Netto bijdrage

DE BEUK ERIN is niet het normale diplomatieke taalgebruik van Nederlandse bewindslieden als het over de Europese Unie gaat. Toch heeft minister Zalm (Financiën) zich in het Luxemburgse kuuroord Mondorf-Les Bains tijdens het maandelijkse beraad van de Europese ministers van Financiën in die bewoordingen uitgelaten over de hoogte van de Nederlandse bijdrage aan de Europese Unie.

Nederland wil minder afdragen aan 'Brussel' als in 1999 het nieuwe Eigen-middelenbesluit wordt vastgesteld.

In enkele jaren tijd is Nederland van een netto-ontvanger verschoven naar de positie van de grootste netto-betaler per hoofd van de bevolking. Deze omslag is het gevolg van de Raadsbesluiten die werden genomen op de top in Edinburgh eind 1992, waar premier Lubbers en minister Kok instemden met nieuwe financiële regelingen, die voor Nederland zeer ongunstig uitvielen. Vanaf 1994 droeg Nederland netto zo'n vier miljard gulden aan de Europese Unie af. Dit jaar zal het bedrag lager uitvallen door de Europese bijdrage aan de bestrijding van de varkenspest, maar in 1999 zal Nederland zes miljard gulden méér afdragen aan Brussel dan het ontvangt uit Europese begrotingsposten.

ENKELE JAREN geleden bestond bij sommige bewindslieden de nodige weerstand om deze netto-betalingen ter discussie te stellen: de Europese gezindheid van Nederland zou in het buitenland kunnen worden betwijfeld. Europa, dat mocht ons best wat waard zijn, reageerden verontwaardigde politici van PvdA, D66 en CDA op de eerste aanzetten van de VVD om de oplopende Nederlandse bijdragen te hekelen. Die schroom is kennelijk voorbij. Vandaag zou minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) het Nederlandse ongenoegen aan de orde stellen op een bijeenkomst van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken.

Nederland - en trouwens ook de andere grote netto-betaler, Duitsland - ziet de bui hangen. In het kader van Agenda 2000, de uitbreiding van de EU met een aantal Oost-Europese lidstaten, komen er grote financiële uitdagingen op de Unie af. Zonder wijzigingen in het gemeenschappelijke landbouwbeleid en in de structurele programma's (samen zo'n 80 procent van de EU-begroting) zullen de uitgaven drastisch oplopen. Er is de netto-betalers dus alles aan gelegen om hiervoor tijdig te waarschuwen en te voorkomen dat ze in de toekomst nog meer moeten bijdragen.

De protesten van Spanje, Portugal en Griekenland (met Ierland de grootste netto-ontvangers van EU-geld) tegen het Nederlandse optreden waren dan ook even voorspelbaar als gratuit. Het maakt niet zoveel indruk als deze landen een appèl doen op het gevoel van 'solidariteit' van de netto-betalers. Zij vrezen te worden gekort als straks de aanzienlijk armere Oost-Europese landen tot de EU toetreden en de huidige geldstromen moeten worden herschikt.

HET NEDERLANDSE standpunt dat de betalingsposities van de lidstaten moeten worden herzien, heeft een andere strekking dan de Eurosceptische slogan 'I want my money back' van oud-premier Thatcher in de jaren tachtig. Het gaat om de toekomstige financiering van de Europese Unie in het licht van veranderende prioriteiten en van de uitbreiding met nieuwe lidstaten. Het is van het grootste belang dat dit aan de orde wordt gesteld.