'Mijn hele politieke carrière zit vol vuur'; Noorse oud-premier Brundtland over verkiezingen en WHO

Met de verkiezingen van vandaag nemen de Noren afscheid van Gro Harlem Brundtland, tot vorig jaar premier. De 'moeder van de Noren', zoals ze wel wordt genoemd, wil voorzitter worden van de Wereld Gezondheidsorganisatie.

OSLO, 15 SEPT. “Ik vind helemaal niet dat de Arbeiderspartij het slecht doet. We schommelen in de peilingen rond de 36 procent, de meeste sociaal-democratische partijen in Europa komen niet zo ver.”

Gro Harlem Brundtlands stem klinkt wat hees, maar dat gaat niet ten koste van een strijdbare toon. Ze duldt geen tegenspraak. Ze weigert dan ook een tegenstelling te zien tussen de welvarende situatie waarin het land verkeert, terwijl de partij die onder haar leiding al tien jaar verantwoordelijk was voor dit succesvolle regeringsbeleid door de kiezers in de steek dreigt te worden gelaten.

Dat in Groot-Brittannië de sociaal-democraten van Tony Blair bij de verkiezingen eerder dit jaar een overweldigende meerderheid hebben behaald, vindt ze niet vergelijkbaar. “De Britten hadden domweg genoeg van achttien jaar conservatief beleid”, zegt Brundtland. “Maar de Arbeiderspartij in Noorwegen regeert juist al heel lang. Alle andere partijen, van heel links tot extreem-rechts, richten daarom hun kritiek op ons. Dat we onder die omstandigheden toch nog zo hoog scoren, beschouw ik als een verdienste.”

Een dezer dagen zal de 58-jarige Brundtland haar kantoor in de Storting, het parlementsgebouw in het hartje van Oslo, moeten verlaten. Vandaag kiezen de Noren een nieuw parlement en Brundtland heeft besloten zich niet nog eens kandidaat te stellen. In 1992, het jaar waarin een van haar vier kinderen zelfmoord pleegde, legde ze het voorzitterschap van de partij neer en in oktober vorig jaar vertrok ze ook als premier, om haar opvolger Thorbjn Jagland ruimschoots de tijd te geven zich vóór de verkiezingen als premier van Noorwegen te bewijzen. Ze bleef wel parlementslid.

Jagland maakte echter een ongelukkige start. Hij had moeite om zich los te maken uit de schaduw van de populaire Brundtland, voor veel Noren de ongekroonde koningin van het land, de 'moeder van Noorwegen'. Op een bijeenkomst met buitenlandse journalisten vorige week deed Jagland nog erg zijn best om zelfverzekerd over te komen. Hij prees het economische beleid van zijn regering en vond dat de andere partijen gemakkelijk praten hadden met hun kritiek op de Arbeiderspartij. Hij herhaalde nog eens de dreigende woorden dat hij niet zal regeren als het verkiezingsresultaat slechter is dan vier jaar geleden - een dreigement dat gemakkelijk als een teken van zwakte kan worden uitgelegd.

“Onzin”, vindt Brundtland. “Rechts is zo verdeeld, dat de partijen nooit in staat zullen zijn om een regering te vormen. Carl Hagen heeft met zijn extreem-rechtse Progressieven een wig geslagen in het rechtse kamp. Niemand wil met hem regeren en zonder hem zijn ze te zwak. Ze kunnen het zelfs niet eens worden over een gemeenschappelijke kandidaat voor het premierschap.

“Daardoor zouden de kiezers kunnen denken dat het niet uitmaakt op wie ze stemmen, omdat de sociaal-democraten toch wel weer hun verantwoordelijkheid zullen nemen. Jagland heeft duidelijk gemaakt dat het niet zo vanzelfsprekend is. Wie wil dat de Arbeiderspartij regeert, zal moeten zorgen dat we steun krijgen.”

Toch is in deze campagne de ideologische bevlogenheid van Jagland, die afkomstig is uit de vakbeweging, naar de achtergrond verdwenen. Hij lijkt steeds meer over te nemen van het pragmatisme waarmee Brundtland groot is geworden. Van deze redenering wil Brundtland niets weten. Natuurlijk dwingt het premierschap tot een realistische aanpak, vindt ze. Tenslotte moeten voorstellen uiteindelijk worden omgezet in een budget - en dat is precies waarmee Jagland nu ook wordt geconfronteerd. Maar dat wil volgens haar niet zeggen dat zij uitsluitend een pragmaticus zou zijn. Haar verleden bewijst in voldoende mate het tegendeel.

Brundtland werkt op dit moment aan haar memoires, waarvan het eerste deel (dat gaat tot 1986, toen ze het premierschap van rechts overnam) binnenkort moet verschijnen - uitgerekend vandaag is de deadline, symbolischer had de uitgever het niet kunnen bedenken. Ze was al op haar zesde lid van de 'pioniers', de jeugdbeweging van de Arbeiderspartij. Ook in haar studententijd bleef ze zich inzetten voor de sociaal-democratie. Toch ging ze geen politicologie studeren, maar medicijnen.

“Gezondheid is alles, daar begint het mee”, zegt Brundtland ter verklaring. “Ik wilde geen medicijnen studeren om chirurg te worden, ik wilde me verdiepen in preventieve, sociale geneeskunde. Ik heb nooit de ambitie gehad om daadwerkelijk in de politiek te gaan. Ik ben in 1974 gevraagd door de toenmalige premier, Trygve Bratteli.”

Brundtland was hem opgevallen door haar hardnekkige pleidooien voor vrije abortus, in die tijd nog een zeer ongebruikelijk standpunt. Ze werd minister voor Milieuzaken en deed dat zo voortvarend, dat ze enkele jaren later leiding gaf aan de eerste grote milieu-commissie van de VN en bovendien acht maanden later vice-voorzitter werd van de partij. “Dat was wel even schrikken voor veel partijleden”, zegt Brundtland met een glimlach. Ze was jong (amper 35), ze was een vrouw en ze had gestudeerd - en daarmee in de ogen van veel sociaal-democraten niet bepaald een ideale partijleider. Het duurde tot 1981 voordat Brundtland premier werd van Noorwegen, eerst voor korte tijd en na 1986 bijna onafgebroken.

Voor Brundtland liggen geneeskunde en sociaal-democratie dicht bij elkaar. Wat het eerste is voor de samenleving, is het tweede voor het individu. “Als sociaal-democraat streef ik ernaar de maatschappij zo te veranderen dat die gezond is voor mensen, gelijkwaardigheid bevordert en eerste levensbehoeften eerlijk verdeelt.” Dat is voor haar overigens niet hetzelfde als het geloof in een 'maakbare' samenleving. De keerzijde van dit sociaal-democratische ideaal wordt nu zichtbaar in Zweden en, in mindere mate, ook in andere Scandinavische landen. Jarenlang heeft de overheid geprobeerd met gedwongen sterilisaties de maatschappij vrij te houden van wat zij beschouwde als ongewenste elementen. “Barbaars” noemde een Zweedse minister het onlangs, maar volgens Brundtland ligt het veel genuanceerder.

“De gedachte om mensen met geestelijke problemen niet weg te stoppen in een inrichting, maar ze terug te laten keren in de samenleving, is op zichzelf progressief. Dan is het helemaal niet zo vreemd om ze te beschermen tegen sommige risico's van zo'n normaal leven. Mijn gevoel zegt me, dat we er nu naar kijken met moderne normen en met de huidige kennis, een kader dat mensen veertig jaar geleden niet hadden. Toen bestonden er nauwelijks serieuze mogelijkheden voor gezinsplanning. Nu hebben we daarvoor goede methoden. Vergeet niet de tragedies van kinderen die geboren werden in een gezin waar ze ongewild waren; bij mensen die om welke reden dan ook niet voor hen konden of wilden zorgen.”

Er is een lichte aarzeling in haar omzichtig geformuleerde antwoord geslopen. Maar dan hervindt ze haar zelfverzekerde, analytische houding, die een medewerker er toe bracht om werken voor haar te vergelijken met “een competitie met een computer”.

Brundtland kreeg, vooral de laatste jaren, nog wel eens het verwijt meer een manager dan een politicus te zijn. Zij is het daar niet meer eens: “Als je vurige toespraken houdt over armoede, over het milieu of over de rechten van vrouwen, ben je dan een manager? Mijn hele carrière zit vol vuur. Ik heb vaak als politicus gevochten.” En dan lachend: “Hoe zouden mensen buiten Noorwegen me anders hebben kunnen kennen.”

Als directeur-generaal van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO), een post waarvoor de Noorse regering haar kandidaat heeft gesteld, zal ze echter vooral een manager moeten zijn.

Zonder openlijk de veel bekritiseerde huidige directeur-generaal, de Japanner Hiroshi Nakajima, af te vallen, maakt Brundtland duidelijk dat de post voor haar geen zuiver bestuurlijke functie is. “Het is niet genoeg om alleen te beheren wat er nu is. Je moet ook richting kunnen geven en mensen kunnen mobiliseren, gebruik maken van hun engagement. Je moet politieke steun weten te verwerven.”

Mocht Brundtland in januari door het adviserend comité worden voorgedragen en in mei worden gekozen, dan zal ze zich vooral richten op primaire gezondheidszorg voor iedereen. “Armoede”, zegt ze, “is de grootste bedreiging van de gezondheid”. De emaillen rode roos op haar revers schittert een ogenblik in de late middagzon in Oslo.