'De Serviërs lachen terwijl wij flauwvallen!'

In Bosnië zijn dit weekeinde de twee keer uitgestelde gemeenteraadsverkiezingen gehouden - onder streng toezicht van 2.500 internationale waarnemers en de vredesmacht SFOR. Een reis langs trouble spots in Bosnië.

SARAJEVO, 15 SEPT. Op wie de lopen van de vier enorme kanonnen op de heuvel bij Drvar zijn gericht, is de Canadese soldaten ook niet geheel duidelijk. “Maar het maakt indruk, of niet?” De NAVO houdt dit weekeinde wapenschouw in Bosnië. Op alle kruispunten staan tanks, pantserwagens, kanonnen en houwitzers. Samen met een armee van 3.000 extra SFOR-soldaten en 2.500 internationale waarnemers garandeerden ze een ordelijk verloop van de gemeenteraadsverkiezingen.

Het machtsvertoon heeft een functie. Een jaar lang heeft de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE Bosnische kieslijsten doorgeplozen. De 'etnische partijen' in Bosnië hebben alle drie geprobeerd te frauderen, in de hoop via de stembus te heroveren wat ze op het slagveld hebben verloren, of te consolideren wat ze hebben gewonnen. 35 procent van de 2,5 miljoen kiezers zijn 'etnisch gezuiverde' vluchtelingen. In steden waaruit zij zijn verdreven, kan hun stem de doorslag geven.

Zaterdag, 11.30 uur. Bro. Een zwetende en vloekende kluwen moslims probeert zich een witte container binnen te wringen die als stemlokaal is ingericht. Een vrouw valt flauw en wordt weggedragen. Bosnisch-Servische politieagenten doen halfhartige pogingen de orde te handhaven. “Naar ons luisteren die moslims toch niet”, zegt een van hen. “Begrijpelijk. Maar wat een mentaliteit.” Op de achtergrond zien buitenlandse politiemannen erop toe dat de Servische collega's de mensenrechten respecteren. Carabinieri, Mounties, Bundesgrenzschutz. “De Serviërs gedragen zich keurig”, zegt een Canadees.

Het is heet en stoffig op het bouwterrein in Brod, en niet alles verloopt naar wens. In deze buitenwijk van de strategische stad Bro - momenteel in Servische handen - brengen vijfduizend moslims hun stem uit. Er zijn drie stemlokalen: een voor de achternamen A tot K, een voor de achternamen L tot R en een voor de achternamen S tot Z. Maar het tweede stemhok staat leeg, terwijl de kiezers elkaar bij nummer één en drie onder de voet lopen. De achternamen van L tot R laten het afweten.

In de schaduw van een bus vermoedt een groep moslims complotten. “De internationale gemeenschap hoopt dat we afdruipen omdat we te lang moeten wachten. Ze willen dat Bro Servisch blijft. En de Serviërs staan te lachen terwijl wij flauwvallen. Schande!”, roept Bra DokiEÉc. “Denken ze dat we Arabieren zijn, dat we in deze woestijn moeten stemmen?” Zijn bejaarde moeder ziet de verkiezingen vooral als een laatste kans om haar oude huis in Bro terug te zien. Maar Amerikaanse soldaten sturen moslims die nog even de stad in willen terug om confrontaties met de Serviërs te voorkomen.

Pagina 4: 'Drvar, een rotstad, maar míjn stad'

15.00 uur. Doboj. In de Servische Republiek in Bosnië zijn de verkiezingen ook een krachtmeting tussen de nationalistische SDS van oud-president Radovan KaradEÉc en de in vele partijen en coalities vergruizelde oppositie, die zich rond president Biljana PlavEÉc heeft geschaard.

In Doboj valt het niet mee om de oppositie te lokaliseren. Tenslotte waagt iemand het erop ons er een paar aan te wijzen. In het schemerduister van restaurant As zitten de nummer één en twee van de Socialistische Partij van de Servische Republiek gedeprimeerd achter hun koffie. “In de nacht van 29 augustus is het kantoor van ons blad Alternativa opgeblazen”, zegt lijsttrekker Tihomir GligoriEÉc. “Een getuige heeft gezien dat drie politieagenten de deur uit de hengsels schoten. Daarna hebben ze een handgranaat naar binnen gegooid.” In de week daarna zijn socialistische kandidaten aangehouden en is de slaapkamer van een kind van een partijlid beschoten, zegt GligoriEÉc.

Doboj is in de Servische broederstrijd meegesleurd door de PlavEÉc-gezinde parlementariër kolonel StankoviEÉc. Eind vorige maand, toen de partijen streden om de controle over de radio- en tv-zenders, veroverde StankoviEÉc een uur lang het zendstation bij Doboj. Vorige week leidde hij de menigte die in Banja Luka Servische hardliners in een hotel belegerde. “Kom naar buiten, schurken”, brulde StankoviEÉc door een megafoon. Gisteren hief het Servische parlement zijn parlementaire onschendbaarheid op, daarna is StankoviEÉc ondergedoken. Zonder zijn leidsman waagt GligoriEÉc zich in Doboj niet op straat. “Om hier oppositie te voeren, moet je een held zijn of een gek”, zegt GligoriEÉc. “Ik vrees dat veel mensen toch SDS [de partij van KaradEÉc] stemmen. Ze zijn bang voor de macht.”

18.00 uur. p. “Schrijft u dit woord voor woord op. In een gezamelijke sessie van Kroatische volksvertegenwoordigers van p, Zavidovi en Maglaj, gekozen in 1991...” Anto MarinEÉc, plaatselijk hoofd van de heersende Kroatische nationalistische partij HDZ, dicteert zijn verklaring op de plechtstatige toon die politici hier graag aanslaan. Vanuit zijn kantoor heeft hij een fraai uitzicht op de uitgebrande moskee van p. De Kroaten van p, een Kroatische enclave in een zee van moslims en Serviërs in het noorden van Bosnië, gaan niet stemmen.

In p is men vooral gebeten op de moslims van het naburige Maglaj. “Zij willen ons etnisch zuiveren”, zegt MarinEÉc. De Kroaten van p zijn ze voorgeweest: de moslims werden in 1993 verjaagd. Maar nu dreigen deze vluchtelingen langs democratische weg de gemeenteraad over te nemen. Volgens de OVSE, die de Bosnische gemeenteraadsverkiezingen organiseert, hebben de Kroaten van p, om dat te voorkomen, massaal fraude gepleegd met de kiezersregistratie. Voor straf zijn elf HDZ-kandidaten van de kieslijst geschrapt. En om deze reden weigert p te stemmen.

“Onze waardigheid gaat boven democratie”, zegt een Kroaat die in de schemering op een terras van zijn biertje geniet. Hij lijkt het allemaal niet zo serieus te nemen. De stembussen van p zijn verplaatst naar het naburige Begov-Han; daar stemmen nu de moslims voor de gemeenteraad. “Alija jebemoti nanu, otkud Zepce u Begovom-Hanu” ('Alija [IzetbegoviEÉc], neuk je moeder, hoe kan p nu in Begov-Han liggen'), zingt de man voor de vuist weg. Hij klampt een passerende grijsaard aan. “Dit is een moslim. Hij mag gewoon bij ons blijven wonen. Zo slecht zijn we dus niet.” De serveerster van het café glimlacht. “Hij mag alleen in zijn huis blijven omdat hij te oud is om nog kinderen te krijgen”, zegt ze. “Kom vanavond maar bij me langs, dan zullen we zien”, antwoordt de grijsaard haar. De Kroaten op het terras vallen in een lachstuip.

Zondag, 10.00 uur. Banja Luka. Het regent en het is koud. “Zaterdag was een opmerkelijke dag. Uit het hele land is niet één rapport van geweld binnengekomen”, zegt OVSE-Johan Verheyden. Er ligt niettemin een 'zwarte vlek' op de kaart: het Kroatische Drvar in West-Bosnië. Deze vroeger voor 97 procent Servische stad viel in 1995 in Kroatische handen. De Serviërs zijn verdreven, nu wonen er uitsluitend Kroaten. Zestienhonderd Servische vluchtelingen proberen dit weekeind met bussen naar Drvar terug te keren om hun stem uit te brengen. “De Kroaten in Drvar doen er alles aan om de stemming zo traag mogelijk te laten verlopen”, zegt Verheyden.

12.00 uur. Podbrdo. In de stromende regen staan moslims en Kroaten op de weg naar BihaEÉc gelaten in de file te wachten. Vier bussen vol Serviërs die al twaalf uur wachten op toestemming om naar Drvar te rijden, staan vastberaden op de weg. “Als wij niet verder mogen, mag niemand verder”, roepen ze. Jongens rennen de heuvel op om stokken en stenen te verzamelen. Een Engelse officier probeert de Serviërs tot rede te brengen. “Over twee uur kunt u naar Drvar.” De Serviërs negeren hem en bouwen vlijtig aan een barricade. Waarnemers, Euromonitors en SFOR-officieren praten in hun draagbare telefoons.

“Mijn mooie Drvar. Een rotstad, maar mijn stad. Ik wil Drvar zien.” De Serviër Branko BajiEÉc heeft zijn achttien uur in de bus benut om stomdronken te worden. “De oorlog, waarom? Zijn wij niet allemaal mensen? Is ons bloed niet rood?”, lalt hij tegen iedereen die zich laat aanklampen. Een Engelse supervisor van de OVSE probeert het de Serviërs nogmaals uit te leggen. “Wij proberen een soepele verkeersstroom naar het stembureau in Drvar te garanderen.” Achter haar heeft de file inmiddels de overkant van het dal bereikt. “De oorlog, waarom, waarom?”, loeit Branko in haar oor.

15.00 uur. Drvar. Om twee uur 's middags mogen de Servische bussen dan toch verder. Vlak voor Drvar sluiten ze op de bergtop bij restaurant Panorama aan bij de andere Servische bussen. De voorste is al 36 uur op weg. Canadese SFOR-soldaten hebben mobiele toiletten en tenten opgezet. Tussen de nevelflarden is soms een stukje Dvar te zien. De Serviërs turen zwijgzaam in het dal. Veel dichterbij hun oude huizen zullen ze vandaag niet komen. De nieuwe bewoners hebben voor hun een stemlokaal opgezet ver buiten de stad.

De Nederlandse EU-monitor Remy van Strien heeft de gang van zaken in Drvar van begin af aan gevolgd. “De Kroaten in het stemlokaal doen hun best de zaak te traineren”, zegt hij. “Ze doen alsof ze de Servische namen niet kunnen lezen omdat die in cyrillisch schrift gespeld zijn. Maar de OVSE geeft hun wel alle kans om dwars te liggen. Er zitten nogal wat fouten in de kiezerslijsten.” De bedoeling van de Kroaten is dat de Serviërs afdruipen zonder te stemmen, of dat de stembussen om zeven uur kunnen worden gesloten terwijl het merendeel nog niet heeft gestemd. Gistermiddag is de de chef van de OVSE-missie, Robert Frowick, “met een stoet lijfwachten en een Engelse generaal” in Drvar langsgekomen om de Kroaten tot medewerking te bewegen, aldus Van Strien. “Dat heeft indruk gemaakt. Er is een tweede stemlokaal geopend en sindsdien gaat het een stuk sneller.”

In het café-annex-stemlokaal aan de voet van de berg wacht een buslading Serviërs op hun kans een stem uit te brengen. “Het probleem ligt in de gebrekkige registratie door de OVSE”, beweert een lid van de ter plaatse zeer machtige Kroatische Tokmakdja-clan. “We hebben vijftig Serviërs moeten wegsturen omdat de nummers op hun identiteitspapieren niet kloppen met onze gegevens. Sommigen schoppen dan een rel en houden de zaak op. Een student was helemaal uit Belgrado gekomen om hier in Drvar te stemmen. Hij moest huilen toen we hem terugstuurden.” Tokmakdja glimlacht bij deze herinnering. “We gaan toch winnen”, mompelt een Serviër in de rij wachtenden.

20.00 uur. Sarajevo. “Het is allemaal redelijk ordelijk verlopen”, zegt de directeur-Bosnië van de denktank International Crisis Group. “Maar hoe kunnen we afdwingen dat een moslim-meerderheid in Servische gemeenten als Srebrenica of Bro of een Servische meerderheid in Dvar daar ook wordt geïnstalleerd? Het wordt nu pas echt interessant in Bosnië.”