Storm rond personeelsopties steekt weer op

In april - ruim een jaar voor de Tweede-Kamerverkiezingen - hekelde PvdA-premier Kok de “exhibitionistische stijging van salarissen”. De stijging is vooral een gevolg van de waardevermeerdering van opties; het recht van managers en andere werknemers om tegen een vooraf vastgestelde prijs aandelen te kopen in de onderneming waar ze werken. De fenomenale stijgingen van de koersen op de Amsterdamse effectenbeurs resulteerden dit jaar in een waardevermeerdering van de opties van ongeveer vier miljard gulden.

Met zijn uitspraak deed Kok een poging om het linkse imago van zijn partij een beetje op te poetsen, want de exhibitionistische salarisstijgingen staan in schril contrast met de stille armoede in Nederland. De bewindslieden van Financiën, VVD-minister Gerrit Zalm en zijn PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend, gingen aan de slag en kwamen met een plan waarbij opties die binnen drie jaar te gelde worden gemaakt zwaarder worden belast. Op dit moment betalen bezitters van aandelenopties een heffing van 7,5 procent in het jaar dat ze de optie ontvangen.

De hoofdlijn van het plan was nog maar nauwelijks bekend of een storm van kritiek barstte los. De kritiek spitste zich toe op de dubbele belastingheffing en op de problemen bij de waardebepaling van de optie ten tijde van de toekenning.

Na advies van de landsadvocaat kwam Vermeend vorig week met een nieuw voorstel. Volgend jaar mogen werknemers kiezen of zij direct bij ontvangst van een optie belasting willen betalen of dat zij pas met de fiscus willen afrekenen wanneer ze de optie verzilveren. De fiscale bijtelling gaat met ingang van volgend jaar variëren van vier procent voor optierechten met een looptijd van een jaar tot maximaal vijftig procent bij een looptijd van twintig jaar. De percentages zijn een aanzienlijke verhoging in vergelijking met het nu geldende percentage van 7,5.

Na kritiek van VVD en de werkgeversorganisaties VNO-NCW op het zwaarder belasten van langer lopende opties sprong het Tweede-Kamerlid Rick van der Ploeg voor partijgenoot Vermeend in het strijdperk. Opties worden waardevoller naarmate ze langer lopen en daarom is het logisch dat ze zwaarder worden belast. Hij roemt de keuzevrijheid omdat werknemers anders afgeschrikt zouden kunnen worden door de hoge bedragen die ze bij het toekennen van de opties zouden moeten betalen.

Maar VNO-NCW is niet onder de indruk van het verweer. De werkgeversorganisatie vindt dat het laatste voorstel van Vermeend haaks staat op het beleid om personeel via resultaatafhankelijke beloningen aan de onderneming te binden. Personeelopties zullen door het nieuwe systeem van belastingheffing hun aantrekkelijkheid verliezen, meende ook Philips.

Van der Ploeg reageerde als door een adder gebeten. Philips heeft geen recht van spreken. “Wat er bij Philips gebeurt is een verrijking van topmanagers die zijn weerga niet kent”, oordeelde Van der Ploeg. De aandelen van Philips behoren tot de snelste stijgers op de beurs, waardoor de winsten voor managers zeer fors zijn opgelopen. De waarde van het aandelenoptieplan bij Philips is op dit moment het hoogste: zo'n 750 miljoen gulden voor enkele honderden directeuren en stafmanagers. Sinds de nieuwe president Cor Boonstra het heft in handen heeft genomen en een agressief programma van reorganisatie is begonnen, is de koers fors gestegen. Maar Boonstra heeft nog een lange weg te gaan, wil hij zich kunnen meten met het Amerikaanse bedrijf Microsoft. Het Britse weekblad the Economist schatte de waarde van de optieregeling bij dit bedrijf op 70 miljard gulden.

In de Tweede Kamer wordt er vanuit gegaan dat het plan van Vermeend weer zal worden aangepast. De lobby van met name de multinationals draait op volle toeren.