Stemmige pop is ziel van festival

Crossing Border Festival, 12 en 13/9, Congresgebouw, Den Haag.

Opgelucht kon de security van het Congresgebouw aan het eind van de avond ademhalen: wonder boven wonder waren er geen gevechten uitgebroken tussen de bezoekers van het bluesfestival en de dance-party die per ongeluk op dezelfde avond geboekt waren. De organisator van beide evenementen bleek een en dezelfde te zijn, die volhield dat het geen vergissing was, maar dat de belegen blues en hippe dance onderdelen vormden van zijn Crossing Border-festival, dat grenzen wil overschrijden en kloven dichten.

Maar de kloof die gaapte in de muziekprogrammering op de vijfde aflevering van Crossing Border was moeilijk te overbruggen. De Engelse televisiepresentator Jools Holland speelde met zijn Rhythm & Blues Orchestra, aangevuld met gasten als Sam Brown en Carmel, een degelijke, uitgekauwde, bleke variant van de ooit opwindende rhythm & blues-muziek. De rest van het Congresgebouw was verrassend sfeervol aangekleed, maar de grote Prins Willem Alexander-zaal waar Holland optrad was even stijf als de kroonprins: wie binnenkwam moest meteen in de rood-pluchen stoelen plaatsnemen. Het contrast kon niet groter met de kleinere zaal een paar verdiepingen lager, waar jeugdiger bezoekers huppelden en sprongen op de spannende beats van de frisse Engelse jungle-muziek.

De manier waarop Crossing Border zich tussen deze extremen beweegt, heeft deels een pragmatische oorzaak: artiesten als Jools Holland, John Hiatt, Boudewijn de Groot, Luka Bloom en Van Dik Hout mogen dan niets nieuws brengen, ze trekken wel publiek - waardoor het festival met ongeveer 9500 bezoekers over twee avonden een succes was. Jungle-dj's en dance-groepen als Grumpyhead, Dreadzone en Lo Fidelity All Stars geven het een eigentijdser, scherper randje.

Maar de ziel van Crossing Border wordt gevormd door de ingetogen klanken van stemmige popgroepen als Tindersticks en Elysian Fields, singer/songwriters als Loudon Wainwright III, Mary Coughlan en David Broza, eigenzinnige eenlingen als Billy Childish en Jim White en integere soulartiesten als Jhelisa en Lewis Taylor. Deze artiesten, wier teksten even belangrijk zijn als hun muziek, komen dicht in de buurt van de grens met literatuur die Crossing Border wil slechten: zo las Billy Childish eerst voor uit zijn dichtbundel en speelde hij daarna ruige, bluesy rock & roll, en legde de Ierse Coughlan uitgebreid uit waar haar liedjes over gingen. De woorden van de Amerikaanse zanger Bill Callahan van Smog kregen door zijn intense voordracht - zijn stem laag en krachtig in harde uithalen, overslaand in zachte passages - een indringende somberheid: 'The widow says / It's hard to live / With a man like me. / The widow says / It's hard to live / On the lonely version of love I give'.

Bijzondere muziek was te horen bij de muzikanten die het gebied tussen pop en klassiek verkenden, zoals het hartverwarmende strijkkwartet Balanescu Quartet en het Amerikaanse Rachel's, dat in een bezetting van piano, gitaar, drums en twee violen langzaam aanzwellende, mijmerende stukken speelde. De Indiaas-Engelse Nitin Sawhney stoeide met traditionele Indiase muziek, Spaanse flamenco en elektronische drums. Het verrassendst van de vele onbekende namen op het festival was het Nederlandse duo Solex, een zangeres/toetseniste en een drummer die originele liedjes speelden met speelse drums, aanstekelijk opgewekte zang en merkwaardige vervormde elektronische geluiden.