. Ook had zij, zo zegt Peerdeman, bij haar verschijningen zelf op statusverhoging aangedrongen, ook al zou Maria hebben geweten hoeveel deining dit in de kerk zou geven.

Vooralsnog wil de Heilige Stoel van zo'n vijfde dogma nog weinig weten. Begin juni van dit jaar stond in de Osservatore Romano, het officiële mededelingen- en opinieblad van het Vaticaan, te lezen dat er van zo'n dogma geen sprake kan zijn. Daarmee zou het Vaticaan de toch al vrij broze relaties met de protestantse en met oosters-orthodoxe christenheid de grond in boren. Rome zou zelfs niet de indruk mogen wekken om van de heilige drie-eenheid God de Vader, Jezus Christus de Zoon en de Heilige Geest (het allerbelangrijkste christelijke dogma) een vier-eenheid, een heilige kwartet inclusief Maria, te maken.

Dat de vijfde dogma-beweging zich zo massaal voordoet, vindt de Tilburgse hoogleraar en dogmatisch theoloog, W. Logister, in psychologische en volksreligieuze zin begrijpelijk. Ook ziet Logister daarin een antwoord van de traditioneel-kerkelijke kant op de feministische theologie, die zo sterk heeft geageerd tegen de dominantie van mannelijke beelden in het geloof.

Hoewel Nederlandse katholieken in het algemeen slecht op de hoogte zijn van de wereldwijde beweging voor het vijfde Maria-dogma, ijvert een groep onder leiding van de classicus en filosofie-docent, drs. Arnold Leeman in Limmen daarvoor. Leeman wijst erop dat de devotie van Maria als 'vrouwe van alle volken' door bisschop Bomers van Haarlem is toegestaan. Het voorgestelde nieuwe dogma van Maria als 'mede-verlosseres' (naast of als hulp van Christus) en als 'middelares van alle genade' brengt volgens hem geen nieuwe geloofsvisies met zich mee. “Zo'n dogma zou alleen maar een extra verwijzing naar de heilige Drievuldigheid zijn”, zegt hij, “want voor veel, vooral minder intellectuele katholieken, is de triniteit erg abstract en spreekt Maria meer tot het hart van zulke gelovigen”.