ORNETTE COLEMAN

Ornette Coleman: In all Languages/The Original Quartet & Prime Time (Harmolodic 531 915-2), Ornette Coleman/Joachim Kühn: Colors (idem 537 789-2). Distr. Polygram

Met de piano heeft saxofonist Ornette Coleman nooit veel opgehad, waarschijnlijk omdat het 'wohltemperierte' karakter van dat instrument niet bij zijn specifieke toonvorming paste. De één sprak van 'gewaagde' microtonen, de ander noemde Colemans spel 'doodgewoon' vals. Alleen al om die reden is zijn duo cd Colors met de Duitse pianist Joachim Kühn iets bijzonders.

Wat inhoudelijk frappeert aan deze plaat, vorig jaar opgenomen in de Leipziger Opera, is dat Coleman nog steeds zulke intrigerende melodieën weet te bedenken. Juist daarom doet het pijn dat hij als uitvoerder soms tekortschiet. De vraag is echter of een jongere geestverwant net zo veel spanning op zou wekken. Misschien moet Ornette Coleman, 67 inmiddels, doorgaan met balanceren op de rand. Zodat je herhaaldelijk je adem inhoudt, ook door het kunst- en vliegwerk dat Joachim Kühn verricht om de saxofonist voor een val te behoeden.

In all Languages is een heruitgave van een dubbel lp uit '87. In de eerste tien stukken viert Coleman een reünie van zijn klassieke kwartet met Don Cherry, Charlie Haden en Billie Higgins. Op plaat 2 wordt deels hetzelfde repertoire gespeeld maar nu door Prime Time met twee gitaren, twee basgitaren en twee slagwerkers. Dat deze band vanachter een gordijn lijkt te spelen is tamelijk vervreemdend maar niet doorslaggevend. Ornette's altsaxofoon juicht en huilt zo overtuigend dat je het geluid van de buren al gauw niet meer hoort.