China ziet af van grote privatisering staatsbedrijven

PEKING, 15 SEPT. Twee dagen na het pleidooi van de Chinese president Jiang Zemin voor verregaande hervormingen binnen de verlieslijdende staatssector, heeft een topfunctionaris van de Staatscommissie voor de herstructurering van het economisch bestel kenbaar gemaakt dat van grootschalige privatiseringen geen sprake zal zijn.

Zhang Haoruo, die vice-minister is van de staatscommissie, zei gisteren op de derde dag van het vijftiende congres van de communistische partij, dat staatsbedrijven die verlies draaien, bij voorkeur coöperaties zullen worden. Slechts een klein aantal bedrijven zal aandelen in het openbaar aanbieden. De meeste aandelen, aldus Zhang, zullen eigendom zijn van de overheid of arbeiderscorporaties.

De vice-minister probeerde daarmee kritiek binnen de conservatieve geledingen van de communistische partij uit de weg te ruimen. Linkse krachten binnen de partij vinden dat de door president Jiang aangekondigde hervormingen ingaan tegen de socialistische grondbeginselen. In de ogen van de voorstanders van de verkoop van de staatsbedrijven aan aandeelhouders verliest de maatregel een aanzienlijk deel van zijn kapitalistische connotatie, wanneer de meeste kopers bestaan uit beleggers in dienst van de overheid of coöperaties van arbeiders.

De toekomst van de staatsbedrijven, die met meer dan honderd miljoen mensen nog altijd het leeuwendeel van China's stedelijke bevolking werk verschaffen, is verreweg het belangrijkste probleem waarvoor de regering van Jiang een oplossing moet vinden. Drastische maatregelen hebben tot dusver niet plaatsgehad uit angst voor de sociale instabiliteit die het ontslag van miljoenen arbeiders onherroepelijk tot gevolg zal hebben. Maar afgelopen vrijdag, tijdens zijn openingsrede, kondigde Jiang - die tevens de hoogste partijchef is - lang voorspelde maatregelen aan die de staatssector via verkoop, fusie en faillissementen voor een verdere ondergang moeten behoeden.

Nu China, na achttien jaar van economische hervormingen, zijn economie steeds toegankelijker heeft gemaakt voor de buitenwereld, bestaat in Peking grote behoeft de positie van 's lands belangrijkste ondernemingen te versterken. De Chinese partijtop vreest dat de importtariefverlaging van 23 tot 17 procent, een beslissing die gisteren werd bekendgemaakt en die vanaf 1 oktober van kracht wordt, de concurrentiepositie van China's grote ondernemingen zal bemoeilijken.

China voelt zich tot de tariefverlaging genoodzaakt om toegelaten te kunnen worden tot de wereldhandelsorganisatie WTO. Vooral de Verenigde Staten verzetten zich daartegen omdat Washington van mening is dat China niet voldoet aan alle toelatingseisen.

Peking is van plan zich te concentreren op 512 staatsbedrijven die gezamenlijk goed zijn voor bijna de helft van China's omzet en kapitaal. Volgens Wang Zhongyu, minister van de Staatscommissie voor economie en handel, kan niet worden voorkomen dat sommige kleine bedrijven over de kop gaan. De overheid heeft echter beloofd een groot aantal nieuwe banen te creëren. “We zullen een systeem moeten ontwikkelen waarbij de sterksten overwinnen. Het is onmogelijk ieder staatsbedrijf weer winstgevend te maken.”

De Chinese minister van arbeid, Li Boyong, heeft vanmorgen gezegd dat ondanks de voorgenomen hervormingen sociale onrust zal uitblijven. Li zei vertrouwen te hebben dat de stedelijke werkloosheid in het jaar 2000 niet hoger zal zijn dan 4 procent. Momenteel zou volgens Chinese gegevens sprake zijn van drie procent werklozen.

De Wereldbank evenwel gaat uit van ruim 8 procent werkloosheid. Op het platteland zou sprake zijn van 34,8 procent werklozen: 175 miljoen mensen. Minister Li zei dat het garanderen van werk voor China's 834 miljoen sterke arbeidspotentieel een aangelegenheid is “om hoofdpijn van te krijgen”.