Vlees noch vis

Een lezer lucht zijn hart over koopsompolissen, afgesloten bij een verzekeraar die werkt zonder tussenpersonen. Hij had een polis met een gegarandeerd lijfrentekapitaal, dat hij op de einddatum moet omzetten in een lijfrente bij een verzekeraar naar zijn keuze. Die polis heeft hij omgezet in een soortgelijke polis die belegt in aandelen, via een beleggingsfonds van dezelfde verzekeraar.

Waarom? De stijgende koersen riepen lustgevoelens op, en hij kon die verleiding niet weerstaan.

De maatschappij adviseert de lopende polis, waarvan de premie in één keer is betaald (hét kenmerk van een koopsompolis), af te kopen en een nieuwe polis te sluiten. In de bijgesloten offerte staat een mogelijk lijfrentekapitaal (gebaseerd op de verwachte resultaten van het fonds) en een gegarandeerde uitkering bij overlijden, waarvoor een premie wordt gerekend. Dat verbaast de lezer: voor het overlijdensrisico is toch al betaald? De maatschappij legt uit dat het gaat om twee aparte verzekeringen: de lopende wordt opgedoekt door afkoop (welke kosten daar mee gemoeid zijn, wil men niet onthullen) en dan komt de nieuwe in beeld. Het is niet zo dat de oude geruisloos en zonder kosten overgaat in de nieuwe, hoewel je een bepaalde geste mag verwachten.

Daar is niets tegen in te brengen: een polis is een keihard contract tussen verzekeraar en verzekerde. Wordt het garantiekapitaal (wat de verzekeraar garandeert) vervangen door een kapitaal waar de verzekeraar niet verantwoordelijk voor is, dan vereist dat een nieuw stel sluitende voorwaarden. Daarom moet een kandidaat-verzekerde in alle gevallen eerst de voorwaarden van zo'n contract (laten) bestuderen en dan zijn handtekening zetten, of juist niet. De verzekeringswereld, tussenpersonen en maatschappijen, bevordert die veilige procedure niet. Dat houdt te veel op. Mensen moeten niet denken, maar tekenen, luidt het niet uitgesproken parool.

De lezer vraagt hoeveel de nieuwe overlijdensdekking kost. Hij krijgt geen antwoord: de berekening is complex en andere bedrijven vertellen dat evenmin. Bovendien, hoort hij, dient u zich alleen maar voor het rendement te interesseren. Daarop vraagt hij: “Ik moet eerst een polis sluiten en dan pas hoor ik wat de kosten zijn?” Dat beaamt de verkoper. Dat gesprek had hij helaas na het afsluiten van de polis.

Had de maatschappij gelijk, kost zo'n overlijdensdekking haast niks? Uit fondsafschriften blijkt het tegendeel. Op stortingen van samen ruim 6.000 gulden houdt de verzekeraar 4 procent aankoopkosten in voor de participaties in het beleggingsfonds, 150 gulden beheerskosten en bijna 400 gulden risico-premie. Dat is ongeveer 12,5 procent. Geen bijzonder hoog percentage. Een jaar later betaalt hij bijna 1.200 gulden en komen de inhoudingen op 36 procent, zonder een duidelijke verklaring.

Daar is hij boos over. “Je sluit bij een 'gerenommeerde' maatschappij polissen om een pensioengat te dichten. Alert geworden door publicaties over de koopsompolissen merk je dan inderdaad dat er een dikke mist hangt rond de kosten. Het gepropageerde belastingvoordeel gaat voor een groot deel naar verzekeraars. Gaat Vermeend deze mist optrekken of worden de verzekeraars steeds machtiger?.”

Die conclusies zijn juist, hoewel deze verzekerde zelf ook iets kan doen. In de voorwaarden moet staan hoe de kosten worden berekend. Het zit erin dat die mede zijn gebaseerd op de waarde van de participaties, die inmiddels flink zijn gestegen. Dat maakt dit minder overzichtelijk. De berekening kan complex zijn, maar het is geen hogere wiskunde. Als blijkt dat de maatschappij te veel rekent, moet er een correctie volgen.

Er hangt nog een mist over het duo verzekering + beleggingsfonds: het is geen echte verzekering en geen echte belegging. Vlees noch vis. Het biedt immers geen enkele zekerheid, want de verzekerde loopt zelf het beleggingsrisico. Wie een paar duizend gulden in aandelen wil stoppen, gaat naar een bank, vraagt wat het beste beleggingsfonds over een reeks van jaren is en koopt daar participaties van. Het verzekeringsfonds kan slecht presteren zonder dat de deelnemers weg kunnen lopen, ze zitten immers vast aan hun contract. Zo'n beschermd fonds mist de tucht van de markt, die de beheerders op de tenen houdt.

Daarop zeggen verzekeraars: maar wij bieden overlijdensdekking. Dat is juist, maar dat is een noodmaatregel. Wanneer je zelf belegt, kunnen je nabestaanden gewoon vrij over je beleggingen beschikken, zonder een cent premie te betalen. Blijf je leven, dan ben je ook niet verplicht om een lijfrente te kopen.