Alles is mogelijk in Polen, zodat stemmen zinloos is

Op 21 september worden in Polen geheel vrije parlementsverkiezingen gehouden. Minimaal vier (en mogelijk zeven) partijen zullen zetels behalen. De tegenstellingen tussen links en rechts lijken scherp. Gezien de 'duidelijke' keus zou men denken dat de Poolse kiezers zich wel machtig zullen voelen. Maar de Polen zijn ontevreden, niet alleen over de politiek maar ook over de steriliteit van het democratische proces.

Wat is er mis? Wat ontbreekt er? Kijk je naar de structuur van de Poolse partijpolitiek (een structuur die ook optreedt in andere post-communistische landen zoals Hongarije) dan ligt één antwoord voor de hand. Een meerderheid in het parlement is alleen mogelijk door een coalitie van drie partijen. Zulke coalities zijn misschien normaal in landen waar het beginsel van de evenredige vertegenwoordiging geldt. Maar in Polen voelen de kiezers zich bekocht omdat totaal onvoorspelbaar is wat voor coalities de partijen zullen aangaan.

Bij een eerdere verkiezing hebben veel mensen op de liberale Vrijheidsunie gestemd, niet omdat ze het met het partijprogram eens waren maar uit afkeer van de rivaliserende katholieke en nationalistische partijen. Maar wat gebeurde er na de verkiezingen? Er kwam een coalitie van Vrijheidsunie, katholieken en nationalisten.

Als zulke pragmatische coalities niet alleen mogelijk maar zelfs gewoon zijn, zien kiezers die proberen zich rationeel te gedragen zich geconfronteerd met de irrationele gevolgen van hun gedrag. Ze kunnen niet voorspellen wie er gaat regeren of welk beleid de regering gaat voeren, zelfs als de partij van hun keus deel uitmaakt van de regeringscoalitie.

Als alles mogelijk is, en niets meer voorspelbaar is, wordt stemmen een zinloze daad en verliest de politiek zelf iedere betekenis. Kiezers krijgen formeel het recht op een democratische stem, maar daaraan wordt iedere inhoud ontnomen. Het verbaast dan ook niet dat zo'n ontaarde democratie in brede kringen tot cynisme leidt. Zeven jaar na de val van het communisme is er een goede kans, helaas, dat niet meer dan 40 procent van de Polen de moeite neemt te gaan stemmen.

Er is nog iets wat in de Poolse politiek een grote rol speelt. In Polen is wel iets wat de naam 'links' verdient, maar de voornaamste vertegenwoordigers daarvan, de ex-communisten, volgen de Britse New Labour-premier Tony Blair, die sterker in een markteconomie gelooft dan in de zorg voor sociaal welzijn. En de liberale, ruimdenkende, marktgezinde partij - de Vrijheidsunie onder leiding van Leszek Balcerowicz, de architect van de Poolse economische vernieuwing - bezet het politieke centrum.

Tegenover deze stabiliteit links en in het centrum, staat de chaos aan de rechterzijde. Rechts in Polen is het politieke equivalent van de toren van Babel. Geen helder programma, geen duidelijke partijorganisatie of -discipline. De roemrijkste figuur van rechts, Lech Waesa, is uitgeblust (zij het verbitterd), en onder de politici die het roer van hem zouden willen overnemen bevinden zich slechts enkele herkenbare gezichten.

Rechts is tegelijk vóór en tegen Europa; voor een markteconomie en voor werknemerseigendom; voor een sterke welvaartsstaat en voor lagere belastingen; voor de modernisering van de agrarische sector en voor het behoud van van kleine familieboerderijen. Rechts beroept zich vaak op 'traditionele waarden', maar omdat niemand zich een andere traditie dan het communisme herinnert, blijken die waarden holle frasen - 'traditie', 'gezin' en 'Kerk' - in de mond van ambitieuze politici.

Bij rechts horen betekent in Polen niets anders dan tégen links zijn. Jan Maria Rokita, een van de intelligentste rechtse leiders en voormalig minister van binnenlandse zaken, heeft onlangs gezegd dat het Poolse volk al alle mensenrechten heeft die het liberalisme kan schenken. Waar het land nu behoefte aan heeft, aldus Rokita, zijn de in wezen conservatieve 'rechten van het gezin'.

Fraaie taal, maar wat betekent het? Zonder serieus alternatief voor het verfoeide politieke en economische programma van het centrum en van links, lijkt het of de rechtse politici in arren moede dan maar agiteren over omstreden kwesties als pornografie, echtscheiding en, natuurlijk, abortus.

Toch heeft rechts, ondanks zijn anonimiteit en gebrek aan samenhang, in potentie veel macht. De bevolking is boos en heeft genoeg van de ex-communisten, en voelt zich niet thuis bij de ál te intellectuele en verwesterste Vrijheidsunie. Velen zullen daarom ondanks hun bezwaren rechts stemmen. Maar anderen kunnen zich niet vinden in het gladde populisme van rechts en maken zich ernstige zorgen over het intellectuele luchtledig in de campagne. Misschien de helft van alle Polen hoort tot deze laatste groep, en velen van hen vinden dat het politieke systeem hen niet vertegenwoordigt.

Op den duur zal rechts beter gestructureerd en moderner moeten worden. Maar wat gebeurt er, als het de komende verkiezingen wint (en dat lijkt op dit ogenblik waarschijnlijk)? Anders dan meer gevestigde democratieën, waar de politiek de economie slechts zijdelings raakt, kan Polen de zaken niet op hun beloop laten. Het heeft behoefte aan krachtige leiding van zijn politici, wil de economische winst van de afgelopen jaren niet teloorgaan door stagnatie in de privatisering, de hervorming van het belastingstelsel en het bankwezen en de modernisering van het rechtsstelsel.

Kiezers kunnen niet zo maar naar rechts opschuiven zonder gevaar te lopen over de rand te vallen. Zelfs sommige rechtse politici maken zich openlijk zorgen over deze mogelijkheid. Een overwinning van rechts nú, zo waarschuwen zij, zal tot een ramp leiden: een inefficiënte, gevaarlijk onsamenhangende regering die binnen het jaar ten val komt en een onttakelde economie achterlaat.

Er is geen gemakkelijke, snelle remedie voor de kwalen van de Poolse politiek. Het is dus logisch dat veel Polen gedeprimeerd raken onder de dreiging van de komende verkiezingen. Wat ook de uitslag wordt, wie er ook wint, belangrijke beslissingen zullen opnieuw vooruit worden geschoven of, nog erger, inderhaast door onervaren politici worden genomen, bijeengevegd in instabiele, beginselloze coalities, in een regering die onze kiezers niet kunnen beïnvloeden of intomen.