Thuis op kamers; 'Nesthokkende' studenten zijn heel gewoon

Waarom zou een student eigenlijk nog op kamers gaan? Met de lage beurzen, goede verbindingen en onbemoei- zuchtige ouders van nu kun je net zo goed thuis blijven.

'EEN KAMER zoeken? Daar ben ik nooit bewust mee bezig geweest. De meeste kamers zijn drie keer niks of je hebt een vieze hospita met een hond en droogkokende potjes soep op het fornuis. Nu heb ik een luxe leventje, ga veel uit, op vakantie, op wintersport en drie cd's per maand.” Hidde Reitsma (20) is bijna vierdejaars student rechten in Amsterdam, maar woont nog steeds thuis, bij zijn moeder in Velserbroek. “Als ik de trein van kwart over acht neem, ben ik om kwart voor negen in Amsterdam. De verbinding is bijna nog beter dan vanuit de Bijlmer.”

Hidde maakt deel uit van een groeiend leger studenten bij wie de studieboeken thuis in de kast staan. Op kamers, daar hebben ze helemaal geen zin in. In het ouderlijk huis kunnen ze de fax en de computer gebruiken, de maaltijd staat klaar, ze kunnen de auto van pa lenen, en als er een feestje is, blijven ze gewoon een nachtje weg. Nesthokkers worden ze genoemd, studenten en andere jongeren die besluiten thuis te blijven wonen. Een keuze die wordt vergemakkelijkt door de OV-jaarkaart.

Thuis wonen wordt verder versterkt doordat generatieverschillen grotendeels zijn opgelost en veel jongeren op voet van gelijkheid met hun ouders omgaan. Die gelijkheid wordt nog vergroot door het hoge aantal scheidingen. De ouders van Hidde zijn al jaren gescheiden en zijn moeder en hij roeren beiden in de pan soep. “We staan een beetje naast elkaar.”

De 'bevelshuishouding' heeft plaats gemaakt voor de 'onderhandelingshuishouding'. Dat maakt het voor veel jongeren gemakkelijker om thuis te blijven wonen, meent Manuela du Bois-Reymond, hoogleraar Jeugdstudies aan de Rijksuniversiteit Leiden. Du Bois doet al jaren onderzoek naar ouder-kindrelaties. “Deze ouders vormen de schakelgeneratie”, zegt Du Bois. “Ze geven hun normen en waarden aan de kinderen door, maar leggen ze niet op. Babyboomers die in de jaren zestig en zeventig streden voor een meer gelijkwaardige relatie met hun ouders en daar meestal niet in slaagden, brengen dat bij hun eigen kinderen nu wèl in de praktijk. Bevelsstructuren worden door jongeren niet meer gepikt.”

Ook doordat het aantal opleidingen sterk is gegroeid, waardoor steeds meer universiteiten en hogescholen een regionale functie hebben gekregen, is 'thuis op kamers wonen' een aantrekkelijk alternatief geworden. Vooral voor mannelijke studenten. De meisjes hebben eerder de neiging zich te onttrekken aan het controlerend oog van de ouders, aldus Du Bois.

Roken en flink zuipen is het enige dat Amarins van der Noord (23) thuis niet mag. Zelfs op haar eigen kamer is tabak taboe. “Ik moet buiten roken. Als het regent ga ik in de garage staan.” Maar verder gaat ze haar eigen gang. Amarins is derdejaars studente Sociaal-Pedagogische Hulpverlening aan de Christelijke Hogeschool Noord-Nederland in Leeuwarden en woont met haar ouders en twee broers in het Friese Oenkerk. Elke dag gaat ze met de bus naar school. “Vrijheid in gebondenheid”, zo typeert haar moeder (53) de huiselijke sfeer. De thee wordt keurig gebracht. “Je moet er niet bovenop zitten. Dat werkt niet bij thuiswonende studenten. Je moet ervan uitgaan dat je met volwassenen onder elkaar leeft en dat is voor iedereen geven en nemen. Je moet niet willen dat je kind aldoor zijn hart bij je uitstort.”

“Jongeren gaan de deur uit, maar komen ook weer terug als het nodig is”, zegt Du Bois. Studie- en arbeidstrajecten zijn veel minder voorspelbaar dan vroeger. Wie op zijn achttiende de deur uitgaat om medicijnen te studeren, kan een jaar later wel zijn neus stoten en weer bij pa en ma op de stoep staan. “Ouders worden nu vaak benut als springplank om opnieuw te starten.” Maar veel jongeren blijven ook gewoon thuis tot het moment dat ze een duidelijke keuze hebben gemaakt in het leven.

Marjon Kottelenberg (21) uit het Overijsselse Markelo wil boerin worden, maar dan moet ze eerst een boer tegenkomen en wie een boerenbedrijf wil starten kan volgens haar beter emigreren. Ze wil in ieder geval eerst een stage lopen in Nieuw-Zeeland, maar verder heeft zij haar toekomst nog niet uitgestippeld. Dan is het makkelijk om nog thuis te wonen. “Ik hoor wel eens van anderen hoe leuk het is om op kamers te wonen, maar de verleiding om uit te gaan en niet te studeren is groot.” Op haar slaapkamer staan de knuffelbeesten en de letterbak broederlijk naast de computer waarop ze werkstukken 'agrarische economie' en 'voedergewassen' uitwerkt. Marjon heeft de middelbare landbouwschool afgerond en studeert nu Landbouw en Veehouderij aan de Hogeschool Larenstein in Deventer. Met haar ouders, zus en oma woont ze op een melkveeboerderij. De acht paarden en twee struisvogels die ze zelf verzorgt moeten de deur uit als ze zelf zou uitvliegen. 'Het enige dat haar ouders haar verbieden is fietsend naar de kroeg in het dorp gaan. “In Markelo is een potloodventer gesignaleerd en je weet maar nooit.”

“Verhuizen kost je toch al snel een trimester”, zegt Jolmer de Haas (25), vierdejaars rechtenstudent. Onvoldoende punten halen, met als gevolg een mogelijk verlies van de studiebeurs, is een angst die er bij veel studenten goed in zit. Als ouders kunnen bijdragen aan een rustig studieklimaat, dan is dat een extra reden om thuis te blijven wonen. Jolmer woont prinsheerlijk thuis op de Prinsengracht in Amsterdam. Hij hoeft met zijn vader niet te bekvechten over de vraag wie de tv-afstandsbediening mag hanteren. Als het programma hem niet aanstaat, gaat hij naar zijn eigen kamer. Daar staat niet alleen een beeldbuis, daar staan ook telefoon en ijskast. “Ik eet geen rauwkost, bietjes, lof of andijvie”, zegt Jolmer. Het lijkt wel een hotel. Nee, dan zijn moeder. Ze vluchtte het huis uit toen ze negentien was. Haar kapsel was altijd te kort of juist te lang, of haar spijkerbroeken waren fout, volgens haar vader. “Ik doe het expres anders en bewuster”, zegt ze. “Minder bemoeien, minder sturen.”

“Ouders en kinderen hebben een non-interference met elkaar”, zegt Du Bois. “Leven en laten leven, zonder de kinderen in een strak keurslijf van regels en fatsoensnormen te persen. Afspreken wie het eerst in de badkamer mag is prima, afbellen als je niet komt eten ook, maar 'plassen, handen wassen en aan tafel' niet.” Samen overleggen. Als conflicten niet op de spits worden gedreven of een politieke lading krijgen, functioneert het 'samenwonen' van ouders en jongeren prima.

De nesthok-mentaliteit van studerende jongeren is een historische trendbreuk. Thuis blijven wonen was een verschijnsel dat vooral voorkwam in sociaal lagere milieus, zegt Du Bois. De elite had eerder de neiging elders in Nederland te gaan studeren. Maar nu kan de toekomstige elite een opleiding 'om de hoek' volgen en desgewenst bij moeders pappot blijven. Per saldo is thuis blijven tevens de goedkoopste oplossing.

Toch blijft het thuishokken een paradoxaal verschijnsel. Je zou verwachten dat jongeren die sociaal en emotioneel eerder volwassen heten te zijn dan vroeger, juist eerder uitvliegen. Amarins: “Mensen in mijn omgeving die op kamers gaan wonen, doen dat omdat ze te ver van school wonen, maar niet omdat het volwassener is.” Volwassenheid en onafhankelijkheid gaan bij de huidige jongeren niet per se samen, bevestigt Du Bois. Vooral de financiële afhankelijkheid van veel studerende jongeren van hun ouders vindt ze laakbaar. “Het is zeer kwalijk dat Ritzen de beurzen zo verlaagt.”

Hiddes beurs gaat in de loop van komend studiejaar juist omhoog. Onlangs heeft hij op een theeschenkerij gewerkt, waar hij dag en nacht bivakkeerde. Nu hij de smaak van de vrijheid heeft geproefd, gaat hij een beurs voor uitwonende studenten aanvragen. “Ik bleek mijn tijd goed te kunnen indelen. Daardoor kon ik beter studeren dan thuis.”