Imago universiteit deugt wèl

Het blad Forum van de werkgeversvereniging VNO-NCW publiceerde onlangs de resultaten van een onderzoek onder ondernemingen naar het imago van Nederlandse universiteiten. Een 'zwakke vertoning', 'gestuntel' en 'misleidend' is het oordeel dat twee onderzoekers velden in NRC Handelsblad van 12 september.

Het is een oordeel waaraan de argumentatie ontbreekt en dat mag - zeker voor onderzoekers - opmerkelijk genoemd worden. De bewering dat het onderzoek “een groot aantal methodisch en inhoudelijk zwakke punten kent”, wordt bijvoorbeeld volstrekt niet onderbouwd. Dat maakt reageren lastig.

Op een aantal andere punten is wel een beknopte reactie mogelijk. De twee critici uiten twijfels over de samenstelling van de steekproef waarop het onderzoek is uitgevoerd. De enquête is uitgevoerd bij ondernemingen waarvan door ons werd verondersteld dat ze een grote - en brede - ervaring zouden hebben met het aantrekken van pas afgestudeerden.

De zestig ondernemingen die aan het onderzoek hebben deelgenomen, hebben gemiddeld 8.500 werknemers in dienst en beschikken doorgaans over professionele personeelsafdelingen. In de praktijk is gebleken dat voorzitters van raden van bestuur en directeuren, aan wie het enquêteformulier was gericht, het daadwerkelijke invullen ervan namens de onderneming aan deze 'recruteerders' hebben overgelaten. Die mogelijkheid hadden we ook uitdrukkelijk opengelaten. De ondervraagde ondernemingen hebben gezamenlijk ruim 26.000 academici in dienst. Dat is meer dan jaarlijks afstuderen aan alle veertien Nederlandse universiteiten bij elkaar.

Dat ondervraagden hun oordeel over de universiteiten enigszins laten bepalen door de universiteit waaraan zijzelf gestudeerd hebben, zoals beide critici beweren, valt niet helemaal uit te sluiten. Anderzijds mag van professionele 'recruteerders' een neutraal oordeel worden verwacht. Het onderzoek had betrekking op het imago van universiteiten. Dat wordt door veel factoren bepaald en wellicht ook door het beeld dat men heeft van de instelling waar men zelf toevallig heeft gestudeerd. Door de sterke spreiding van de ondervraagden over het hele land, kan in dit verband de toevallige nabijheid van een bepaalde instelling geen vertekenende factor zijn geweest.

Dan beweren de onderzoekers dat bepaalde universiteiten tamelijk onbekend zijn bij ondernemingen en dat daardoor een negatief oordeel ontstaat dat weinig zegt over de kwaliteit van de instelling. Een volkomen correcte, maar niet relevante opmerking. Het Forum-onderzoek richtte zich, zoals gezegd, immers niet op de kwaliteit van universiteiten (als die al te meten valt), maar op het imago van deze instellingen bij ondernemingen. Dat het gezegde onbekend maakt onbemind daarbij een rol speelt, is misschien hinderlijk voor sommige universiteiten en hun afgestudeerden, maar wel een feit om rekening mee te houden.

Per saldo geeft het onderzoek een goed beeld van de indruk die betekenisvolle ondernemingen hebben van de Nederlandse universiteiten. De beide critici stellen terecht dat dit soort onderzoek ten doel heeft de waarheid inzichtelijker te maken. Dat lukt natuurlijk alleen als de resultaten op een goede manier worden doorgegeven. De voornaamste conclusie van ons onderzoek is namelijk juist niet dat het “slecht gesteld is met het imago van de Nederlandse universiteiten”, zoals in het intro van het artikel van beide onderzoekers wordt beweerd.

Integendeel: de reguliere universiteiten 'scoren' bij ondernemend Nederland een waardering die (uitgedrukt in een rapportcijfer) varieert van een 6,5 tot een 8. Ruim voldoende tot goed dus. Maar er zijn verschillen, dat is ook duidelijk. Daarop heeft het onderzoek willen wijzen.