Gedenkwaardige botsing met Paisley

Je ziet het helaas vrijwel nooit meer: tv-interviews met autoriteiten die ontsporen. De journalist stelt harde vragen, de autoriteit reageert geprikkeld, de journalist houdt voet bij stuk, de autoriteit staat bruusk op - tot hier en niet verder.

Het hoort meer bij de jaren zestig, toen het woord 'mediatraining' nog niet bestond en voorlichting vooral met seksuele opvoeding te maken had. Sinds de autoriteiten voorlichters in de arm hebben genomen om hen te begeleiden bij hun perscontacten, is het allemaal minder avontuurlijk geworden. De autoriteit heeft geleerd de scherpste en gemeenste vragen af te weren met een glimlach, een afleidingsmanoeuvre of een leugen. Alles mag hij verliezen - desnoods zijn geloofwaardigheid - behalve zijn zelfbeheersing.

Hoe hartverwarmend en verrassend was daarom de botsing in Netwerk tussen dominee Ian Paisley en KRO-verslaggeefster Hannie Hoekstra. Aan Paisley is nooit enige mediatraining besteed geweest. Hij is die hij is: een ongeleide bullebak, een demagogisch begaafde ijzervreter die altijd de aanval zoekt. Als tv-interviewer moet je tegenover hem sterk in je schoenen staan, anders word je van het scherm geblazen.

Hulde aan Hannie Hoekstra: zij versaagde geen moment. Ze liet zich niet provoceren en bleef Paisley koel bestoken met kritische, maar correcte vragen. De dominee werd er razend van.

“Doe uw huiswerk”, baste Paisley al snel. Het ging erover of hij niet zijn verkiezingsbeloften brak met zijn weigering aan vredesonderhandelingen deel te nemen.

“Als u niet uw vijanden kunt vergeven, hoe kan er dan ooit vrede komen?” vroeg Hoekstra.

“U moet zich niet op theologisch terrein begeven, want daar weet u absoluut niets van”, snauwde Paisley. “De bijbel kent alleen vergiffenis als er berouw getoond wordt. Alleen dán vergeeft God! Ik stoor me aan het commentaar van iemand uit een ander land. U heeft thuis problemen genoeg en komt mij hier de les lezen.”

Welke problemen zou hij precies bedoeld hebben? Waren we net zo blij met ons poldermodel. Maar voort raasde Paisley, al grimmiger en agressiever. Of hij wel eens van het tweede gebod had gehoord: heb uw naaste lief gelijk uzelf? Paisley: “Je kunt hem alleen liefhebben als hij Gods wetten gehoorzaamt.”

“Dus u draagt niet voor niets de bijnaam van dr. No?” vroeg Hoekstra.

“Fijn dat u mijn scheldnamen kent”, zei de dominee. “Ik zeg nee tegen de duivel, de paus en tegen inmenging van uw land.”

Hannie Hoekstra constateerde dat de katholieken in Noord-Ierland nog altijd een minderheid vormen. Paisley: “What a stupid question, young lady!” Kon hij er iets aan doen dat ze een minderheid waren? Wilde ze soms zeggen dat het een meerderheid moest zijn?

De dominee stond op. “Het interview moeten we hier beëindigen. De toon staat me niet aan.”

“Ik heb u niet aangevallen, maar geconfronteerd”, zei Hoekstra. “U liet me niet uitpraten”, fulmineerde Paisley. Het was een belachelijk verwijt: hij had steeds zo lang mogelijk doorgepraat om vragen de kop in te drukken.

Toen maakte Hannie Hoekstra haar enige fout. Ze vond het opeens nodig zich te rechtvaardigen. “Ik zal u zeggen: ik werk voor een katholieke omroep, maar...” zei ze.

Ze zat nog op haar stoel, Paisley torende hoog boven haar uit. Hij moet het gevoel hebben gehad dat God persoonlijk was afgedaald om zijn wereldbeeld te bevestigen. Zie je wel! Elke criticus was een vermomde paap, en elke paap was een stuk schorem dat het protestantse volksdeel wilde uitroeien.

De dominee sloeg onbarmhartig toe, de Heer zou het hem nooit vergeven hebben als hij dit roomse schaap ongeslacht had gelaten. “Uw werkgevers kunnen tevreden zijn”, zei hij.

Dit mogen de KRO en Hannie Hoekstra niet op zich laten zitten. Met verlangen zie ik uit naar een even kritisch interview met Gerry Adams, die katholieke duivel op Paisley's aarde.