Dansend over grens tussen Kunst en pop

“Fuck the praise - get down to rave!” riep de Britse schrijver Q zaterdagavond halverwege zijn optreden op de vijfde editie van het Haagse Crossing Border festival: laat het applaus maar zitten - dansen!

Q had net een stuk voorgelezen uit zijn cultroman Deadmeat, die zich afspeelt in de pompende jungleclubs en sexy jazz alleys van Londen. Q, verscholen achter zijn pseudoniem, een strak pak en een massief houten bril met kleine kijkspleetjes, had zijn optreden goed verzorgd. De voordracht kwam soms dichter bij rappen dan lezen. Een graffiti-artiest stond te taggen op de achtergrond, een dj draaide drum'n'bass onder de clubscenes, jazz onder wie-ben-ik-en-wat-doe-ik-hier-momenten in verlaten steegjes. Een videoscherm toonde Q's website www.deadmeat.com.

Crossing Border, het festival dat zich vier jaar geleden ten doel stelde de grenzen tussen literatuur en muziek, tussen Kunst en pop, te doorbreken, was een volkomen natuurlijke plek voor de Britse performer. Heupwiegend nam hij grens na grens, zelfs een paar waar de programmering nog niet helemaal in voorzag. Bij binnenkomst had hij al een verbaasde blik op het beleefd in luistertoestand neergevlijde publiek geworpen en het met een armgebaar verzocht op te staan. Na een forse passage ging het boek aan de kant en kreeg de dj vrij spel. Q mc-de verder. 'Get down to rave, it's time for Q to get paid.' Het publiek betaalde in danszweet.

“Interactie”, verzuchtte Q later voldaan. “De grens tussen publiek en artiest overbruggen, dat is toch het belangrijkst?” Hij was net daarvoor van het podium weggelopen: “See y'all at the party downstairs?”

Hij doelde op de kelder van het Congresgebouw. Met Crossing Borders traditioneel goede neus voor de actualiteit was daar de drum 'n' bassment te vinden: het op dance-feesten traditie geworden keldertje waar jungle-fans zich met hulp van liters water en ganja in het zweet dansen op de ruige breakbeats van deze Londense muziek.

De programmering van de Haagse 'nite of the jungle mc's' was indrukwekkend. Dj Zinc, van de toonaangevende Londense Ganja crew, draaide een spannende set, mc's als Marxman en GQ rapten de boel aan elkaar met een vaart die de Hollandse mc's rond de Sabotage Soundsurfers met open mond toe deed kijken.

Daar tussendoor zwaaide - inmiddels uit het pak, een handschoenstrak T-shirtje om de fraaie torso, en af en toe ook een rap de zaal in slingerend - de veelzijdige Q met zijn heupen. Dansmuziek betrekt het publiek vanzelfsprekend bij het optreden, en de grens tussen pop en literatuur is met jungle en hiphop natuurlijk al lang verdwenen. Terwijl de meer bedachte 'oversteken', zoals de onsamenhangende brief die schilder Rob Scholte, “de immobiele koning van de kunst”, voorlas, geforceerd bleven, deden de jungle-mc's niets dat ze niet elke dag deden. “Crossing the border, ha”, rapte Marxman. “We control the border.” Net zo'n gevoel riepen de avond daarvoor de Vrijstijlers op, een los collectief van Hollandse rappers rond Osdorp Posse frontman Def P. De woordkunstenaars improviseerden op suggesties uit het publiek. Sommige onderwerpen - Kluivert, seks en alcohol - zijn wel duidelijk favoriet, maar ook op minder uitgekauwde onderwerpen weerden de Vrijstijlers zich indrukwekkend. In het interactieve spektakel, net als dat van de junglistas de avond later, slaagde het festival bijna te goed: het maakte gewoon zitten en luisteren naar het verdere programma een beetje saai.