In een bouwkeet groeit geen gras

Vitesse speelt morgenavond in de eerst ronde van het UEFA-Cuptoernooi tegen het Portugese SC Braga. Op de tribune zit technisch-directeur Leo Beenhakker. “Ik heb zo lang op het veld gestaan, dat het gras tot in mijn liezen groeit.”

Leo Beenhakker is 55 jaar geleden geboren in de Rotterdamse wijk Charlois. Maar wie de slanke gestalte van deze volksjongen nonchalant tegen de kantine van Vitesse ziet aangeleund - sigaret in de mondhoeken en de grijze haardos achterover geföhnd - vergist zich in zijn gevorderde leeftijd. “In de wereld van Beenhakker is de gierwagen nooit langs geweest”, schreef columnist Hugo Camps in deze krant. “Ik bevind me in de luxe positie dat ik kan kiezen tussen allemaal leuke dingen, maar daar heb ik me wel dertig jaar lang de pestpokken voor gewerkt”, verdedigde Beenhakker zijn onafhankelijke status in Voetbal International.

Beenhakker doet op Nieuw Monnikenhuize zijn administratie in een veredelde bouwkeet. De armoedige werkomstandigheden lijken hem niet te deren. Hij heeft de handen in de zakken, hij maakt een vriendelijke babbel met Jan en alleman op de eretribune. Maar de ogenschijnlijke tevredenheid op zijn gezicht is volgens verschillende betrokkenen bij Vitesse een kwestie van uiterlijke schijn. Hij zou liever vandaag dan morgen bij een andere club trainer worden.

Beenhakker kon vooral in het begin slecht opschieten met Henk ten Cate, de Amsterdammer die hem vorige winter afloste op het trainingsveld. Volgens officiële berichten had de technisch-directeur te weinig tijd om zijn spelers goed te coachen. Volgens de informele kanalen boterde het slecht tussen Beenkakker en de spelers. Hoewel spelverdeler John van den Brom een heel andere mening is toegedaan. “Alleen het allerbeste is goed voor Leo. Hij is een enorme perfectionist. Ik vind het een wereldgozer.”

Op voorspraak van voorzitter Karel Aalbers is sinds een paar maanden sprake van “een verfijning van de samenwerking van de technische staf”. Aalbers: “Vorig jaar moest iedereen aan elkaar wennen, dat is normaal in het bedrijfsleven. De spanningen waren gelukkig altijd beheersbaar. Deze zomer hebben we de koppen bij elkaar gestoken en gezamenlijk een organogram in elkaar gezet. Kijk ik naar de resultaten, dan kan ik alleen maar concluderen dat we succes hebben.” Volgens Beenhakker verloopt de samenwerking met Ten Cate steeds beter. “Het is een kwestie van een klein beetje gezond verstand om goed met elkaar door de bocht te gaan.”

Beenhakker heeft zich in de loop der jaren rijk gerekend aan de onderhandelingstafel. Na elke contractbreuk volgde een vriendelijke afvloeiingsregel. Na elke aankomst uit een ver en vreemd land stond hij op Schiphol met een triomfantelijk gezicht de pers te woord. In drie decennia is hij de halve wereld afgereisd om zijn “kennis van het spelletje” over te dragen. “De voetballerij is één groot avontuur”, luidt de levenswet van Beenhakker.

Via Epe, Go Ahead, Veendam, Cambuur, Go Ahead Eagles, Feyenoord (jeugd), Ajax, Real Zaragoza, Volendam, Oranje, Real Madrid, Oranje, Ajax, Real Madrid, Grasschoppers, Saoedi-Arabië, Club America, Istanbulspor en Guadalajara keerde hij vorig jaar terug op Hollandse voetbalbodem. “Ik heb weer trek in een broodje Leidse goudse”, verwoordde hij zijn heimwee naar Nederland. “Ik heb een fantastische reis gehad. Ik ben elf jaar onderweg geweest. Nu ben ik eindelijk thuis.”

Bij Zaragoza, Ajax en Madrid heeft Beenhakker met redelijk succes getraind. Vooral de laatste zes werkgevers waren minder te spreken over de werkwijze van Don Leo, de bijnaam die hem sinds zijn dienstverband bij Real is blijven achtervolgen. Hij werd verschillende malen ontslagen, beloofde diverse keren nooit meer naar het buitenland terug te keren, maar stond een paar maanden later voor hetzelfde geld met een paar koffers in de lobby van een internationaal hotel. “Het is net alof je bij jezelf op bezoek komt”, verwoordde hij de kille sfeer in zijn talrijke, tijdelijke onderkomens.

In de meeste gevallen had hij een verklaring voor de problemen met de locale voetbalhelden. “Ik heb vergeefs een eenheid proberen te smeden van al die Zwitserse BV'tjes”, sprak hij bij Grasschoppers. “Ik ben hier niet gekomen om Antic de nek te breken”, sprak hij als manager een paar maanden voor het ontslag van de trainer en zijn onvermijdelijke terugkeer naar de dug-out, door Beenhakker in Madrid als duikboot aangeduid vanwege de lage ligging van de reservebank.

“Ajax is te klein voor mij”, zou hij vlak voor zijn onverwachte vertrek uit de Watergraafsmeer hebben gesproken. “Op links lopen we krom”, sprak hij bij Istanbulspor. “Maar je praat over twee verschillende culturen en dat is fantastisch om op elkaar af te stemmen. Ik doe graag aan een partijtje zelfkastijding. Liever iets vanaf het vriespunt opbouwen dan lekker achterover leunen bij een club die alles op de rails heeft, van je picobello pim pam pom.”

Vitesse is zijn twintigste en voorlopig laatste werkgever. Hij werd vorige zomer tot zijn eigen verbazing gepolst door Aalbers, die de eerste keuze Rinus Michels en de tweede keuze George Kessler om verschillende redenen zag afhaken. De voorzitter had weinig vertrouwen in oud-international Frans Thijssen, die door de spelers op handen werd gedragen maar in de wereld van glitter en geld minder geschikt werd bevonden.

“We willen de lat hoger leggen en dan moet je niet op zoek naar een doetje die ja en amen zegt, maar naar een passend uithangbord”, zo verklaart Aalbers de aanstelling van Beenhakker. Trainer Thijssen werd weer assistent en gedegradeerd tot balophaler en shirtuitdeler. Na een paar maanden vertrok Thijssen gedesillusioneerd naar het Zweedse Malmö.

In tegenstelling tot de rasvoetballer Thijssen is Beenhakker het prototype van de Nederlandse trainer uit de jaren zeventig. Hij is de ongekroonde koning van het CIOS-gilde. Hij draagt driedelige kostuums en blinkende sieraden. Verder dan een rechtsbuitenplaats bij de Rotterdamse amateurclub Zwart-Wit '28 heeft hij het niet geschopt. Maar hij heeft zijn beperkte voetbalkwaliteiten ruimschoots gecompenseerd. “Ik kan de spelers uitermate prettig gestoord het veld inkletsen. Communicatie is in mijn vocabulaire het sleutelwoord.”

Volgens oud-trainer Wiel Coerver (alom gewaardeerd om zijn gevarieerde oefenstof) is Beenhakker “een goed voorbeeld hoe je met weinig kwaliteit en met veel flair mensen kunt bereiken”. Volgens oud-doelman Nico van Zoghel schoot Beenhakker als jonge oefenmeester van Go Ahead weinig ballen tussen de palen. Bijna dertig jaar later is Van Zoghel keeperstrainer van Vitesse en opnieuw collega van Beenhakker.

Hoe lang de technisch-directeur werkzaam blijft in Arnhem, is voorlopig de vraag. Aalbers ontkent noch bevestigt de geruchten dat Beenhakker zijn tweejarig contract komende zomer niet zal verlengen. “Je moet nooit te snel zaken doen in de voetballerij, zeker niet gezien de stormachtige ontwikkelingen bij Vitesse.” De voorzitter doelt op het nieuwe stadion dat volgend voorjaar wordt geopend. Het Gelredôme is het paradepaardje van de voorzitter en zou uitstekend passen bij de vermeende uitstraling van de technisch-directeur.

Beenhakker reageert op de hem bekende wijze: rustig, zelfverzekerd en vooral goed formulerend. “Ik begin deze baan steeds interessanter te vinden. Dertig jaar trainen poets je niet zomaar weg. Maar inmiddels heb ik plezier in mijn nieuwe functie. Wat niet wil zeggen dat ik hier volgend jaar nog zit. Mijn contract loopt af en ik bekijk het tegenwoordig van seizoen tot seizoen. De deur naar het veld heb ik zeker niet dichtgegegooid. Misschien sta ik over een poosje wel een stel van die jonge gasten te trainen. Lijkt me ook machtig interessant.”