Met een hand in een glibberige spijkerbroek

De olijfolie is koud geperst en de broeken zijn van buffelleer. Amsterdam beleefde de primeur van het Turkse olieworstelen. Vooral de homoscene voelde zich aangetrokken.

AMSTERDAM, 15 SEPT. Terwijl de top van de Turkse olieworstelaars flessen olijfolie achter de leren broekband leeggiet, wordt een paar meter verderop een schaap bij opbod verkocht. De hoogste bieder mag volgend jaar sponsor en ceremoniemeester zijn van het Europees Kampioenschap Olieworstelen. De directeur van een Turks reisbureau biedt uiteindelijk 75.000 gulden. Tijdens de afgelopen kampioenschappen olieworstelen in Isdirne in Turkije bracht het schaap bijna 1 miljoen gulden op. Maar daar verwerft de zogenoemde agha met zijn bod een plaats in de hoogste sociale en politieke kringen. Olieworstelen staat in groot nationaal aanzien.

Gistermiddag werd voor het eerst buiten Turkije in wedstrijdverband geolieworsteld. Niet op het gras van het Westerpark, zoals aanvankelijk de bedoeling was. Een inspecteur van de Turkse Olieworstelfederatie had het terrein afgekeurd vanwege het grote aantal hondedrollen. Daarom was de organisator Turks Huis Westerpark uitgeweken naar de zonneweide van een nabijgelegen zwembad. Volgens het Turkse wedstrijdregelement moet het gras op het zogenoemde 'mannenveld' ten minste een volle hand hoog zijn. Maar omwille van de culturele expansie was de gemaaide Amsterdamse ligweide geen bezwaar.

Volgens de overlevering dateert het eerste kampioenschap olieworstelen van 1362. Een jaar eerder hadden in Isdirne twee soldaten zich tijdens een worstelwedstrijd letterlijk doodgevochten. De mannen werden begraven op de plaats waar ze gestorven waren. Een jaar later ontsprongen op die plek veertig waterbronnen en de soldaten werden herdacht met een jaarlijks terugkerende wedstrijd. Om verwondingen te voorkomen, smeerden de deelnemers elkaar voortaan met olijfolie in.

In die tijd golden voor olieworstelen geen leeftijds-, gewichts- of tijdslimieten. Wedstrijden duurden soms uren, zo niet dagen achtereen. Maar de Turkse Olieworstelfederatie hanteert inmiddels een aantal basisregels. De wedstrijd is gewonnen als de navel van de tegenstander naar de hemel wijst, of als de tegenstander drie stappen op heuphoogte is meegenomen. De traditionele worstelbroek is gemaakt van veertig verschillende delen waterbuffel- en kalfshuid, maar een spijberbroek die voldoende houvast geeft en het lichaam vanaf de heupen tot halverwege de kuiten bedekt is ook toegestaan. Bij scheuring van de broek stopt de veldrechter de wedstrijd en krijgt de worstelaar tien minuten de tijd om zijn gescheurde broek te herstellen of te vervangen. Raakt de broek tijdens de wedstrijd los en zijn daardoor geslachtsdelen zichtbaar, dan geldt de wedstrijd als verloren. De olijfolie moet koud geperst zijn.

Voorafgaand aan de wedstrijd smeren de worstelaars zichzelf en elkaar in. Tijdens de warming-up huppelen ze heen en weer over het veld. Met wijde diagonale armbewegingen slaan ze zich traag op de dijen. Als ze hun tegenstander voor de eerste keer tegenkomen, knielen ze en groeten de grond. Bij volgende begroetingen schudden ze elkaar de hand, controleren bij de ander of de worstelbroek goed is vastgesnoerd of omhelzen elkaar om te voelen of de rug van de tegenstander wel goed geolied is.

Met de hand diep in de spijkerbroek van Melvin Witteveen (24) had zijn Turkse tegenstander hem in een zwaai naar de hemel omgedraaid. Witteveen is eigenlijk amateur olympisch worstelaar en worstelaar vrije stijl, maar was gisteren een van de drie Nederlandse deelnemers die meededen aan het olieworstelen. “Wel even wennen”, zegt hij na afloop. Witteveen had dan ook geen schijn van kans tegen zijn ervaren Turkse tegenstander. Bij olympisch worstelen is invetten van het lijf en beetpakken van textiel juist verboden. De sport is volgens Witteveen “wel minder blessure-gevoelig”.

Intussen staat de agha van dit eerste kampioenschap in traditionele Turkse kledij met zilveren sabel handen te schudden met de Turkse eregasten. Bijna iedereen is ervan overtuigd dat de Turkse kampioen van 1994, Cengiz Elbenge, de meeste kans maakt om te winnen. Het eerste Europese kampioenschap verloopt namelijk nog wat rommelig. Sommige worstelaars gaan gekleed in een losse trainingsbroek.

“Het is nog een beetje amateuristisch”, zegt agha Ali Yavuz, directeur van Türk Telecom. Maar dat kan volgens hem ook niet anders als de Turkse kampioen olieworstelen 45.000 Duitse mark vraagt voor een bezoek aan Amsterdam. Van de Turkse staat heeft hij “geen cent” gekregen. Turkse hoogwaardigheidsbekleders lieten het massaal afweten. De Turkse minister van buitenlandse zaken en vice premier Ciller had weliswaar willen komen, maar dat heeft Yavuz verboden. “Dit is geen zaak voor de politiek.”

Op de tribunes wappert de Turkse vlag. Het zijn vooral Turkse families die in het publiek zitten. Uit angst voor een aanslag van de PKK is iedereen bij binnenkomst nauwgezet gefouilleerd. Opvallend is de aanwezigheid van Nederlandse mannen uit de homo-scene. “Er is een select aantal gays die olieworstelen opwindend vindt”, zegt Robert Rueck (52) uit Den Haag. In homoblad Rainbow werd onlangs al geopperd dat het kampioenschap olieworstelen een uitstekende publiekstrekker zou zijn voor de gay-games volgend jaar in Amsterdam. “Het heeft iets erotisch”, zegt Rueck met een blik op de Turkse mannen die elkaar staan in te smeren. “Dat geglibber doet het altijd goed.”