Radio God's Own Country

The Last Night of the Proms, de afsluiting van het Londense zomerconcertseizoen, blijft een adembenemende gebeurtenis.

Afgelopen zaterdagavond zond de BBC dit feestelijke concert rechtstreeks uit via 'Radio 3' en ook op de televisie. Bij de BBC Worldservice daarentegen, was alleen de eerste helft van het concert direct te horen. Bovendien werd deze uitzending midden in een stuk van Wagner afgebroken. Het tweede, meest spectaculaire deel zou pas later in de nacht worden uitgezonden.

Een week na de begrafenis van prinses Diana beleefde Groot-Brittannië zo opnieuw een avond vol sentiment met liederen als 'Land of Hope and Glory' en 'Rule Britannia', die traditiegetrouw door alle aanwezigen - niet alleen de zesduizend mensen in de Royal Albert Hall, maar ook vijfendertigduizend luisteraars in het Londense Hyde Park - hartstochtelijk werden meegezongen.

Vast onderdeel van The Last Night of the Proms, tussen de speech van de dirigent en het Britse volkslied, is de prachtig getoonzette, lyrische hymn 'Jerusalem' van William Blake (1757-1827). Het is een wonderlijk lied, waarin bijbels gedachtegoed op een ingenieuze wijze wordt verweven met Engelse nationale trots.

In het eerste couplet van dit lied, dat ontstond als een protest tegen de sociale wantoestanden in de vorige eeuw, vraagt de dichter zich af of het heilige Lam Gods, Jezus Christus, in vroegere tijden heeft rondgelopen in de heuvels en op de weidegronden van Engeland.

Straalde zijn goddelijk gelaat over de bewolkte Engelse heuvels en werd Jeruzalem hier gebouwd, tussen deze donkere satanische fabrieken? And did those feet in ancient time Walk upon England's mountains green? And was the holy Lamb of God On England's pleasant pastures seen? And did the Countenance Divine Shine forth upon our clouded hills? And was Jerusalem builded here Among these dark Satanic Mills? In het tweede couplet van dit gezang, waarvan de tekst in het BBC Hymn Book na te lezen is, volgt dan een hartstochtelijke, haast apocalyptische oproep, onderstreept door een aanzwellend orkest, om te vuur en te zwaard te strijden voor de bouw van het nieuwe Jeruzalem op Engelse bodem.

Heilsverwachting en nationaal sentiment lopen als het ware in elkaar over. Bring me my bow of burning gold! Bring me my arrows of desire! Bring me my spear! O clouds, unfold! Bring me my chariot of fire! I will not cease from mental fight, Nor shall my sword sleep in my hand, Till we have built Jerusalem In England's green and pleasant land. Dirigent Andrew Davis bracht het recente overlijden van prinses Diana, de Britse dirigent Sir Georg Solti en moeder Teresa in herinnering en roemde hen als mensen die zich ook hebben ingezet voor een betere wereld en droeg 'Jerusalem' aan hen op.

Het lied verwoordt wat diep in de ziel van de Engelsman leeft, namelijk dat Engeland 'God's own country' is en dat de Britten een uitverkoren volk vormen.

Wat in 'Land of Hope and Glory' en 'Rule Britannia' nog eendimensionaal nationalistisch is (Britten zullen nooit slaven worden), krijgt in 'Jerusalem' een religieuze ondertoon, die werd onderstreept door het imposante orgel.

Een 103 jaar oude traditie kreeg zaterdagavond een nieuwe rechtvaardiging.